Another brick in the wall

• Gratis •


En de winnaar is… Wout Van Aert!

En de winnaar is… Dylan Groenewegen!


Auteur: Peter Ouwerkerk


‘En de winnaar is… Wout Van Aert!’

Huh?

Ik kijk de uitslag van de Omloop Het Nieuwsblad nog eens goed na, scrol omlaag en kom op plaats 32 de naam van Van Aert tegen. Wout de ‘winnaar’ gaat schuil in het peloton, op vier seconden van de verrassende échte nummer één: Michael Valgren Andersen. Een rijzige blonde Deen, die boven zichzelf uitstijgt, in de wetenschap dat zijn ploeg Astana weer eens in een schandaal verwikkeld is. Ditmaal geen doping, maar het geld schijnt op; renners en personeel wachten nog op hun eerste salaris. Als het geen wielrennen was, was Astana allang uit competitie verdwenen.

Je zou denken: een welkome World Tour zege voor Astana, maar de webmaster van de Nieuwsblad/Sportwereldsite vaart een heel ander kompas: ‘Wout Van Aert winnaar van de 73ste Omloop.’

Ik begin wel aan mezelf te twijfelen. Wout van Aert winnaar…? Zijn we net over de verbazing heen van Wouts vervolgstunt op het WK veldrijden, slaat hij ook in de openingsklassieker op de weg zijn slag.

Toch ben ik niet in slaap gevallen; genoeg te zien in zo’n seizoensopener

Een Omloop als een ingekorte vintage-Ronde van Vlaanderen; in de laatste veertig, vijftig kilometer bekende kasseistroken en hellingen, aftikkend op de even gedenkwaardige Halsesteenweg in Meerbeke, boordevol klassieke wielergeschiedenis.

Ik raadpleeg mijn aantekeningen. Ik hoor Michel Wuyts aan José De Cauwer vragen, met nog vijftig kilometer te gaan: ‘Heb jij Wout Van Aert al gezien?’

Ik op mijn beurt vraag me af of de VRT-commentatoren Bart Swings al hebben gezien. De VRT zendt geen live-beelden uit van de enige Belgische olympische schaatsmedaille in Pyeongchang. Zo min als de NOS beelden van de Omloop.

Twee kilometer verder. Dáár rijdt Wout Van Aert, rugnummer 216. Hij trekt zijn overjasje uit, brengt het naar de wagen van Veranda’s Willems/Crelon en toont zijn mooie blauwe trui aan de kijkers.

Van Aert bleek ‘even verachterd, wegens lek’ en is op eigen kracht teruggekeerd in de groep.

Daar draaien de eerste renners de Muur van Geraardsbergen al op. Hé, De Muur! De Lotto-talenten razen nog even door, er zitten ook drie geprikkelde Astana’s aan het front, en in zevende positie rijdt… Wout Van Aert. Hé, Van Aert!? Vanuit de VRT-cabine klinkt instemmende bewondering.

Ik vraag me af of ook Mathieu van der Poel tv zal zitten kijken. En hoe hij de aanwezigheid van de man die hem twee keer van een ‘zekere’ regenboogtrui afhield, inschat. Nee dus. Mathieu van der Poel geeft twee dagen acte de présence bij de officiële afsluiting van het crossseizoen. Ik denk dat Van Aerts actiebereidheid in de Omloop hem een zorg zal zijn. Wat misschien begrijpelijk is, maar ook heel jammer.

Ik vind het de hoogste tijd dat MvdP zijn talenten ook eindelijk eens serieus op de weg gaat etaleren. Net als Van Aert, net als zijn vader Adrie, net als Eric en Roger De Vlaeminck. Net als die vier wereldkampioenen veldrijden, in de Tour de France 1981 aan het vertrek: Hennie Stamsnijder, Albert Zweifel, Roland Liboton en Klaus-Peter Thaler. Net als Pascal Richard, Zdenek Stybar en Lars Boom – ook regenboogtruien in het veld én succesvol op de weg.

Naast mij ligt een stapel knipsels waarin Mathieu van der Poel aan de tand wordt gevoeld over de weg. Zijn antwoorden zijn bekend: dat hij het in het veld nog steeds naar zijn zin heeft, dat het óóit zover zal komen, maar dat hij eerst olympisch kampioen mountainbiken wil worden. Hij wordt er in ieder geval niet armer van: een miljoen per jaar, zoals hij onlangs vertelde.

Hij heeft ook aan niemand verantwoording af te leggen, met een seizoen van 32 overwinningen. Hij is een wielrenner van de buitencategorie. Maar anders dan Wout Van Aert; die zondag Kuurne-Brussel-Kuurne wel liet liggen. Twee semiklassiekers op rij – je kunt het voor een veldrijder ook té gek maken.

In Kuurne hoefde over de winnaar geen nieuwe verwarrende grap naar het wereldweb te worden gestuurd. In Kuurne was de winnaar dan ook de onomstreden numero uno: Dylan Groenewegen. Honderd meter in beeld. Raak!

‘Hij is een pijl die zichzelf afschiet,’ sprak Wuyts bewonderend, ‘dat is geen halve lengte, dat zijn drie lengten.’ En De Cauwer: ‘Als je die een paar schaatsen onderbindt, wint hij alle vijfhonderd meters.’

Op het moment van Groenewegens meestersprint werd op de NOS een wedstrijd zaalkorfbal uitgezonden.

Het waren verwarrende dagen voor de sportliefhebber. Na Pyeongchang ben ik gelukkig weer de regisseur van mijn eigen leven.



‘Another Brick In The Wall’ is een serie columns van De Muur meesters zelve: Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp en John Kroon.

Leave a Reply