Another brick in the wall

• Gratis •


Strade Bianche: de toekomst terug naar zwart-grijs-wit


Auteur: Bert Wagendorp

 

Op een gegeven moment, ergens op een van de gravelstroken in de Strade Bianche, leek het beeld op mijn televisie een merkwaardige metamorfose te ondergaan. De camera reed voor de kopgroep en  plotseling viel het me op dat er geen kleur meer in de renners zat. De bermen waren groen, het peloton was zwart-wit geworden.

   Even dacht ik aan een miraculeuze ingreep van de Italiaanse regisseur, die het archaïsche karakter van de koers wilde onderstrepen door het middengedeelte van het beeld op zwart-grijs-wit te zetten, de kleuren van het wielerverleden, van de voorbije tijd. Ik wilde juist mijn vriendin roepen om dit wonder te komen aanschouwen, toen het tot me doordrong dat van technische trucages geen sprake was. Het peloton was zwart-wit geworden van zichzelf, van de modder en het grijze stof van Toscane. De renners hadden de tijd teruggedraaid, maar daarbij hulp gekregen van de natuur. Die had kennelijk ook even genoeg van al die kermiskleuren, van dat uitbundige vertoon.

   Strade Bianche zal, zei VRT-verslaggever Michel Wuyts, nog een jaar of vijftig – ‘of vijfenzeventig’ – nodig hebben om uit te groeien tot een klassieker van het kaliber Milaan-Sanremo, Ronde van Vlaanderen, Luik-Bastenaken-Luik. Ik heb groot respect voor de wielerkennis en wielerpassie van Wuyts, maar ik denk dat hij ongelijk heeft. Wat mij betreft passeerde Strade Bianche in de twaalfde editie de Amstel Gold Race (sinds 1966) op de ranglijst van klassieke klassiekers.

   Met nog twee afleveringen zoals die van afgelopen zaterdag is Strade Bianche ook Milaan-Sanremo (sinds 1907) voorbij, waarmee de nieuweling zich brutaal bij de vijf monumenten van de wielersport voegt – dat zijn er dan dus zes.

Kan dat, een monument van twaalf jaar oud? In het stenen monumentenwezen niet. Maar in het wielrennen wel. De status van wielermonument is gebaseerd op anciënniteit, op de erelijst vol legendes. Strade Bianche voldoet niet aan beide voorwaarden. Misschien dat Tiesj Benoot ooit legendarisch wordt, al is die kans niet groot. De legendevorming gaat door het alomtegenwoordige beeld sowieso veel moeizamer – legendes worden gevormd in woorden en verhalen, niet in camerabeelden.

   Maar wat we weleens willen vergeten, is dat oude monumenten versneld aan glans kunnen verliezen en op zeker moment rijp zijn voor de sloop, als er niet rigoureus wordt ingegrepen. Dat is wat mij betreft het geval met Milaan-Sanremo, een koers waarvan de moeilijkheidscode door zoveel renners is te kraken, dat hij de laatste decennia aan naam en faam heeft ingeboet. Dat wordt door de erelijst vol oude wielergoden niet gecompenseerd.

   De andere monumenten (Ronde van Vlaanderen, Parijs-Roubaix, Luik-Bastenaken-Luik en de Ronde van Lombardije) houden zich voorlopig staande, al wordt ook het koersverloop in LBL per jaar voorspelbaarder. De wedstrijd wordt steevast in de laatste tien kilometer beslist en is daarvoor te vaak aan de saaie kant. Het is, net als Milaan-Sanremo, een koers aan het worden waarin afwachten niet alleen loont, maar een voorwaarde is geworden voor de overwinning.

De wielerkenner en hooggewaardeerde Muur-schrijver Herman Chevrolet schreef zaterdagmiddag dit op zijn Facebookpagina: ‘Enerzijds vind ik dat wedstrijden als Strade Bianche en Parijs-Roubaix niet thuishoren in het moderne wielrennen, anderzijds zal ik weer gefascineerd kijken naar dat middeleeuws spektakel – het is paradoxaal, ik weet het. Vraag is waarom liefhebbers houden van een wedstrijd op een vooroorlogs parcours. Kijkt men graag naar het verleden omdat het wielrennen geen toekomst heeft?’

   Chevrolet maakt hier mijns inziens een denkfout. Modern wielrennen zou alleen kunnen plaatsvinden op moderne wegen. Ik neem aan dat Chevrolet sommige van de Giro-etappes die de coureurs straks over geitenpaadjes naar de top van de klim voeren ook tot het oude wielrennen rekent.

   Maar oud en nieuw worden niet bepaald door de ondergrond waarop de wedstrijd zich afspeelt. Voetbal op kunstgras is niet nieuw, voetbal op gewoon gras niet oud. Overdekt schaatsen is niet nieuw, schaatsen in de buitenlucht niet oud. Wat de levensvatbaarheid, de moderniteit van een wedstrijd bepaalt, is de mate waarin hij het publiek aanspreekt. En daarmee is de Strade Bianche een moderne wedstrijd, die geheel eigentijds inspeelt op de behoefte van de liefhebbers. De behoefte aan een spannende koers in een aansprekende omgeving, op een selectief parcours.

Het wielrennen heeft behoefte aan modernisering. Wat modern lijkt, bijvoorbeeld de totale technologische controle van een ploeg als Sky in de Tour de France, is in feite desastreus. Die ‘vernieuwing’ bedreigt de toekomst van het wielrennen veel sterker dan de wedstrijd op Chevrolets ‘vooroorlogse parcours’. Dat parcours is overigens helemaal niet vooroorlogs, want het ligt er gewoon, anno 2018.

   De organisatoren van Strade Bianche hebben heel goed gezien dat de kracht van het wielrennen, de toekomst ervan, ook ligt in het verleden. Niet voor niks is Parijs-Roubaix wereldwijd gezien veruit de populairste klassieker: zelfs een verder niet ingevoerde Amerikaanse sportkijker begrijpt de impact van stof, modder en kasseien. Strade Bianche gaat zich heel snel vestigen als de Italiaanse pendant van die magistrale race. Een race waarin het individu weer belangrijker is dan de ploeg – een hoogst welkome trendbreuk.

   Dogmatisch vooruitgangsgeloof heeft al veel moois om zeep geholpen. Conservatisme kan zich ook keren tegen veelbelovende initiatieven.

   En dan die aankomst, via smalle straatjes, op het Piazza del Campo in Siena, godallemachtig. Over middeleeuws gesproken: bestaat er iets mooiers?

Hierbij benoem ik Strade Bianche tot monument – alles gaat sneller, tegenwoordig, dus de groei naar monumentale status ook.


‘Another Brick In The Wall’ is een serie columns van De Muur meesters zelve: Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp en John Kroon.

Leave a Reply