Hoe mooi zou het zijn als Jonas Vingegaard als potentieel Tourwinnaar zou zijn gespot op de visveiling van Urk?

Auteur: Bert Wagendorp

Photo: Nico Vereecken/PN/Cor Vos © 2022


Tien Nederlanders gingen twee weken geleden van start in de 109e Tour de France. Geen dieptepunt, in 1999 waren het er maar vijf, maar heel wat minder dan in het recordjaar 1989, toen het er 27 waren. Met het afstappen van Mathieu van der Poel zijn er nog negen vaderlandse troeven over: magertjes. Bovendien zijn het geen echte troeven. 

Nog maar een paar jaar geleden leek de toekomst van de Nederlanders in de Tour voorlopig verzekerd. Met Dumoulin, Kruijswijk en Kelderman beschikte Nederland over kandidaten voor het podium, als ze de Ronde in de komende jaren al niet naar hun hand zouden weten te zetten. De podiumplaatsen kwamen er, maar de gele trui bleef altijd buiten bereik. 

Kelderman, vorig jaar nog vijfde in de Tour, ging dit jaar als helper naar de Giro en werd door Bora buiten de ploeg gehouden voor de Franse ronde. Sam Oomen, een paar jaar geleden nog prominent in de Vuelta, is ook afgehaakt. 

Nu is Steven Kruijswijk op de vijftiende plaats de beste Nederlander. Hij speelt een belangrijke rol in de Jumbo-Visma-ploeg, maar veelzeggender is, dat hij in die Nederlandse ploeg de enige Nederlander is. Nederlandse successen moeten komen van twee van de beste sprinters in het peloton, Jakobsen en Groenewegen. Misschien dat Bauke Mollema op zijn oude dag nog éénmaal weet te verrassen, maar dat zou een surprise zijn.

Hoe kan het dat Jumbo-Visma op een Deense visveiling zomaar een potentiële Tourwinnaar omhoog takelt, en we nu al 42 jaar wachten op een Nederlandse coureur die behalve verwachtingen te kweken ook successen belooft? Het Deense potentieel aan eventuele Tourwinnaars is vermoedelijk niet groter dan het Nederlandse – eerder veel kleiner, in een land van vijf miljoen inwoners – dus er moeten andere redenen zijn voor de langdurige droogte.

DSM, de andere Nederlandse ploeg, produceert een niet-aflatende stroom van etappekoers-talent, die momenteel meedoen aan de Tour, maar wel voor een andere ploeg: Storer, Hirschi, Kämna. Zodra ze dreigen door te breken, verkassen ze naar elders – en het zijn dus geen Nederlanders. Thymen Arensman bewees in de laatste Giro dat hij over veel talent beschikt, maar ook hij lijkt voorbestemd om zijn carriere voort te zetten in een andere ploeg, Ineos, en daar genoegen te moeten nemen met een helpersrol. Arensman had mooi het Nederlandse klassementsgehalte bij Jumbo-Visma kunnen verhogen, maar kennelijk bood het steenrijke Ineos meer – een miljoen euro per jaar, naar het schijnt.

In het wielrennen doen ze niet aan nationalisme. Als Jumbo met een Deen of een Sloveen de Tour kan winnen, vinden ze dat uitstekend. Kennelijk haalt ook een renner die nog nooit bij de supermarkt heeft gewinkeld voldoende publiciteit binnen voor de grootgrutter (en voor de Hema).

Toch kan ik me voorstellen dat het enthousiasme bij het Nederlandse publiek vele malen groter zou zijn wanneer een landgenoot aan de boom zou schudden in het belangrijkste wielerevenement ter wereld. 

Volgens kenners zit er weer het nodige Nederlandse Rondetalent aan te komen. Aan Jumbo en DSM om dat tot ontwikkeling te brengen en een contender naar voren te schuiven – hoe moeilijk dat kennelijk ook is.

Jonas Wijngaard, voormalig visfileerder op de veiling van Urk, dat was mooi geweest.


De Tourcolumn door Bert Wagendorp, John Kroon en Jeroen Wielaert.

Photo: Dion Kerckhoffs/Cor Vos © 2012


Leave a Reply