PROFWIELRENNEN IS ZOWAAR EEN FAMILIESPORT GEWORDEN


Auteur: Peter Ouwerkerk

Vroeger was alles anders. Aan een fietsframe zitten nog steeds twee wielen, een stuur, twee trappers en een ketting, maar daarmee houdt elke verdere vergelijking met de hedendaagse racefiets op.

In De Muur #73 staat een interessant verhaal van Joost-Jan Kool over de ingrijpende veranderingen die de afgelopen decennia op dat terrein hebben plaats gevonden. Hoe datatech en biotech ook de wielerwereld ingrijpend op zijn kop hebben gezet; en wat ons allemaal nog te wachten staat. Zeker als die technologie overal en ergens voor ‘iedereen’ beschikbaar is, kan ‘iedereen’ meefietsen op de wereldwijde progressie in de 21ste eeuw.

Neem een begrip als hoogtestage; de up to date vorm van trainingskamp.

Veertig jaar geleden bereidden wielrenners zich op het nieuwe seizoen voor door gezamenlijk op trainingskamp te gaan. Lekker twee weken kilometers maken in de februarizon aan de Côte d’Azur, Andalusië of Mallorca. Althans, de rijkere ploegen. De formaties met kleinere budgetten waren genoodzaakt te trainen in het onvoorspelbare ongemak van het winterse noorden. Die stonden al bij voorbaat op achterstand.

En toen was er op de grens van de jaren tachtig en negentig ineens het trainingskamp van Gert-Jan Theunisse op Tenerife. Theunisse was voor een jaar geschorst wegens een verwarrende testosteronspiegel, en zocht en vond frisse lucht aan de voet van de stratovulkaan Teïde (3700 meter).

Of die training op hoogten van ruim boven de 2000 meter toeval was of een bewuste keuze is niet bekend. Maar feit is dat wat Theunisse daar op dat Canarisch eiland deed een eerste stap was naar het ‘legaal kweken van rode bloedlichaampjes’. Die verhogen het zuurstofgehalte van de longen, dus ook het presterend vermogen.

Theunisse werd vergezeld door zijn vrouw Lieske, zijn schoonvader Piet Libregts en zijn wielervriend Jos van der Pas. Toen anderen er lucht van kregen, voegden ook ploegmaats als Steven Rooks en Jesper Skibby zich bij GJT.

Leek de hele situatie nogal monotoon en deprimerend, en het verblijf in de (enige) parador in de buurt nogal saai – Theunisse voelde de afzondering vooral inspirerend voor zijn rentree, in de Ronde van Luxemburg in 1991. Hij trainde onder ideale omstandigheden: hij kon de hellingen op en af, er lag een hoogvlakte met 25 kilometer asfalt, de zon scheen altijd. Kost en inwoning waren voor eigen rekening: Lieske kookte gezonde kost, GJT had er het geld graag voor over.

Als Theunisse een pionier was, kent hij inmiddels duizenden navolgers. De biotechnologie heeft het verhaal van de rode bloedlichaampjes opgediept en uitgediept en daarmee een basis voor het hedendaags presteren gelegd. Wie geen stage op hoogte doet, kan een prettige erelijst wel vergeten.

Niet alleen het rijden van wedstrijden doet ertoe, ‘koers’ is evengoed de minutieuze voorbereiding daarop. Geen WorldTour-cluster of er wordt tegenwoordig specifiek voor getraind. Het ene ‘blok’ na het andere. Het liefst in groepsverband. Parcourskennis is één, de corpus maximus is een even belangrijke voorwaarde. Sterker: het lichaam kan preciezer worden getraind dan ooit.

Er zijn dit jaar renners die in het voorjaar twee stages hebben afgewerkt, en in de maand voor de Tour nóg eens twee. Renners die met soms minder dan twintig koersdagen aan de start van de 108ste Tour de France verschijnen, zijn geen uitzondering. In de jaren zeventig was het alleen Lucien Van Impe die na de Ardennenklassiekers niet meer in wedstrijden uitkwam. De Merckxen en Zoetemelks maalden jaarlijks net zo makkelijk 100 tot 130 wedstrijden weg.

WorldTour-renners zijn luxe raspaarden geworden, en als ze dat nog níét zijn worden ze wel zo gemaakt. De échte voorbereiding op de Tour speelt zich amper meer in wedstrijden als Dauphiné, Zwitserland of Romandië af. Voor een perfecte Tour gaan ze tegenwoordig naar Girona, de Sierra Nevada, Andorra, Tignes en meer oorden waar het niet alleen voor de wintersport en het belastingklimaat goed toeven is. Wielrenners hebben er huizen gekocht of appartementen gehuurd; zelfs in Monaco komen ze met het hele gezin.

Het zwaartepunt voor bijvoorbeeld de Jumbo-Visma’s lag afgelopen maanden vooral in Tignes. Daar zat begin juni de halve Tourploeg van Roglic, Van Aert, Kruijswijk c.s. in een rijtje chalets op ruim 2000 meter hoogte naast elkaar. De trainingsschema’s worden gezamenlijk afgewerkt; huisvesting moesten de renners zelf bekostigen, maar de staf van de ploeg zorgde voor ieders eten, drinken, fysieke en mechanische ondersteuning.

Niks meer op individuele afzondering, niks meer op een weinig sociaal trainingskamp – gewoon voor de rode bloedlichaampjes strak aan het werk in de Alpen. Maar na gedane arbeid even gewoon met het gezin aan tafel met nat gedouchte haartjes naar bed. Alles is anders (geworden).

Gert-Jan en Lieske Theunisse nestelden zich nog als einzelgänger op vulkanische hoogte; Greg LeMond trok met gezin en verdere aanhang per Tourbus door Europa; anno 2021 verdubbelen de grote ploegen de rode bloedlichaampjes binnen handbereik van hun familie.

Topwielrennen is een familiesport geworden – mits de pandemische bubbels worden gerespecteerd. Vroeger draaide alles om de man en zijn fiets, anno 2021 wordt het steeds leuker de vrouw van een wielrenner te zijn. Wielrenners en hun ega’s zijn tegenwoordig ‘samen’ zwanger, en bevallen doen ‘ze’ ook samen, liet Patrick Lefevere onlangs noteren in een column.

Maar welke aanpak ook – niets geeft de garantie van een overwinning op het Nederlands Kampioenschap. Voor de VAM-berg hoef je ook niet op trainingskamp; de Col du Vam heeft een heel andere charme.

Gilbert Bécaud nog maar eens afgestoft – L’important, Timo Roosen, L’important, Timo Roosen…


‘Another Brick In The Wall’ is een serie columns van De Muur meesters zelve: Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp, John Kroon en Mart Smeets.


 

Leave a Reply