De espadrilles van de Adelaar


Another brick in the wall


Auteur: Mart Smeets

De leukste grote ronde? Makkelijk, hoef ik niet over na te denken: de Vuelta. Al was het maar vanwege de heerlijke ochtendrust voor de start. In Frankrijk is het een kwebbelende chaos, elkaar handjes gevende mensen die in het geheel niet geïnteresseerd zijn in de vrouw of man tegenover zich en vooral vooral drukdoenerij in opgeklopte vorm.

   In Spanje heerst bijna altijd redelijke kalmte. De reclamekaravaan is klein, publiek komt nauwelijks kijken bij de start en de koers begint in alle rust.

   Vroeger, vertelde onze chauffeur Edgard Sorgeloos me weleens als we op het gemak door het Spaanse land reden, vroeger werd er pas vertrokken als Federico Bahamontes zich had gemeld.

   Ja, zo ging het.

   De Adelaar van Toledo was de minzame baas van de renners in Spanje. Pas wanneer hij de koerskleding aanhad en zijn espadrilles aan de voeten, dacht de jury: ‘Kom, laten we maar eens vertrekken.’

   Bahamontes was een heel speciale en espadrilles aan de voeten paste hem wel. Dat was niet excentriek, neen, het paste bij hem, hij had ze als junior en als jonge prof al gedragen. Koersschoenen kosten veel geld en op die typisch Spaanse slofjes voelde hij zich op zijn gemak, dus waarom niet?

   Dus. Sorgeloos vertelde dat Bahamontes rustig kwam aanrijden, een paar mensen gedag zei, kalm naar het weinige publiek zwaaide en zich dan aansloot bij zijn vakgenoten. ‘Hij kende de meesten van ons toch niet en het interesseerde hem ook niet. In de bergen reed hij van ons weg, op het vlakke redde hij het maar net in de grote groep. Hij was een heel merkwaardige renner. Hij was zelden geïnteresseerd in winnen.’ Ik zocht dat eens op: Bahamontes’ palmarès is van vestzakformaat. Hij was eenmaal de beste in de Tour de France. De Vuelta won hij nooit en hij scheen daar ook helemaal niet van wakker te liggen. Hij leek gewoon niet geïnteresseerd winnaar te zijn. Als hij nou maar een een goed jaarcontract bij een aardige sponsor kreeg en ergens in de Giro, Tour of Vuelta een mooie bergetappe kon meepakken, dan was alles in orde.

   Hij werd tweede in de Vuelta van 1957. Hij was bergop veruit de sterkste, reed rustig van iedereen weg en kon bovenop een col gaan zitten wachten op de anderen. Dalen kon hij sowieso niet en sprinten deed hij nooit: dat was iets voor griezels.

   In 1957 had zijn eeuwige rivaal Jésus Loroño dik acht minuten voorsprong op Bahamontes, die geen enkele keer probeerde het gat kleiner te maken. Hij had in Mieres zijn etappe al gewonnen en Loroño was een ploeggenoot, dus waarom zou hij gaan aanvallen? Bahamontes kreeg de bergtrui en was daar zeer tevreden mee.

   En zo was voor iedereen het leven mooi.


‘Another Brick In The Wall’ is een serie columns van De Muur meesters zelve: Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp, John Kroon en Mart Smeets.


Leave a Reply