DE MECANICIEN DIE NODIG MOEST PLASSEN


Auteur: Peter Ouwerkerk

Het gebeurde tijdens een Giro d’Italia, midjaren tachtig. Ik vormde een journalistieke combine met Guus van Holland (toen nog de Volkskrant), reis- en kamergenoten voor de slotweek.

   We hadden nog net een geannuleerde kamer kunnen bemachtigen naast het personeel van een Belgische wielerploeg. Hitachi Splendor of zoiets. Omgerekend twee tientjes de man.

   Hotel met anderhalve ster: tikkie achenebbisj, één tochtraampje met uitzicht op een blinde muur, ventilatie nul. Maar goed van eten en drinken. Het peloton doorgenomen, licht beneveld de ogen toe.

   De kamer lag op de kopse kant, eerste verdieping, aan het eind van de gang. De kerkklok had al drie geslagen toen er aan onze kamerdeur werd gemorreld. Een schimmige gestalte was bezig de muren af te tasten, op zoek naar een lichtknop.

   Een zucht. De onbekende had de deurklink gevonden van een wc. Ónze wc. Wie 150 kalendernachten per een jaar ‘op een ander’ slaapt, haalt de kamerindelingen weleens door elkaar. Twee seconden later klaterde er een waterstraal.

   Ik zat rechtop in bed. ‘Guus… een inbreker!? Guus…!’ Guus stond meteen naast zijn sponde. ‘Hé, wat moet dat..? Dit is jouw kamer niet! Hé..!’

   Het hotel lag in een gribusbuurt, waar je in het holst van de nacht misschien wel een Italiaanse indringer kon verwachten, maar geen Belgische mekanieker die de weg kwijt was.

    ‘Hé..! Wat móét je hier..?’ riep ik nogmaals.

    ‘Huh..? Iek..? Iek mot efkes pissâh.’

    De man knoopte zijn gulp dicht en keerde op de tast terug naar zijn eigen hok.

   Bij het ontbijt van de volgende ochtend zagen we iemand die als twee druppels op onze gastplasser leek. Van de prins geen kwaad. We lieten het maar zo. Dat was de Giro; iedere dag een nieuwe verrassing.

Er schuilen veel verborgen verhalen in de pré-coronale wielergeschiedschrijving; anekdotes van heel andere tijden.

   Ploegen, renners, jury, radio en televisie, verslaggevers, politie, service médical, ceremonieel personeel en reclamekaravaan vormden in de ogen van de organisatoren één grote familie. Je kon zomaar bij iemand de kamer binnenlopen; bij kopman, geletruidrager of mecanicien. Van be- of ontsmetten geen spoor.

Vanaf half maart 2020 is dat allemaal anders. De wereld heeft haar onschuld verloren, dus ook de wielersport – een sport beoefend in pelotons van 180 man/vrouw op een kluitje, van eten en drinken in groepsverband, van hotels met variabele ideeën over hygiëne. Een sport van fans die renners de berg opduwen, van supporters die flessen water aanreiken. Een sport van unieke aanraakbaarheid, zonder virtuele tifosi op tribunes.

En toen viel alles stil. Lock down. Leven in een dwangbuis, met beperkingen die ook alle sport onmogelijk maakten. Wekenlang, tot érgens in de ongewisse toekomst.

Na drie maanden lijkt het tij in Europa eindelijk te keren. Voorzichtigheid geboden, maar: terrassen open, er kan weer gevoetbald, en ook het wielrennen schakelt zowaar naar een herstart. In Cerklje na Gorenjskem wordt komende zaterdag het wegkampioenschap van Slovenië verreden. De nationale kampioenschappen op de weg stonden in oorsprong voor 21 juni op de UCI-kalender, maar op een paar uitzonderingen na zijn de meeste al geschrapt. Dat van de voormalige Balkanstaat niet.

   Slovenië is – met om en nabij 110 coronadoden – sinds 15 mei coronavrij verklaard; op 31 mei zijn de grenzen voor andere EU-burgers weer open. Het NK van 21 juni is de eerste officiële UCI-koers sinds de voorlaatste etappe in Parijs-Nice, zaterdag 14 maart. Meteen een duel Primoz Roglic versus Tadej Pogacar. Klinkt goed.

