OVER DE VELE DYLANS GROENEWEGEN

• 11 juli 2018 


La Petite Brique 6


Auteur: Peter Ouwerkerk

Je hebt vele soorten renners. Aanvallers, linkmiegels, baroudeurs, profiteurs, wegcaptains, kopmannen, knechten en andere waterdragers. Je hebt klimmers met slanke spiervezels, sprinters met dikke ballonkuiten, je hebt lead-out men voor de massasprints, je hebt gestroomlijnde tijdrijders, solisten met een onverzettelijke kop, gezamenlijke avonturiers, je hebt slimmeriken en je hebt dommeriken.

Daarom kun je ook niet elke dag winnen. De verwachtingen zijn dikwijls te hoog en niet realistisch. Dromen zijn vaker bedrog dan dat ze uitkomen. Je zit met 176 man in de Tour, daarvan kan er per dag maar eentje winnen; zelfs de nevenklassementen zijn een schrale troost.

Dylan Groenwegen is naar de 105de Tour gekomen als potentiële etappewinnaar. Hij is sprinter, won vorig jaar de slotrit op de Champs-Élysées en was in de ogen van velen (Nederlanders vooral) kandidaat nummer één voor de openingsrit in de Vendée. Of anders wel rit 2 of rit 4, of nog wel een stuk of drie, vier meer. Zeven kansen, toeterde het door zijn hoofd. Hij knikte braaf van ‘ja’, maar hij wist ook dat het zo niet werkt. Het profiel van de zeven aangekruiste ritten was zo vlak als een leisteen. Sprinten doe je alleen niet op papier maar op straat. En op de straat loert het gevaar.

Etappezeges komen niet op bestelling. Je kunt bewezen hebben dat je van alle wereldsprinters een van de beste jongeren bent, maar om een etappe te winnen, moeten alle omstandigheden ideaal zijn. Is de slotkilometer vlak of heuvelop – daar begint het al mee. Hoe ben je afgeleverd door je ‘treintje’ of je lead-out man; hoe blijf je uit de wind; hoe zorg je dat je niet opgesloten raakt; wiens wiel kies je om je te kunnen lanceren; hoe blijf je uit de hekken; wanneer kom je op kop, niet te vroeg maar ook niet te laat; hoe dwing je geluk af, hoe voorkom je botte pech?

Als je met een man of tien een sprint aangaat, sprint je tegen concurrenten die dezelfde afwegingen hebben als jij. Stuit je op een situatie aan duizenden mogelijkheden: 1 x 2 x 3 x 4 x 5 x 6 x 7 x 10 x 8 x 9 x 10 = ? Reken maar uit op je iPhone. Ook al won je vorig jaar het WK voor wegsprinters in Parijs, als jij niet over het totaalpakket aan fracties beter, sneller, handiger, geslepener, slimmer én gelukkiger beschikt, maak je geen kans. En dus helemaal niet tegen iemand als Fernando Gaviria, lid van het klasse-collectief Quick-Step.

In rit 1 had Dylan Groenewegen ‘de benen’ niet en werd hij 6de, in rit 2 zat hij achter de valpartij in de laatste bocht: 32ste , in rit 4 kwam hij te laat op snelheid: 4de.

Al na rit 1 begonnen de media Dylan Groenewegen te vragen hoe het nou verder moest, of hij nog kans zag een ritje te winnen. Tja, wat moest hij daar nou voor antwoord op geven? Of zou hij al die vraagstellers maar gewoon doorsturen naar Marcel Kittel, André Greipel of John Degenkolb?


Tijdens de Tour de France van 2018 kunt u hier dagelijks een ‘La Petite Brique’ verwachten.
LPB is een serie columns van De Muur auteurs Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp, John Kroon en Bart Jungmann.


Leave a Reply