DE DAG WAAROP HAN KOCK MATHIEU VAN DER POEL ZWIJGEND ZAL INTERVIEWEN NADERT SNEL


Auteur: Bert Wagendorp

Bij het begin van de vrouwenkoers bij het EK veldrijden in Silvelle werd de tv-kijker zondag door commentator Jeroen Koster alvast gewaarschuwd: we gingen nu naar een spannende wedstrijd kijken waarvan de uitkomst onvoorspelbaar was. Hierna kwamen de mannen, en die koers was al beslist, dat werd een saaie optocht en de kans dat iemand zou winnen met een andere naam dan Mathieu van der Poel was nul.

   Dat Yara Kastelijn vervolgens eenvoudig won deed aan de voorbeschouwing weinig af: het hád ook anders kunnen aflopen en favoriete Annemarie Worst won niet.

   De avond voor de wedstrijd werd Mathieu van der Poel geïnterviewd door Han Kock. Mathieu keek zoals hij altijd kijkt als er een belangrijke wedstrijd zit aan te komen: alsof er helemaal geen belangrijke wedstrijd zit aan te komen. Hij zei ook de dingen die hij altijd zegt aan de vooravond van een topkoers: dat het een wedstrijd is als alle andere en dat hij tegen dezelfde jongens moet rijden, maar dat het parkoers hem zeker ligt en dat hij er alle vertrouwen in heeft. Daarna kijkt hij de interviewer altijd vragend aan. Of hij kan gaan, want veel meer valt er niet te zeggen.

   Dat mag, want de interviewer weet meestal ook niet wat hij verder nog zou moeten vragen. Hij staat tegenover de zekere winnaar, dus vragen naar de gevaarlijkste tegenstander – in gesprekken met andere favorieten altijd een zekerheidje – heeft geen enkele zin. Er zijn geen gevaarlijke tegenstanders, zeker nu Wout van Aert er niet bij is. Er zijn alleen verliezers bij voorbaat.

   Het moment waarop Han Kock zijn microfoon onder de mond van Mathieu houdt zonder een vraag te stellen nadert met rasse schreden. Er zijn voor Van der Poel geen vragen meer, en dan houdt het op een gegeven moment op. De grote kracht van het sportinterview, de speculatie, valt weg als je tegen Van der Poel praat. Er valt niks te speculeren, je staat tegenover de winnaar, punt. Zodoende zullen we binnenkort kennismaken met het woordloze Van der Poel-interview.

   We zien een zwijgende Van der Poel tegenover een zwijgende Han Kock. Na vijf minuten zwijgen zegt Han Kock: ‘Bedankt, Mathieu.’ Hij wenst hem geen succes, want dat is belachelijk als je het hebt tegen iemand die niet kan verliezen. ‘Jij ook bedankt voor het fijne gesprek,’ zegt Mathieu. Hij is nu eenmaal een beleefde jongen. 

   Het interview gaat viraal en de wereld over, Han Kock is in één klap wereldberoemd en gaat overal zwaarbetaalde masterclasses woordloos interviewen geven. Mathieu van der Poel zit bij DWDD en Matthijs van Nieuwkerk vraagt hem hoe hij dat doet, zich zwijgend laten interviewen. Van der Poel zwijgt soeverein. Het woordloze interview wordt een hype en op vrijdagmiddag staat premier Rutte een half uur zwijgend achter het spreekgestoelte in Nieuwspoort. Na afloop gaan de journalisten lekker zitten speculeren wat Rutte met zijn zwijgzaamheid bedoelde. In De Muur bestaat Nando Boers’ rubriek ‘Beroep: Wielrenner’ uit 22 witte pagina’s: het woordloze interview heeft de gedrukte media bereikt.

Sport leeft bij verrassing en onvoorspelbaarheid, dus een dominante winnaar is altijd slecht nieuws. Je hebt op zijn minst een duo nodig dat elkaar naar het leven staat. Dat houdt de belangstelling intact. Een vriend van mij kan geen genoeg krijgen van dominantie, Sven Kramer is zodoende zijn held. Zodra dominantie buitengewoon wordt, zegt hij, wordt het weer interessant en wil je de overmacht alleen nog maar meer bevestigd zien. Zo heeft de mens zijn goden gecreëerd. Ik herken daar wel iets in: toen Lance Armstrong zijn vijfde Tour had gewonnen, hoopte ik dat hij zou doorstoten naar de magische tien.

   Maar dat zijn uitzonderingen. De dominante winnaar haalt met elke zege de waarde ervan naar beneden. ‘Als het zo gemakkelijk gaat, zal de tegenstand wel niet zoveel voorstellen’, redeneert het publiek. Winnen heeft tegenstand nodig. Dat de dominantie is gebaseerd op een ongelooflijk talent, immense trainingsijver en vele opofferingen wordt snel vergeten als winnen iets alledaags wordt.

   In de Formule I zijn ze wel klaar met Lewis Hamilton en in het tennis snakken ze naar nieuwe Federers en Nadals. Eddy Merckx was na zijn wielerloopbaan populairder dan tijdens: het was tenminste afgelopen met dat ellendige eeuwige gewin. Veelwinnaars worden bewonderd, maar ze zijn zelden populair. 

   De rol van absolute en onverslaanbaar geachte topfavoriet is in de topsport een van de allermoeilijkste. Je moet voldoen aan de hoge verwachtingen, maar doe je dat, keer op keer, dan slaat de verveling toe. Alsmaar winnen bezorgt je niet meteen de liefde van het publiek, dat houdt meer van de verrassende winnaar dan van de onaantastbare heerser.

   De nog enigszins onverwachte overwinning van Van der Poel in de Amstel Gold Race deed meer voor zijn populariteit dan de 32 veldritzeges in de vorige winter. Degene die achter Van der Poel naar een kansloze tweede plaats spartelt kan ook op meer volkssympathie rekenen, er zijn carrières gebouwd op verlies. Zo zit de sport nu eenmaal in elkaar, het gevoel van mededogen is bij het publiek meestal sterker dan dat van bewondering – wij herkennen ons beter in verliezers dan in winnaars.

   Van der Poel hield in Silvelle een peloton Belgen achter zich die zich collectief ten doel hadden gesteld hem te kloppen. Na afloop zei hij beleefd en respectvol dat ze het hem niet gemakkelijk hadden gemaakt. Hij vernederde zijn tegenstanders niet – Van der Poel is erachter gekomen dat de zege met drie seconden evenveel waard is als die met vijf minuten. Hij doet wat hij kan en schept ruimte rond zijn troon: hij gaat minder crosses rijden en eist alleen nog de wereldtitel voor zich op. Van der Poel gaat minder nadruk leggen op zijn overmacht en dat is slim.


‘Another Brick In The Wall’ is een serie columns van De Muur meesters zelve: Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp, John Kroon en Mart Smeets.

Foto: Cor Vos

Leave a Reply