De supersympathieke Thibaut Pinot wint bijna de etappe

Auteur: Bert Wagendorp

Photo: Vincent Kalut/PN/Cor Vos © 2022

In het kleine dorpje Flaugnac in de Lot, niet ver van Cahors, heerste een oorverdovende zondagrust. Niemand waagde zich vandaag naar buiten, de landerijen rond het oeroude plaatsje lagen te zinderen in de zon en alleen de dikke muren van ons kleine huis voorkwamen dat we werden gaargestoofd in onze eigen woonkamer. 

’s Ochtends had ik op de brocante in het even verderop gelegen Castelnou twee miniatuur-autootjes uit de reclamekaravaan van de Tour gekocht, dus mijn dag was al goed.

Op tv beschouwden Herman van der Zandt en Michael Boogerd de etappe voor: ze verwachtten dat er een ontsnapping zou komen. Ik verwachtte dat ook, dus ik had in mijn Scorito-ploeg een paar coureurs opgenomen die hoogstwaarschijnlijk in de ontsnapping zouden zitten, zoals Mollema en Kämna, zodat ik eindelijk eens een keer de dagprijs zou winnen.

Ik ging languit op de bank liggen, de etappe begon; ik was van plan hem helemaal uit te kijken, van de eerste tot de laatste meter. Er viel toch weinig anders te doen.

Buiten krekelden de krekels. De warmte kwam langzaam het huis binnen. Na een paar tevergeefse pogingen ontstond er inderdaad een kopgroep. Mollema en Kämna zaten er niet in. Ik zakte weg, maar hield de ontwikkelingen met één oog in de gaten. 

Er gebeurde weinig: de kopgroep reed op kop en het peloton reed erachter. De mannen van Pogacar knapten al het werk op. 

Niemand heeft mij ooit kunnen uitleggen waarom de ploeg van de geletruidrager verplicht is op kop van het peloton te rijden om ‘de boel te controleren’. De twee verslaggevers stelden daar ook geen vragen bij.  Ze zeiden dat het erg gunstig was voor de concurrenten van Pogi. Zijn ploeg verspeelde hiermee namelijk veel energie. Bovendien moest hij de ene ploeggenoot na de andere ‘oproken’. Pogacar had ook tegen Ineos of Jumbo-Visma kunnen zeggen dat hij het verdomde, dat hij niks had te maken met oude wielerconventies en dat Uran wat hem betrof de Tour mocht winnen – maar dat deed hij niet.

Zo mijmerde ik de zondag voorbij, terwijl de renners richting Châtel reden. Het was erg saai – zo’n etappe waarvan je weet dat er elke Tour een paar voorbij komen. Het kon me weinig schelen wie er ging winnen. Bob Jungels ging er vandoor.

En toen demarreerde Thibaut Pinot opeens uit het groepje achter Bob Jungels. Jarenlang had ik helemaal niets met Thibaut Pinot, tot een interview dat Nando Boers een paar Muren geleden had met Ramon Sinkeldam. Ik meende me te herinneren dat Sinkeldam daarin had verklaard dat Pinot een buitengewoon sympathieke jongen was, echt een hele sociale garcon met het hart op de juiste plek.

Pinot had op zaterdag tijdens de bevoorrading een knal voor zijn kop gekregen van een verzorger en hij was zijn hele leven toch al zo’n pechvogel.

Opeens leek het me van groot belang dat superaardige Pinot de etappe zou gaan winnen. ‘Kom op, Pinot,’ riep ik, ‘je kunt het!’ De lange lege zondag kreeg plotseling zin: Pinot moest zegevieren!

Pinot liep rap in op Jungels en zowaar werd de etappe nu spannend. Ging mijn nieuwe sympathieke vriend het halen? Zou hij deze dag dan eindelijk alle tegenslag te boven komen? Pinot trok gekwelde koppen, pufde en hijgde en zat als een bouwvakker op de fiets, maar met nog drie kilometer te gaan bedroeg het verschil nog maar twintig seconden. Hij ging het halen! Leve Pinot!

Toen stortte Thibaut Pinot in. Jungels won en in de laatste honderd meter werd Thibaut nog ingehaald door twee Spanjaarden. Weer een deceptie! Wat een drama, hield het dan nooit op, voor de arme Pinot?

 

Photo: Szymon Gruchalski/Cor Vos © 2022

 

Na afloop pakte ik het interview met Sinkeldam erbij, om dan nog maar even te genieten van diens warme woorden aan Pinots adres. 

Ik begon te lezen. Sinkeldam had helemaal niet over Thibaut Pinot gesproken, maar over Arnaud Démare.


De Tourcolumn door Bert Wagendorp, John Kroon en Jeroen Wielaert.

Photo: Miwa iijima/Cor Vos © 2022

Leave a Reply