DE VERADEMING


Auteur: Jeroen Wielaert

De Tour beleeft een wedergeboorte, al is het nog een verademing met mondkapjes. Er is een duidelijk verschil met de door Covid 19 uitgestelde ronde van 2020 en het benarde vertrek in Nice. Van Brest tot Landerneau is op dag 1 het publiek op oude sterkte, als bewijs van onverminderde hartstocht en zo zal het de komende drie weken doorgaan – een immense, vurige demonstratie van teruggewonnen zomerse feestelijkheid.

In het Village Départ zegt de oude perschef Philippe Sudres: ‘Laat de machine zich weer uitrollen. Ik kan niet wachten. De mensen moeten nu nog vaccinatiebewijzen hebben voor bij de starts en bij de aankomsten, maar dat is na 30 juni ook weer voorbij, conform de nieuwe regels. Dan is alles weer open.’

Op France Info hoor ik oud-renner en commentator Jean-François Bernard zeggen: ‘De mensen vinden de Tour terug.’

Nog is het niet helemaal volgens het plan. Corona heeft ervoor gezorgd dat het niet het oorspronkelijke openingsweekend is geworden in Denemarken, met een proloog in Kopenhagen en etappes van Roskilde naar Nyborg en van Vejle naar Sonderborg. De Denen hebben dat nog tegoed in 2022, zonder het EK voetbal van nu, maar met alle unieke aandacht voor de Tour.

Het moet een vorm van barmhartigheid zijn dat Bretagne is gekozen als alternatief voor de Deense expeditie. Juist in dit deel van Frankrijk kon de Tour niet beter aan een nieuw leven beginnen. Ze koesteren het als bakermat van het Franse wielrennen met grote zonen als Louison Bobet en Bernard Hinault. Bij het ontbreken van de hedendaagse grootheden Thibaut Pinot en Romain Bardet kunnen de fans zich aan de start verheugen op regionale helden als Warren Barguil en David Gaudu.

De Franse favoriet komt van elders, het midden van Frankrijk, Saint-Amand-Montrond. Hij is een durfal, een vechter, een geletruidrager, al is het nog niet tot Parijs. Julian Alaphilippe is meer dan welke moderne Franse renner ook in de nationale traditie getreden, Alabobet, Alageminiani, Aladarrigade, Alavoeckler en niet te vergeten Alapoupou.

Op dit punt is Julian in Brest met genetisch erfgoed geconfronteerd. Natuurlijk maakten de Franse media vooraf een groot onderwerp van de entree van Mathieu van der Poel. Met hem kwam het DNA van een van de meest geliefde Franse renners terug op de weg, als kleinzoon van de eeuwige tweede die eind 2019 overleed. Mathieu mocht poseren als opa, op een motorkap, gehuld in het paarse shirt van Mercier dat de trouwe Raymond zo goed paste. In Landerneau heeft hij niet de droom ingelost om het voor de familie eindelijk in te wisselen voor het geel. Op de Côte de la Fosse aux Loups werd hij 20ste achter Julian Alaphilippe. Geen tweede, 20ste. Het was zoals het was, daags voor de Mûr-de-Bretagne.

Op de hoogte boven Landerneau kwam toch een mirakelse Nederlander op het podium. Ide Schelling, rugnummer 78 van Bora, was als vluchter van de dag niet tegen dat bord van die ongelukkige vrouw aangereden en ging ook niet onderuit bij spektakelvalpartij nummer 2. Ik zie de Haagse burgemeester Jan van Zanen er wel voor aan om nu alvast een huldiging voor de 23-jarige jongen uit zijn stad te organiseren.   

Schellings bijnamen zijn in orde: Eddy the Eagle, Idéfix, de Lachende Rijder. Op de dag van het verlies van Poelidor stond hij daar, eerst met de bollentrui en daarna met de prijs voor de strijdlustigste renner, Ide met een geweldige mond vol tanden. Het paste bij de verademing.


Gedurende de Tour de France zal er in dit weblog dagelijks een column verschijnen, geschreven door John Kroon, Peter Ouwerkerk en Jeroen Wielaert.


Beeld: Cor Vos © 2021

Leave a Reply