Hey Remco


Muur-auteur Bart Jungmann bericht uit zijn tijdelijke woonplaats Luik over een wonderlijke zondagmiddag op een terras aan de finish van LBL.

Het gebrul dat zondagmiddag rond kwart over vier opstijgt van het terras op de Quai Des Ardennes valt met geen bijvoeglijk naamwoord te beschrijven. Het is als natuurgeweld, als de uitbarsting van een vulkaan.

Als tijdelijk ingezetene van Luik had ik een kwartiertje eerder een staanplaats gevonden bij het terras dat al een beetje het mijne was geworden. Het is het buurtterras van een buurtcafé met als grootste kwaliteit de ligging ten opzichte van zonneschijn.

Vandaag schijnt de zon ook, uitbundig zelfs. Het kundige straatorkest Delirium Tremens uit Dalhem maakt van Hey Jude een geweldige meedeiner. De finish van Luik-Bastenaken-Luik ligt vijftig meter verderop. De eerste deelnemers zijn daarvan nog zo’n dertig kilometer verwijderd.

En dan gebeurt het. Op een groot scherm, dat precies in ons zicht staat, deint het peloton de Redoute op. Als een duveltje uit een doosje schiet Remco Evenepoel tevoorschijn. Wat volgt is een formidabele krachtsinspanning die zijn fiets bijna te veel wordt en, zowat tegelijkertijd, de vulkaanuitbarsting op een achterafkade in Luik.

Het terras van taverne Des Ardennes blijkt grotendeels te zijn ingenomen door de fanclub van Remco Evenepoel. Ze zijn met zo’n tachtig leden die ochtend vanuit Schepdaal, de geboorteplaats van Remco, in een dubbeldekker naar hier gekomen. Ze dragen zwarte T-shirts en zwarte sweaters waarop REV staat en 1703. Dat laatste blijkt de postcode van Schepdaal te zijn, een dorp ten zuidwesten van Brussel. Ze zijn trots op hun herkomst, alsof zoiets vanzelf spreekt.,

Maar het is niet alleen de postcode die ze met Remco delen. In hun oerbrul zit ook het veelbesproken parkoers dat Remco heeft afgelegd, nadat hij zich vier jaar geleden aandiende als onweerstaanbaar talent. Remco werd in 2018 tweevoudig wereldkampioen, zowel op de weg als tegen de tijd.

Daarna lost hij de verwachtingen soms wel in en soms niet. Hij valt hard in de Ronde van Lombardije en komt met moeite overeind. Een nog groter Wunderkind dient zich aan dat Tadej heet. Twee cycloduivels dienen zich aan, Wout en Mathieu. Maar Remco blijft blinken van zelfvettrouwen, alsof dat vanzelf spreekt. Die houding roept veel weerzin op.

Daarom is er geen bijvoeglijk voornaamwoord te bedenken voor al het gramschap dat in die demarrage en die oerbrul zit. De daaropvolgende dertig kilometer word ik de beste vrienden met de mannen in het zwart, leer ik Remco’s grootmoeder kennen en brul ‘kom op, ket!!!!’ naar het scherm. Ket is Brussels voor straatschoffie. Veertig seconden voorsprong, worden er twintig, worden er weer veertig, worden er ook weer twintig. Weerzin kan niet anders dan bewondering worden.

Wanneer Remco de Quai Des Ardennes bereikt (voorsprong van 48 seconden), speelt het straatorkest de Brabançonne, het Belgisch volkslied. De mannen in zwart vallen elkaar wenend in de armen en brullen mee: ‘Le Roi! La Loi! La Liberté!’ En Remco natuurlijk.


      Auteur: Bart Jungmann


Leave a Reply