AL 45 JAAR OP ZOEK NAAR EEN NIEUWE MERCKX


Auteur: Peter Ouwerkerk

Altijd en álles willen winnen, dat gaat niet. Dat kon zelfs Eddy Merckx niet. De Kannibaal boekte 525 overwinningen, maar verloor toch ook nog twee op de drie wedstrijden die hij reed.

Sinds de dag dat Merckx een punt achter zijn carrière zette (19 maart 1978), kreeg iedere Belgische veelwinnaar het etiket De Nieuwe Merckx opgeplakt. Maar, zeker in de grote ronden is dat er nog steeds niet van gekomen.

Merckx won in 1974 zijn laatste Tour de France, moest in 1975 zijn meerdere erkennen in Bernard Thévenet, en zag in 1976 Lucien Van Impe in het geel de Champs-Élysées oprijden. De kleine Van Impe is de laatste Belgische Tourwinnaar. De laatste (en enige) Belg die de Vuelta a España won was Freddy Maertens (1977); in de Giro d’Italia was dat Johan Demuynck (1978). Ook alweer ruim veertig jaar geleden.

Een nieuwe Belgische eindzege in Tour, Giro of Vuelta – het is een vat vol valse hoop dat de Belgische wielersupporters maar niet kunnen lozen. Het leek een eeuwigdurend trauma.

Tót zich een paar jaar geleden een jongeman uit Schepdaal (Leuven) opstond en zijn vader vertelde dat hij genoeg had van de jeugdopleiding van RSC Anderlecht; dat hij liever wilde gaan wielrennen. Hij was zeventien toen hij wereldkampioen tijdrijden bij de junioren werd; op zijn negentiende kreeg hij een profcontract bij Patrick Lefevere (Quick-Step); een maand geleden tekende hij alvast voor vijf jaar bij. Tot 2027. Remco Evenepoel is de naam.

Evenepoel maakte begin 2020 een stormachtige entree in het profpeloton. Sterk, vastberaden, leergierig, overheersend, won semiklassiekers en etappewedstrijden. Kon in feite alleen worden gestopt door het pandemische virus, verspreid over de hele wereld. Toen de najaarskalender eindelijk weer openging, nam hij te veel risico’s in de Ronde van Lombardije, keilde in een ravijn en besefte dat hij voor hetzelfde geld nooit meer had kunnen fietsen.

Maar wielrenners hebben een kneedbaar lijf. Alle botten werden aan elkaar geschroefd, de rug was letterlijk weer gerecht, hij ging twee keer op hoogtestage, stapje voor stapje back to course. Het was een wonder dat hij fietste, een mirakel dat hij weer won. Maar de lijnen die waren uitgezet, bleven intact. Evenepoel zou een serieuze gooi gaan doen naar de eindklassementen van de grote ronden; te beginnen deze meimaand met de Giro.

En toen kwam de hele wielerbingo weer in beweging. Evenepoel, de zoveelste Nieuwe Merckx. Iedereen deed eraan mee, tutti quanti ventileerde zijn ideeën en gedachten.

Drie weken Giro. Nu al? Kan dat, mag dat, móét dat? En in welke positie? Wat was het doel, was er een plan? Houdt hij zich daaraan? Hij zei dat hij geen kopman wilde zijn; die eer liet hij vooralsnog aan João Almeida – in 2020 twee weken roze trui…? Écht? Nou ja, Remco zou wel zien hoe de praktijk ging lopen. Dat hij met rugnummer 91 vertrok, was louter marketingtechnisch.

De openingstijdrit was voor Filippo Ganna; Evenepoel werd zevende. Hij knikte instemmend. ’t Was beter nog maar even géén verantwoordelijkheid voor het roze te dragen; die trui kwam later wel. Eerst maar weer eens wennen aan het peloton; eerst het gevoel zien terug te krijgen.

De kranten pookten het vuurtje op. Samengevat: kom op Remco, doe iets, durf iets, onderneem iets, doe het voor ons! De hulp van de lezers werd ingeroepen, polls gelanceerd, iedereen mocht sociaal dagdromen. Remco was the man.

