Pieter Weening zal de Tour niet winnen


Auteur: John Kroon

Hoewel het nog november is komt dezer dagen menig wielrenner tot de conclusie dat hij ook de herfst van zijn carrière al achter de rug heeft. En als hij dat zelf niet door heeft, krijgt hij het wel te horen van de ploegleiding. 

   Tom Leezer, Ian Stannard, Jürgen Roelands, Stijn Vandenbergh, Tom-Jelte Slagter, het is maar een greep uit de renners over wie in de uitslagen nooit meer DNF zal worden vermeld, omdat ze al niet meer aan de startlijn zullen verschijnen.

   Rijdend langs de wilgen kwam ook Pieter Weening onlangs tot de conclusie dat zijn racefiets aan een definitieve bestemming toe was. Te beweren dat zijn loopbaan daarmee in de knop is gebroken, zou schromelijk overdreven zijn. Hij wordt volgend jaar veertig.

   Daarmee staat nu ook vast dat Pieter Weening nimmer de Tour de France zal winnen.

   Pardon? Wisten we dat niet al een jaar of vijftien zeker?

   Jawel, maar het was voor naïeve lezers toch hoopvol dat het wielertijdschrift De Muur in de jaren 2003-2005 een achtdelige serie publiceerde onder de hardnekkig volgehouden kop ‘Pieter Weening op weg naar de Tourzege’.

   De wens was hier de verwekker van de gedachte. Voortkomend, vermoedelijk, uit het frustrerende gegeven dat wielerland Nederland in zijn hele historie maar twee Tourwinnaars heeft weten te produceren. Dat is er één minder dan Luxemburg, een land dat minder inwoners telt dan de provincie Friesland.

   Wat Hennie Kuiper, Erik Breukink en Steven Rooks niet was gelukt, dat moest Pieter Weening dan maar presteren.

De serie werd geschreven door een voormalige sportjournalist van de Leeuwarder Courant en dat verklaart al het een en ander. Want Pieter Weening, deel uitmakend van een gezin met tien kinderen, is geboren in Harkema, het Friese dorp waar trouwens ook de wieg stond van Wiebren Veenstra, die in 1991 als 157ste de Tour de France had beëindigd.

   Weening was in 2002 zesde geworden in de Tour de l’Avenir op maar 34 seconden van winnaar Jevgeni Petrov, die in 2004 toch maar mooi als 38ste in de Tour eindigde – beter werd het daarna niet meer voor hem.

   Zo leek er dus een hoopvolle toekomst voor Weening weggelegd. Zelf had hij in 2001 al in de Leeuwarder Courant verklaard dat hij meer een renner fan it klassemint was. ‘De etappekoersen yn Frankrijk en Spanje lizze my it beste.’ De voormalige sportjournalist gaf in De Muur wel toe dat Weening niet had gezegd: Ik sil de Tour de France wol efkes winnen. Dus deed de serieschrijver zelf maar de prognose dat Pieter Weening in 2008 op 27-jarige leeftijd de eindzege in Tour de France voor de eerste keer op zijn naam zou brengen. ‘Dat is 28 jaar na Zoetemelk en 40 jaar na Janssen. Het zal verdorie een keer tijd worden ook.’

   Het scheelde maar 62 plaatsen in de eindrangschikking of het was Weening in de Tour van 2008 ook nog gelukt.

   Als klassementsrenner won hij wel de Ronde van Polen en de Ronde van Noorwegen, maar niet de Ronde van Frankrijk.

   Het succes waaraan Weening het meest wordt herinnerd boekte hij drie jaar voorafgaand aan het jaar waarin hij de Tour niet won. In 2005 versloeg hij in Gérardmer in een bloedstollende sprint à deux Andreas Klöden met een paar millimeter verschil. De prognose in De Muur kreeg nu ook in buitenlandse kranten aandacht, al stelde de Vlaming Willie Verhegghe bij die gelegenheid in dichtvorm wel de hamvraag: ‘Was dit de praat voor de vaak van een bezopen journalist/ van een fantast die zijn droom voor werkelijkheid houdt?’

   Die journalist, al dan niet bezopen, was maar matig tevreden met de etappezege die Weening in deze Tour de France had geboekt. Piekte hij zo niet te vroeg? Leidde dit niet af van het hogere doel? ‘Het stelt niks voor, een ritje, op de palmares van een toekomstig Tourwinnaar, dat mogen we niet vergeten,’ zo besloot hij het achtste en laatste deel van zijn veelbesproken serie.

Resteerde de vraag of die steeds maar weer herhaalde voorspelling niet een onevenredig grote, ja onmenselijke druk op de schouders van Pieter Weening had gelegd. Kon hij de hoop van een ganse natie, die snakte naar een Nederlandse Tourwinnaar, in werkelijkheid omzetten? Of had hij zelf wel door dat al die artikelen vooral, of eigenlijk alleen maar, geschreven waren omdat het leuk was om ze te schrijven – en te lezen?

   Welnu, in 2015, toen hij in De Muur zijn beroep als wielrenner besprak, zei hij er dit over: ‘Ik heb die stukken zelf nooit gelezen.’

Nog vijf jaar daarna was Weening de renner die in elke ploeg waar hij voor uitkwam dienstbare en nuttige arbeid verrichtte, hij maakte een onverslijtbare indruk. Een sympathieke coureur.

   Die prognose is nooit uitgekomen. Maar in 2028 zal Pieter Weening de ploegleider zijn die eindelijk weer eens een Nederlandse wielrenner naar de overwinning in de Tour de France begeleidt. Wedden?


‘Another Brick In The Wall’ is een serie columns van De Muur meesters zelve: Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp, John Kroon en Mart Smeets.

Foto: Dion Kerckhoffs/Cor Vos © 2020


 

Leave a Reply