Auteur: Bert Wagendorp
Voor Luik-Bastenaken-Luik hou ik nooit mijn adem in. De koers heeft iets langdradigs, de Ardennen hebben iets mistroostigs en iets te vaak wint er iemand van wie je zegt: tja. Ik heb één keer een bloedspannende LBL meegemaakt, maar dat was toen mijn vriendin op de slaapkamer lag te bevallen en mij verzocht naar beneden te gaan met mijn nerveuze gedrentel: beneden won Moreno Argentin zijn vierde Luik-Bastenaken-Luik. (Kijkersvraag: hoe oud is mijn dochter, zondagskind Hannah, deze week geworden?)
Dit jaar is het anders. De 112e aflevering van La Doyenne staat in het teken van één man: niet Tadej Pogacar, niet Remco Evenepoel, maar Paul Seixas. Wonderkinderen komen en gaan, voor ze het weten zijn ze wonderkind af en bevorderd naar de categorie winnaars of gedegradeerd naar de afdeling eeuwige beloftes.
Paul Seixas is 19 jaar oud en behoort bij de afdeling wonderkinderen h.c.: de zeldzame, grote talenten die zich razendsnel naar de voorste rijen van het peloton drummen, daar om zich heen kijken en tegen de gevestigde orde zeggen: hier ben ik, probeer me maar te verslaan.
Afgelopen woensdag won Seixas De Waalse Pijl – hij had de Muur van Huy nog nooit eerder beklommen maar fietste er omhoog alsof hij op een e-bike zat. Routineus en berekenend. Twee versnellingen waren voldoende om de concurrentie ervan te doordringen dat ze met een kansloze missie bezig waren. Het interview met Mauro Schmid na afloop was veelzeggend: Schmid was dolblij met de tweede plaats – alsof de eerste plaats al vóór de koers was toegewezen.
Seixas, een slungelachtige adolescent, leek niet echt verbaasd. Hij had op de klim zijn concurrenten kalmpjes gemonsterd, een keer versneld en toen nog een keer versneld. Dat was het.
[Tekst loopt verder onder de afbeelding]
Seixas is geen uitbundige winnaar, voor hem is winnen iets vanzelfsprekends, zonder dat hij arrogant overkomt. Het is meer zoals sommige wonderkinderen piano spelen: moeiteloos, zich amper bewust van hun buitensporige aanleg en vol verbazing dat anderen Beethoven niet even prachtig voor het voetlicht kunnen brengen.
Maar, eerlijk is eerlijk, de échte concurrentie was in Huy niet aanwezig. Seixas versloeg de wereldtop op dit soort aankomsten (Schmid, Tulett, Cosnefroy, Skjelmose, Grégoire, Scaroni) maar niet de categorie die daar nog boven staat, de buitenaardsen. Die waren Luik-Bastenaken-Luik aan het voorbereiden: Tadej Pogacar en Remco Evenepoel. Die twee weten dat ze zondag te maken zullen krijgen met een coureur die zich in hún universum wil vestigen; die, als het even kan, hún alleenheerschappij wil betwisten. LBL is sinds 2021 hun exclusieve domein en het is niet de bedoeling dat ene Paul Seixas zijn deel van de koek komt opeisen.
Na de Strade Bianche, waar de begerige jongeling nog ten onder ging tegen de alleenheerser, volgt in Luik-Bastenaken-Luik een tweede confrontatie. Het belooft een episch gevecht te worden, de eerste keer dat de macht zal worden uitgedaagd en de uitdager zich bekend maakt.
Seixas’ opkomst is zo spectaculair dat niemand er meer aan twijfelt dat hij het godenkind is dat zichzelf binnen een paar jaar tot de nieuwe keizer zal kronen. Het opmerkelijke is, dat Seixas niet onder de torenhoge verwachtingen gebukt lijkt te gaan – een superieur trekje dat de allergrootsten kenmerkt.
Machtsovernames kondigen zich altijd lang vantevoren aan. Zondag zien we het eerste echte teken aan de wand.
Meer verhalen? Abonneer je op de gratis nieuwsbrief van De Muur!

Foto: Cor Vos
