TOM DUMOULIN ZIJN


Auteur: John Kroon

photo BB/Cor Vos © 2021


Johan Cruijff was pas 31, een jaartje ouder dan Tom Dumoulin nu is, toen hij besloot om met voetbal te stoppen. Hij had het wel gezien in dat wereldje. Maar al na een jaar trapte hij weer tegen een bal. Nog vijf jaar bleef hij zijn sport op hoog niveau bedrijven. Kampioen met Ajax, kampioen met Feyenoord.

   Nu de mens Tom Dumoulin tegen de wielrenner Tom Dumoulin heeft gezegd dat hij er maar eens mee moet ophouden, in elk geval voor een tijd, moeten wielerfans dus maar hopen dat de honger naar de fiets het bij hem wint van de twijfel over de zin van het bestaan als topsporter.

   Het valt niet altijd mee om Tom Dumoulin te zijn, zoveel is de afgelopen dagen, en ook daarvoor al, wel duidelijk geworden. Al zijn er pelotons vol renners aan te wijzen die graag Tom Dumoulin zouden zijn. Een man met al een schitterende loopbaan in de wielersport achter zich. Oké, hij heeft de Tour niet gewonnen, net zomin als 99,999 procent van allen die ooit beroepsrenner waren of dat nu zijn. Verder valt er weinig te wensen.

   De afgelopen twee jaar heeft Dumoulin, geplaagd door blessures en aan de kant gehouden door corona, al ruimschoots de tijd gehad om over zijn toekomst na te denken. Maar hij besloot door te gaan met wielrennen tot hij direct daarna besloot om niet door te gaan. Een mens mag wispelturig zijn.

photo BB/Cor Vos © 2021

In de NOS-documentaire Code Geel zagen we een tobbende renner tijdens de Tour de France. Dumoulin werd geplaagd door een zitvlakblessure, twijfelde aan de ploegentactiek, ging op een bepaald moment zinloos kopwerk doen om zijn team een verkeerde dienst te bewijzen, begreep niet hoe een ander nog harder dan hij kon gaan in een tijdrit – en reed nog een heel behoorlijke Tour, zevende in het eindklassement.

   Maar je moet er maar zin in hebben. Om elk jaar een halfjaar lang of nog langer van hotel naar hotel te verkassen. Waar af en toe iemand je onaangekondigd om pakweg zes uur ’s ochtends komt wekken om een dopingcontrole te plegen. Polonaise aan je lijf. Je moet die lui ook nog het hele jaar lang ruim van tevoren van elke dag vertellen waar je dan zult zijn – en denk niet dat je dat voornemen zomaar spontaan kunt veranderen. Privacy? Hoezo?

   Het is thuis leuker.

   Je moet zware fysieke inspanningen leveren die goed beschouwd niet gezond zijn en dan maar hopen dat je onderweg niet te pletter valt. Daar staat dan mogelijk glorie tegenover waar je niet in alle opzichten op zit te wachten. Wielrennen, het is als je erover nadenkt – maar doe dat niet te veel – een zinloze bezigheid. Zoals wel meer in het leven. De organisatoren van een koers sturen je van A naar B. Maar wel langs omwegen, over bergen met diepe ravijnen, langs publiek dat maar even een glimp van je opvangt. Of, erger nog, ze hebben een circuit bedacht dat je van A naar A brengt. Moet je gaan naar waar je al bent, mag je je onderweg het snot voor de ogen en de kramp in de kuiten fietsen.

   Je wordt ervoor betaald, het moet van jezelf, het moet van de ploegleider, het moet van anderen, maar moet het eigenlijk wel? Je kunt ook een boek gaan lezen, een museum bezoeken, naar theater gaan, medicijnen studeren of op tv naar wielrennen kijken.

   Enfin, het is natuurlijk allemaal maar amateurpsychologie dat ze in die stukjes over je schrijven of wat ze op tv, radio of internet over je zeggen. Alleen Tom Dumoulin weet hoe het is om Tom Dumoulin te zijn.

Twijfel, het is een topsporter eigen. Zelfs Johan Cruijff ontkwam er niet aan, hoezeer de buitenwacht ook de indruk kreeg dat het een eigenschap was die hij bij zichzelf niet toeliet. Ook hij bezocht een psychiater – die nauwelijks iets hoefde te vragen; cliënt praatte uit zichzelf de tijd wel vol.

   Misschien zou Robert Gesink Tom Dumoulin van advies kunnen dienen, als hij dat al niet heeft gedaan. Ook over hem waren de verwachtingen van wielerminnend Nederland, zo’n twaalf jaar geleden, hooggespannen. Eindelijk weer een Nederlander die weleens de Tour zou kunnen winnen. Het kwam er niet van en Gesink besloot zich om te vormen van kopman tot meesterknecht, en inspanning te combineren met ontspanning. Hij is nu 34 jaar en nog niet van plan om te stoppen, van druk heeft hij geen last meer. ‘Ik ben meer zen dan tien jaar geleden,’ zei hij deze maand in het AD.

   Wat dat precies is moet iedereen maar voor zichzelf uitmaken. Na zijn carrière denkt Gesink dwars door Japan te gaan fietsen en naar Patagonië te gaan.

   Het is een manier van leven – genieten van de anonimiteit.


‘Another Brick In The Wall’ is een serie columns van De Muur meesters zelve: Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp, John Kroon en Mart Smeets.

Photo BB/Cor Vos © 2021


 

Leave a Reply