SCHOUDERKLOPJES EN EEN HANDDRUK VOOR PRIMOZ ROGLIC


Auteur: John Kroon

Normaal gesproken zou Caleb Ewan, mits hij de heuvels rond Nice goed had verteerd, afgelopen zaterdag de eerste etappe in de Tour de France hebben gewonnen en Egon Bernal de zware bergrit die zondag  al op het programma stond.

   Of voor hetzelfde geld, als die Tour gewoon was doorgegaan, waren twee anderen met de groene en gele trui aan de haal gegaan. Want gelukkig zijn de uitslagen van wielerkoersen gewoonlijk een stuk minder voorspelbaar dan van het nationaal wegkampioenschap 2020 van Slovenië. Daar eindigden Primoz Roglic als nummer één, Tadej Pogacar als nummer twee en Mateh Mohoric als nummer drie. De finish ging bergop. Was dit een voetbaltoto geweest, dan had je ze in die volgorde ook een eentje, een tweetje en een drietje gegeven.

Wel moet ik toegeven dat ik de overwinning van Urska Pintar bij de vrouwen niet direct had voorzien. Je hebt nu eenmaal kenners en pseudo-kenners.

   Afgelopen zondag, toen in het oude normaal de tweede etappe in de Tour zou zijn verreden, werd in Slovenië om de tijdrittitels gestreden. Nu won Pogacar voor Roglic en Jan Polanc, en een andere Urska, Zigart, bij de vrouwen.

   De uitslagen bij de mannen, renners van naam, lieten zien dat Slovenië weleens slechter in zijn topcoureurs heeft gezeten. Maar dat was niet de reden dat de internationale belangstelling voor de nationale titelstrijd in dit land nog nooit zo groot was als nu. De Sloveense kampioenschappen markeerden de heropening van het wielerjaar 2020 en daar keek iedereen met hart voor de koers naar uit. In dit jaar waarin een hardnekkig en nog altijd wat mysterieus virus het peloton in maart wereldwijd tot een maandenlange surplace bracht.

Qua corona-beheersing ging het in Ambroz pod Krvavcem flink mis. In dit bergdorp van 74 inwoners in het noorden van Slovenië was Roglic als eerste over de finish gekomen en werd hij samen met Pogacar en Mohoric schouder aan schouder op een podium gezet. Ze moesten wel, meer ruimte was er niet. Primoz droeg ook nog Roglic junior op zijn arm. Fotografen verdrongen elkaar om dat plaatje te schieten. Wellicht in de veronderstelling dat anderhalve centimeter de nieuwe norm was. Daarna schudde een fan Roglic de hand. Toen had hij al heel wat klopjes op de schouders achter de rug.

   Een paar dagen later gaf in Nederland premier Mark Rutte een persconferentie. ‘Jongens, echt, anderhalve meter, ik kan het niet vaak genoeg benadrukken.’ Zijn collega Janez Jansa van Slovenië zou het kunnen beamen, want voor zijn burgers geldt hetzelfde dringende advies. Niet vreemd voor een land dat aan Noord-Italië grenst.

Maar het valt niet mee om een advies op te volgen als dat in zoveel situaties onmogelijk is of niet eens geldt. In vliegtuigen, op voetbalvelden, in wielerkoersen. Bij sportwedstrijden maakt bovendien het alternatief, het dragen van een mondkapje, ook geen kans. Wil je tenminste voorkomen dat voetballers of wielrenners flauwvallen van hitte of benauwdheid.

De UCI heeft met het oog op het pandemische coronavirus richtlijnen opgesteld voor de komende wierkoersen. Ze beslaan samen dertien A4’tjes. Organisatoren, renners, ploegleiders, mecaniciens, teamartsen, fotografen, cameramensen en andere volgers hebben nog een paar weken de tijd om ze uit het hoofd te leren voordat de drukste wielerwedstrijden van het jaar beginnen. Zodat ze weten dat de blokken van een podium anderhalve meter van elkaar moeten worden geplaatst. Dat renners elkaar na afloop niet mogen aanraken, en dan juist wel mondkapjes moeten dragen. En zo is er nog het een en ander aan instructies bedacht.

   Het is niet eenvoudig om de logica te ontdekken achter al deze regels. Daar kun je maar beter niet aan beginnen onder het motto: als de dokter het zegt, zal het wel zo zijn. De stuurgroep (negen mannen, twee vrouwen) die de richtlijnen heeft opgesteld kan niet van wielervreemdheid worden beticht. Er zitten oud-renners in (zoals veldrijdster Katherina Nash en Richard Chassot, tevens tv-commentator en wielerorganisator) en ploegartsen als de Nederlander Anko Boelens (Sunweb) en de Belg Michel Cerfontaine (Cofidis). 

   De corona-normen hebben de wielersport alvast een nieuwe functionaris opgeleverd: de ‘COVID-19 Coördinator’. Deze persoon dient een infectiespecialist te zijn die op de hoogte is van de coronaregels in het land waar de koers wordt gereden en die bijhoudt hoe het er met de pandemie voorstaat. De COVID-19 Coördinator krijgt een centrale rol in de koers. Hopelijk is het een baan met weinig toekomst.

   De deelnemers zullen regelmatig op het virus worden onderzocht en als er één beroepsgroep is die weet hoe negatief een positieve uitslag van een controle voor hen kan uitpakken, dan zijn het wel wielrenners. Een contraexpertise kunnen ze ditmaal wel vergeten.

   Er zal dit jaar in het peloton weinig worden gehoest. Het snot voor de ogen rijden: doe het niet.


‘Another Brick In The Wall’ is een serie columns van De Muur meesters zelve: Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp, John Kroon en Mart Smeets.


Leave a Reply