DE SUPER TUCK MAG NIET MEER, KOM MAAR MET LE PLANK


Auteur: Bert Wagendorp

Per 1 april is het afgelopen met de super tuck, dus geniet ervan zo lang het nog kan. De super tuck is de fietshouding waarbij de renner in een afdaling plaatsneemt op de stang en zijn borst op de stuurstang legt om zijn gewicht zover mogelijk naar voren te brengen en de luchtweerstand zo laag mogelijk te maken.

   Soms, zoals Chris Froome in de achtste etappe van de Tour van 2016 in de afdaling van de Peyresourde, slaagt de renner er in opgevouwen positie ook nog in om mee te trappen.

   De super tuck werd geïntroduceerd door de Sloveen Matej Mohoric, tijdens het WK voor beloften van 2013 in Florence. Hij won, mede dankzij de nieuwe duivelse daaltruc.

   Fietsen zijn al met al in honderd jaar tijd niet wezenlijk veranderd, dus het is een wonder dat het zo lang heeft geduurd voor iemand doorkreeg dat de super tuck-houding voordeel oplevert.

   Misschien zou je de super tuck kunnen zien als een correctie op het conservatieve design van de fiets: het lichaam moet bewerkstelligen wat de fiets niet lukt.

   De super tuck verhoogt in afdalingen het risico op een val, daarover is iedereen het wel eens. De super tucker moet eerst terug naar het zadel, voor hij kan remmen. Bovendien kan, door de verhoogde druk op het voorwiel, een klein steentje op het wegdek genoeg zijn om de controle over de fiets kwijt te raken.

   De Spaanse daler Peio Bilbao, gevraagd naar de mate van controle over de fiets tijdens de super tuck: ‘Amper. Ik bid.’ Dat is natuurlijk overdreven: ook de super tuck is een kwestie van technisch kunnen.

   In de pogingen wielrennen veiliger te maken, heeft de wereldwielerbond UCI besloten de super tuck per 1 april te verbieden. Dat gebeurde in overleg met de CPA, de vakbond van profrenners onder leiding van voormalig wereldkampioen Gianni Bugno. Toen de maatregel een week geleden bekend werd gemaakt, raakte twitter oververhit door de negatieve reacties van coureurs.

   Vooral van coureurs die de super tuck tot hun wapens rekenen. Dat zijn er overigens steeds meer: wie in een etappe waarin stevig moet worden gedaald kans wil maken op de overwinning, moet de super tuck beheersen. Die behoort inmiddels tot het standaardrepertoire van de daler. Uitvinder Mohoric was daarom een van de weinige dalers die zich niet druk maakten over het verbod. ‘Iedereen kan het nu, dus het voordeel was toch al weg.’

   De UCI is bang dat wielrenners met minder aanleg dan de gemiddelde prof, geïnspireerd door de tv-beelden, ook maar eens besluiten plaats te nemen op de stang en de snelheid naar tachtig kilometer per uur of hoger op te voeren.

   Zelf heb ik die neiging nog nooit gevoeld en de meeste van mijn fietsvrienden evenmin. Het is ook een nep-argument. Elke imitatie van de topsporter is voor recreanten levensgevaarlijk, maar dat is geen reden de hele topsport dan maar te verbieden.

   Het verbod op de super tuck gaat de wielerkijker beroven van spectaculaire beelden. De winnende Sunweb-Zwitser Marc Hirschi in de twaalfde etappe van de afgelopen Tour, dubbelgevouwen op de stang, de polsen losjes op het stuur (straks ook verboden overigens): dat was genieten. En bewonderen. En huiveren. Stuk voor stuk reden om naar topsport te kijken.

   De afdaling à la Hirschi gaan we de komende Tour niet meer meemaken. De kansen op een ritzege van Hirschi zijn daarmee verkleind.

   Overigens vloog Hirschi in etappe achttien uit de bocht, maar toen zat hij keurig op zijn zadel. Net als Philippe Gilbert, wiens crash in de afdaling van de Portet d’Aspet in Tour van 2018 vaak wordt toegeschreven aan de super tuck. Ten onrechte, even voor hij over een muurtje in een ravijn stortte, was Gilbert vanaf de stang teruggekeerd naar zijn zadel en juist toen verloor hij de controle.

   Maakt het verbod op de super tuck wielrennen veiliger? Ik betwijfel het. Zoals Peter Winnen schreef in de Volkskrant: wie in de super tuck-houding een gevaar vormt voor zichzelf en de anderen, is dat op het zadel ook.

   Wel ontneemt het verbod de artiesten op de fiets de mogelijkheid hun kunsten te vertonen en het verschil te maken met de concurrentie. De beloning voor beheersing van de fiets wordt weer een stukje minder.

   Maar zoals dat gaat: je sluit een deur, en ergens anders gaat er eentje open. De horizontale buikligging op het zadel met gestrekt lichaam biedt ongekende aerodynamische mogelijkheden. Ik vermoed dat Roglic er in de Sloveense bergen al mee aan het experimenteren is: le plank heeft verdacht veel weg van een schansspringer in volle vlucht.

Voor wie ook vast wil gaan oefenen: https://youtu.be/bvmibwafGXc.


‘Another Brick In The Wall’ is een serie columns van De Muur meesters zelve: Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp, John Kroon en Mart Smeets.

Leave a Reply