FROMEY IS NIKS, G IS NIKS, MAAR VLINDER IS HELEMAAL NIKS

• 22 juli 2018 


La Petite Brique 17


Auteur: Bart Jungmann

Wie hoort in dit rijtje niet thuis? Monsieur Chrono, De Kannibaal, Le Blaireau, El Rey, The Boss of Froomey. De preciezen onder ons zullen allicht de vijfde naam schrappen om de simpele reden dat The Boss officieel is opgehouden te bestaan.

De rekkelijken onder ons zullen voor Froomey kiezen, althans dat mag ik hopen. De andere vijf zijn bijnamen. Froomey is op z’n best een koosnaam en dan ook nog eens een behoorlijk stomme koosnaam. Wie Monsieur Chrono wordt genoemd of De Kannibaal, die moet wel een kampioen zijn. Froomey is een van de vier Teletubbies.

Met Geraint Thomas in de gele trui is het dezer dagen Froomey voor en Froomey na. Na zijn dagelijkse huldiging als klassementsleider moet Thomas honderd vragen beantwoorden. De helft daarvan gaat over zijn verhouding tot kopman Froome. In de antwoorden wordt dat dus Froomey.

Bijnamen luisteren nauw, zeker in een sport die daarin een traditie heeft opgebouwd. Ze specificeren een kwaliteit, een karaktertrek of een lichamelijke eigenaardigheid die zo kenmerkend is dat de echte naam achterwege kan blijven. De Adelaar van Toledo? Niemand minder dan Federico Bahamontes. De fietsende dwaas? Vanzelfsprekend Gerrit Schulte.

Maar Froomey klinkt als Bassie. Zo werd Marco van Basten destijds door de andere Ajacieden van zijn lichting genoemd. Ook een koosnaampje onder collega’s, maar gelukkig nooit ingeburgerd als bijnaam, en dat dreigt met Froomey wel te gebeuren. Je moet er toch niet aan denken, een rijtje van vijfvoudige Tourwinnaars, van wie er één voor eeuwig Froomey wordt genoemd.

In de huidige situatie kunnen twee wielrenners daarvoor een stokje steken. Allereerst Geraint Thomas zelf. Hij wordt G genoemd, niet meer dan een initiaal dus. Klinkt wel stoer, maar ook tamelijk obscuur en nietszeggend.

De ander is de Vlinder van Maastricht, eerlijk gezegd de ergste van alle bijnamen. Een journalist heeft dat in de Tour van 2013 bedacht toen Tom Dumoulin zich ontpopte als talentvol coureur. Het werkwoord deed de rest. Maar het suggereert een lichtvoetigheid die wezensvreemd is aan Dumoulin.

In de loop der jaren zijn een paar alternatieven de revue gepasseerd, maar geen heeft zich kunnen hechten. Turbo Tom is te veel alliteratie van het goede. Il Bello doet hem te kort als weldenkend mens.

Al twee weken broed ik op een bijnaam die iets zegt over zijn kwaliteiten of over zijn karakter. Het broeden heeft tot nu toe niets opgeleverd. Iemand een idee?


Tijdens de Tour de France van 2018 kunt u hier dagelijks een ‘La Petite Brique’ verwachten.
LPB is een serie columns van De Muur auteurs Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp, John Kroon en Bart Jungmann.


Leave a Reply