Auteur: Bert Wagendorp
Zondag wordt voor de zestigste keer de Amstel Gold Race verreden. De Amstel Gold Race is de enige Nederlandse eendaagse wedstrijd in de UCI World Tour. Het is een schitterende wedstrijd met een palmarès vol grote namen, honderden memorabele momenten en Mart Smeets roemruchte interview met Gerrie Knetemann na diens tweede zege. De Amstel Gold Race is een wedstrijd die je als professional graag wilt winnen.
En toch wil het de Amstel Gold Race maar niet lukken om te stijgen in de hiërarchie van grote wielerwedstrijden. Laat staan dat de Amstel Gold Race het gat met de vijf klassieke monumenten de afgelopen decennia kleiner heeft gemaakt. Dat zijn koersen die een carrière kunnen veranderen en dat is de Amstel Gold Race niet. Mooi als hij op je erelijst prijkt, jammer als dat niet zo is.
Hoe kan dat? Je zou denken dat een zestig jaar oude wedstrijd zo langzamerhand het respect van de ouderdom verdient en in aanzien groeit.
Het ligt niet aan het parkoers van de Amstel Gold Race. Dat is in de loop der jaren en onder invloed van koersdirecteur Leo van Vliet steeds beter geworden. Het ligt ook niet aan het deelnemersveld, al dreigt dit jaar een van de zwakker bezette edities te worden. Dat is overigens deel van het probleem: de Amstel Gold Race is een nog altijd een wedstrijd die zich zonder al te veel pijn uit het programma laat schrappen.
Het is niet de plek op de kalender. Die is er, als eerste van de drie Ardeense klassiekers, alleen maar op vooruit gegaan. Het ligt niet aan het publiek in de Limburgse heuvels, dat altijd en masse komt opdagen. Misschien heeft de Amstel Gold Race een klein veiligheidsprobleem, maar dat is geen reden tot grote zorg. Het heeft ook niks te maken met de organisatie: die is meestal vlekkeloos.
Er is sinds een paar jaar een vrouwen-editie, en de zaterdag voorafgaand aan de koers wordt er een grote toereditie verreden: de Amstel Gold Race is meer dan een wielerkoers, het is een wielerfeest.
Dat de Amstel Gold Race niettemin blijft hangen op het niveau van de de E3-prijs, de Scheldeprijs en de Waalse Pijl – met alle respect natuurlijk – heeft, als er al een logische verklaring voor is te vinden tenminste, te maken met iets anders.
Het is de naam, die ik nu al een paar keer teveel hebt opgetikt.
De invloed van een naam wordt vaak onderschat. Niet alleen bij wielerkoersen, maar ook bij mensen, automerken en wasmiddelen. Niet voor niets tobben mensen maandenlang met de naam van hun aanstaande kind, zien ze soms af van de aanschaf van een auto omdat die een bezopen naam heeft (Fiat Multipla) of zijn ze verknocht aan een wasmiddel omdat de naam hen zo vertrouwd is geworden.
In de naam ligt de persoonlijkheid verborgen. Noem en naam en je hebt onmiddellijk de bijbehorende karaktertrekken voor ogen. Zeg ‘Theodoor-Ernst’ en je weet dat je met een hockeyer te maken hebt en niet met een wielrenner. Zeg Amstel Gold Race en je denkt: plat-Amsterdams en toffe jongens krentenbrood.
Toen de Amstel Gold Race in 1966 in het leven werd geroepen moet er amper over de naam zijn nagedacht. De Amstel bierbrouwerij, toen nog geen onderdeel van het grote Heineken, fourneerde het benodigde geld en in ruil ging de wedstrijd heten naar hun meest prestigieuze biertje. Amstel Gold was een ondergistend pils met 7 procent alcohol dat in 1956 voor het eerst op de markt was gekomen en dat in 2015 voor het laatst werd verkocht.
Met die achteloze naamkeuze was het pleit praktisch beslecht en veroordeelde de AGRace zich tot de categorie van de B-garnituur, tot die der reclamekoersen. Als je Amstel Gold wilt heten moet je bier gaan brouwen en geen wielerkoers worden. De enige andere eendaagse Wereldbeker-koers met een bedrijfsnaam in de titel is de E3 Saxo Classic en het imago van die koers blijft ook hangen.
Toen Strade Bianche twintig jaar geleden voor het eerst werd georganiseerd was het een onbekende wedstrijd. Het kwam niet bij de organisatie op om de koers de Peroni Strade van de Witte Schuimkraag te noemen. Nu is de wedstrijd een klassieker die veel hoger staat aangeschreven dan de AGR en wordt hij ook wel het ‘zesde monument’ genoemd.
Als de Amstel Gold Race nog iets van ambitie in haar lijf heeft, als directeur Tom Dumoulin de koers omhoog wil stuwen in de vaart der volkeren, dan moet er één ding gebeuren: de naam moet veranderen. Een verdwenen pilsje als naamgever heeft geen niveau. Gooi dat veredelde afwaswater eruit en bedenk een stijlvol alternatief. De organisator van de koers, Flanders Classics, heeft ervaring met nieuwe namen voor oude koersen (zie Gent-Wevelgem), dus die moeten iets kunnen bedenken dat de koers een stevige boost geeft.

Foto: © Cor Vos