DE WALLETJES VAN WOUT EN MATHIEU


Auteur: John Kroon

Dat weet Eli Iserbyt dan ook weer. Deze Belg leidt bij het veldrijden zowel in het tussenklassement van de wereldbeker als de superprestige, maar als Wout van Aert aan de cross meedoet, kan hij het wel schudden. Net als Toon Aerts, Lars van der Haar en al die andere vedetten van het veld; als Van Aert zijn wegfiets aan de kant zet en op zijn crossfiets stapt, wint hij. Tenminste, zolang Mathieu van der Poel nog niet meedoet.

Van Aert maakte zaterdag in Boom zijn rentree in de cross, moest bij gebrek aan eerder gescoorde punten op de derde rij starten, viel onderweg een keer, maar won niettemin met een voorsprong van een kleine twee minuten of meer op de rest.

Het moet frustrerend zijn voor de mannen die hun geld verdienen in de modder en op het zand en elkaar deze herfst en winter al in diverse crosses hebben bekampt; komt er zo’n jongen, die een langdurig en zwaar wegseizoen achter de rug heeft, even de eerste prijzen voor hun neus wegkapen. ‘Wie niet meedoet, kun je niet verslaan’ – dat sportcliché gaat niet meer voor hen op.

Het ergert een van hun kleurrijke voorgangers, Roland Liboton, in de jaren tachtig viervoudig wereldkampioen en tienvoudig Belgisch kampioen. Hij verwijt renners als Van Aert en Van der Poel dat ze van twee walletjes eten. ‘Ofwel ben je wegrenner ofwel ben je cyclocrosser,’ zei hij in de Vlaamse krant Het Nieuwsblad. ‘Die twee combineren gaat niet. Ze moeten respect tonen voor de jongens die twee keer per week de wei induiken, al weken aan een stuk.’

Liboton meent zelfs dat de twee walletjes risico’s in zich bergen voor de renners die daarvan eten. In zijn woorden: ‘Ze springen van de ene broek in de andere. Maar ik zou daar voorzichtig in zijn. Neem nu Marianne Vos. Die leek ook alles te kunnen, maar is er toch enkele jaren uit geweest. Op een dag zegt het lichaam dat het genoeg is.’

Dat zei het lichaam in 1981 tegen Liboton toen hij voor één keer en vrijwel ongetraind toch aan de Tour de France deelnam. In zijn geboortedorp Aarschot mocht hij met de zegen van Bernard Hinault zelfs een tijdje voor het peloton uitrijden, maar in de vijftiende etappe werden regen, mist en kou in de Alpen hem te veel. Adieu Tour, voor altijd.

Roland Liboton is geen man die bekendstaat om zijn terughoudendheid als hij over andere renners oordeelt. Een paar jaar geleden beschuldigde hij meervoudig wereldkampioen veldrijden Erik De Vlaeminck ervan dat hij enkele van zijn titels had behaald ‘met spul in zijn kloten’. De weduwe De Vlaeminck pikte deze beschuldiging van dopinggebruik niet, maar kreeg van de rechter geen gelijk. Libotons advocaat deed er nog een schep bovenop: ‘Wat mijn cliënt zegt, is iets wat algemeen geweten is. Maar hij heeft niemand willen kwetsen.’

Over dat laatste valt te twisten. Door bescheidenheid wordt Liboton in elk geval niet gehinderd, getuige de ondertitel van zijn biografie: ‘Ik ben de grootste’. Het heeft natuurlijk zijn prettige kanten, zo iemand die zich niet laat hinderen door welk blad (of microfoon) er ook voor zijn mond komt. Dat wordt dus vast genieten als hij volgende maand voor een talkshow in het theater staat, samen met ex-crossers Paul Herygers en Bart Wellens, én met de binnenkort gepensioneerde tv-commentator Michel Wuyts.

Intussen zullen Van der Poel en Van Aert, en ook Tomas Pidcock (zaterdag zevende bij zijn door diverse valpartijen getekende terugkeer in de cross) zich niets van de woorden van Liboton aantrekken. Ze zijn baas over eigen lijf en eigen fiets(en). Crossliefhebbers zien uit naar de terugkeer van Mathieu bij het veldrijden (18 december in Rucphen) en vooral naar de periode rond de jaarwisseling wanneer Van der Poel en Van Aert ook tegen elkaar zullen fietsen en rennen, en Iserbyt of een van de anderen met de derde plaats genoegen moet nemen, als Pidcock die niet inpikt.


‘Another Brick In The Wall’ is een serie columns van De Muur meesters zelve: Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp, John Kroon en Mart Smeets.

Photo GvG/PN/Cor Vos © 2021


Photo GvG/PN/Cor Vos © 2021

Leave a Reply