Alleen – uit de tv-beelden kon je de eerste week al opmaken dat hier nog geen grootse Evenepoel rondreed. Hij koerste flets, geen spoor van lef en durf, van onverschrokkenheid. En de geslepen mannen van INEOS zagen dat ook. Zodra de eerste heuvels kwamen, werd Evenepoel lichtjes onder druk gezet. Op het ritme van de stijgingspercentages dwarrelde hij machteloos richting tweede helft peloton.

Op de ‘Strade Bianche light’ van de Giro werd het opeens menens. Op het stof van de witte straten zocht REv vergeefs naar zijn derde en vierde adem. ‘Kopman’ Almeida moest zich laten terugzakken als reddingsboei van de Quick-Steps. Maar het was al te laat. De 35 kilometer grindpad naar Montalcino kostte Evenepoel twee minuten.

Twee dagen verder kwamen er nóg eens twee bij op de finale-keien van de Monte Zoncolan. Evenepoels veer stond op knappen. In plaats van grootspraak en optimisme maakte hij een nederige knieval naar de realiteit. Egan Bernal loerde tevreden naar de tussenstand op het digitale scherm: vier minuten ruimte, nog zeven etappes te gaan.

De kranten, de digitale media, de radio- en tv-commentatoren waren mild voor Evenepoel. Nog altijd pas 21, nog nooit drie weken in een grote ronde, nog nooit meegereden laat staan aangevallen op kilometerslange oerpaden, nog nooit aan een koninginnenrit geroken.

De definitieve klap volgde Tweede Pinksterdag. Er stonden 212 kilometers op de rol, maar er heersten polaire omstandigheden in de Dolomieten; zeker boven de 2000 meter. De etappe moest worden ingekort naar 155 km. Maar die coulance was aan Evenepoel niet besteed. Op de eerste klim zakte hij er al door; hij finishte op 24 minuten van Bernal. In het klassement terug naar plek 19, op 28 minuten.

Dinsdag is de tweede rustdag in de Giro. ‘Goudhaantje’ zal hem goed kunnen gebruiken. Doorgaan of niet; het hierbij laten of tegen beter weten in de drie weken volmaken? Had hij een fout gemaakt door te snel te herbeginnen? Mocht hij asjeblieft nog fouten maken? Was er nog plaats voor enig krediet?

Misschien waren de wielerschrijvers en -sprekers toch weer te veel supporter geweest, te veel fan. Hun jubelende berichtgeving was besprenkeld met gloria; het schier onmogelijke van hem geëist. Toen het kalf was verdronken, bonden ze in. De drang naar een Nieuwe Merckx had ze ook ditmaal ziende blind gemaakt.

Merckx won zijn eerste grote ronde in 1968, de Giro. Merckx was toen 23 jaar en al drie jaar prof. Evenepoel begon op zijn 21ste aan zijn eerste Ronde, had aspiraties en geheime verwachtingen voor het podium. Maar fysiek was hij nog broos, niet stoïcijns genoeg, niet onverschrokken.

Het is verleidelijk om al die geschreven verwachtingen nog eens terug te bladeren. Proef de hunkering naar onvoorwaardelijk heldendom – hem al vanaf zijn juniorentijd opgelegd door de fans en gewillige media. Wat opviel was de rust binnen zijn entourage.

Er gloorde weer eens een Nieuwe Merckx aan de horizon. Of deze geschikt is voor een Grote Ronde? We’ll see. Ooit komen zijn kwaliteiten terug, mits ze echt zijn. Maar nu éven rustig aan met hem.

Het moeilijkst voor een renner is het op het juiste moment terug te komen na een ingrijpende gebeurtenis, een bijna doodsmak. Hoe geduldig moet je zijn? Ook dat leer je in de ervaring van jaren.

Vergeet het smachten naar De Nieuwe Merckx. Vergeet je te willen spiegelen aan de Maestro. Bedenk: supermensen bestaan niet. (Op Merckx na, dan). Voorspelde roem is een wens, wankeler dan de vader van de gedachte.


‘Another Brick In The Wall’ is een serie columns van De Muur meesters zelve: Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp, John Kroon en Mart Smeets.


 

Leave a Reply