JEROEN WIELAERT ZWERFT DOOR DE TOUR // dag 23


2017



In een halve eeuw als adept van de Tour heb ik niet louter zomers van liefde beleefd. Het zat vol omwentelingen, vaak in een jaar eindigend op een 7. Nu zit ik in Pavillon Montmartre voor een zondagse voltooiing op kamer Belleville.

Als evenement vol glorie en pijn heeft de Tour de France altijd mooie verhalen en overpeinzingen opgeleverd, geschreven door stijlvolle verslaggevers. Een van hen was Pierre Chany. Hij observeerde: ‘Als de Tour de France niet meer was dan een wielerwedstrijd, zou hij het niet verdienen om er een heel leven aan te wijden.’

Ik las de zin ergens in de jaren negentig. Hij was raak, zo was het ook voor mij en in die geest ben ik altijd verder gegaan, in wisselende rollen, in het besef van de betrekkelijkheid van alles. De Tour is door het jaar heen hoogst onbelangrijk, behalve in drie weken in juli.

Er is meer nodig, om het wezen van de ronde te bevatten van a tot z.

De Tour is adembenemend, een bezoeking, een chaos, doping, epos en escape, feest, file, Frans, een gekte, een heksenketel, illusie, jongensboek, kwelling, levenswijze, motor, naslagwerk, omweg, passie, querulant, rally, snoever, titaan, uittocht, verslaving, weelde, x-tra, ysje, de zomer.

Kortom: een ernstige, intensieve, luidruchtige, zware zotheid.

2007 markeerde voor mij een terugkeer. Ik kon weer voluit genieten van de drukte op de pleinen en van het werk zelf, vooral de columns. In 2008 voegde ik me weer bij Radio Tour de France, na enige veranderingen in de aansturing. Mijn taak werd het volgen van de buitenlandse renners. 2009 werd de hilarische Tour van de terugkeer van Lance Armstrong. 2010 bracht zijn genadeloze neergang. Andere Engelstaligen namen het van hem over, met de ene na de andere historische zege. De eerste Australische van Cadel Evans, de eerste Engelse van Bradley Wiggins, de eerste van opvolger Chris Froome, een tussendoortje van Vincenzo Nibali en daarna Froome, Froome, Froome.

Het ging goed, tot na de Tour van 2013. In november werd bekend dat de Tour van 2015 in Utrecht ging starten. Dat was mede het resultaat van een initiatief dat ik als inwoner van de stad had genomen met een goede vriend, naar het voorbeeld van collega Dick Heuvelman die erin was geslaagd om de Giro naar Groningen te krijgen. Het Utrechtse burgersucces viel in Hilversum niet unaniem in goede aarde. Er zou maar verwarring kunnen ontstaan over een dubbele rol. Mijn taak in de Tour werd opgeheven. Het was alsof Ronald Giphart belet werd om verder nog over liefde en seks te schrijven.

Er was maar één manier om deze pijnlijke ingreep te verwerken: toch naar de Tour vertrekken. In het voorjaar van 2014 kwam Jaap van Essen me opzoeken, de toenmalige chef-sport van de Persdienst. Hij stelde voor dat ik columns ging maken die niet over de koers zelf zouden gaan, maar wel over de steden en streken waar hij zich elke dag bewoog. Hier zat een man die mijn hartstocht en ervaring op waarde wist te schatten. Jaap is inmiddels overleden. Sindsdien ben ik wel in die richting doorgegaan. De Tour blijft de Tour, maar elke zomer zijn er nieuwe verhalen te halen, op tal van omwegen.

Bij aankomst in Parijs was het regenachtig gisteravond, na dagen van grote hitte. Ik had een voldaan gevoel. Het was soms weer afzien geweest, het was ook weer een paar dagen te lang, de wedstrijd eindigde in een soort anticlimax. Toch was het mooi om elke dag voort te gaan door prachtlandschappen die niet op de route lagen en mensen te ontmoeten ver van de etappeplaatsen vandaan of er middenin. Het was geweldig om zo vrij te werken.

Het is klaar voor een jaar. Ik ga weer heel andere dingen doen. Vooraf dacht ik dat 2017 mijn afscheid zou worden. Ik zal de Champs niet zien, die champagnerondjes geloof ik wel. In 2018 gaat het allemaal weer verder op de Passage du Gois. Ik moet nog zien of ik dan goeie benen heb en andermaal een goede combine vind om verder te schrijven.


JEROEN WIELAERT


Jeroen Wielaert zit in zijn 31ste Tour. Hij zal hier dagelijks met een impressie komen.

Leave a Reply