   Wat op de Sloveense titelstrijd volgt, is nog altijd onder voorbehoud. Wie kan in de toekomst van Covid-19 kijken? Zolang er geen vaccin is, is het gevaar voor een tweede (en derde?) golf niet geweken. Teugels iets losser, maar voorzichtigheid troef: handgel, anderhalve meter en verroer je niet.

   Er zijn restricties waaraan de wielersport onmogelijk kan voldoen. Wielrennen mag dan geen contactsport zijn, het gevaar loert achter elke bocht, in iedere afdaling, spat van elke pedaalslag. Het is een sport van de straat, en op straat riskeer je deuken.

   Een bevredigende, drastisch ingekorte World Tour-kalender blijkt al nauwelijks te maken. In de herziene versie van de herziene versie buitelen de grote ronden en klassieke monumenten nog steeds over elkaar heen. Wielersport in een snelkookpan. En aan de vraag hoe het straks met de regels in de praktijk zal gaan, heeft nog niemand zich gewaagd.

   Wie in de details duikt, krijgt het gevoel dat er een compleet nieuwe sport is uitgevonden. Een sport, gevangen in een web vol vraagtekens.

Zomaar een greep. Stoelriemen vast.

GEEN (of beperkt) PUBLIEK:

* Geen presentatie van de renners vooraf, tijdens of achteraf. Geen handtekeningen, geen selfies, geen gebedel om petjes, bidons of zonnebrillen.

* Geen podiums vol met plaatselijke of regionale notabelen. Geen ode aan de oude glorie. Geen stalletjes met merchandising. Geen rondemissen.   

* Geen reclamekaravaan.

(Nou is dat allemaal nog tot daaraan toe. Het is allemaal decorum, gewichtigdoenerij, symbolische dan wel systemische onzin. Maar die drastische versobering van het feest kost de organisatoren wel geld, veel geld. Geldschieters en sponsoren zijn niet echt geïnteresseerd in leegte).

DE WEDSTRIJD:

* Geen volgeladen volgauto’s met ploegleider, mecanicien, vip en commissaris. Twee is de nieuwe max.

* Geen wiel of fiets van een ploegmaat of mecanicien bij pech onderweg. Zelf herstellen, mits gehandschoend.

* Geen verse bidons meer van dienstdoende waterdragers.

* Geen ruggensteuntjes van knechten tijdens vochtlozingen en course.

* Geen twee op een kamer; geen douches, wc’s of wastafels delen. Het liefst iedereen in een camper.

MAXI- EN MINIMALEN:

* Anderhalve meter afstand? Hoe moet dat met de ‘treintjes’ voor de sprinters; hoe met de ploegentijdritten?

* Geen demarrages of ontsnappingen die niet van tevoren zijn aangemeld; anders wordt het te druk voorin.

* Geen fotofinish die beslist over banddikte. Anderhalve meter afstand is het criterium. 

* Geen compassie met renners die uit de kopgroep zijn gelost en zich bij terugkeer in het peloton niet willen laten testen.

* Geen bussen met 50 renners kort voor de tijdslimiet over de streep. In een bus niet meer dan 30 passagiers.

MEDIA:

* Geen quotevangers met micro’s en camera’s rond de dagwinnaar.

* Geen journo’s op rennerskamers (of gebeurde dat al niet meer?).

* Geen Avondetappe, Tour du Jour en Vive Le Vélo. Elke gast moet eerst 14 dagen in quarantaine.

* Geen criteriums na de Tour.

Of uit het nieuwe abnormaal misschien ook nog voordeel te halen valt? Ja. Wie tijdens de Tour de France positief test op Covid-19 moet een week lang in quarantaine. Eindelijk perspectief voor reserverenners. En voor iedere mecanicien een eigen wc.


‘Another Brick In The Wall’ is een serie columns van De Muur meesters zelve: Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp, John Kroon en Mart Smeets.

Giro d’Italia 1984

Leave a Reply