Het lijden van de monsterontsnapper is niet om aan te zien, maar mag niet verdwijnen


MUR DE FRANCE


In De Muur die verscheen voorafgaand aan de Tour, stond een mooi verhaal van Martijn Sargentini. Het ging over de bedreigde monsterontsnapping. Uit aerodynamisch onderzoek van de Technische Universiteit Eindhoven was gebleken dat de monsterontsnapping ten dode is opgeschreven. Het aerodynamische verschil tussen het voortrazende peloton (altijd ‘het voortrazende peloton’ zeggen) en de spartelende vluchters is zo groot, dat de monsterontsnapping wetenschappelijk gezien geen zin meer heeft. Je bent kansloos. Je moet absurde wattages trappen om de rustig voortpeddelende ‘hongerige meute’ (ter afwisseling van ‘het voortrazende peloton’ ook eens ‘de hongerige meute’ zeggen) voor te blijven.

   Een beetje ploegleider verbiedt zijn renners deel uit te maken van een monsterontsnapping. Die past niet meer in het wielrennen van de wattages en de windtunnel. Het is verspilling van energie die beter kan worden aangewend. De monsterontsnapping zou, vreesde Sargentini, op rationele gronden weleens uit het wielrennen kunnen verdwijnen.

Overigens zou ik dat zelf niet zo erg vinden. De monsterontsnapping behoort tot de meest bewonderde, maar tevens saaiste onderdelen van het wielrennen. Is sprake van een monsterontsnapping, dan hoop ik altijd dat het het voortrazende peloton de vluchters zo snel mogelijk inrekent. Urenlang kijken naar vier mannen die bezig zijn met een monsterontsnapping is onverdraaglijk. Laat staan naar één man in een monsterontsnapping.

   Dat laatste komt niet zo vaak meer voor. Vermoedelijk is de éénmans-monsterontsnapping inmiddels zo goed als uitgestorven: windtunneltechnisch onmogelijk. Ik herinner mij de Fransman Jackie Durand, die was gespecialiseerd in eenmans-monsterontsnappingen. Hij won er in 1992 de Ronde van Vlaanderen mee. Ook boekte hij een keer een ritzege in de Tour, na een monsterontsnapping in Bretagne over zeker vierhonderd kilometer met wind tegen. De rit was niet om aan te zien: steeds maar de voortmalende Durand, en daarachter het niet zo hard voortrazende peloton.

   Zaterdag ontsnapte, met nog zo’n tweehonderd kilometer te gaan. Thomas de Gendt. Hij is de grootmeester van de monsterontsnapping. Er gingen drie coureurs met hem mee: als De Gendt gaat, liggen er mogelijkheden, ook al leert de kansberekening dat zelfs De Gendt vaker verliest dan wint.

   Om zijn hoop op het voortleven van de monsterontsnapping leven in te blazen, ging Martijn Sargentini op bezoek bij De Gendt. Als nog één renner geloofde in de monstervlucht, moest het De Gendt zijn.

In het gesprek onthulde De Gendt de filosofie van de monsterontsnapper: ‘Wij rijden voorop voor de overwinning, daarachter moeten ze het maar zien dicht te rijden. Dat geeft ons vluchters het mentale voordeel. Wij rijden altijd dichter bij de overwinning dan zij.’

   Vooral die laatste zin is van een grote schoonheid en rijkdom. Je kunt hem toepassen op elk facet van het leven. Degene die als eerste risico neemt, is in het voordeel. Hij is dichterbij de beloning dan degenen na hem. Hij neemt het risico van de nederlaag, maar is ook dichter bij het vooruitzicht van de zege.

   De monsterontsnapper is de optimist van het peloton, en soms wordt zijn optimisme beloond. Alleen al vanwege het hardnekkig ontkennen van de logica van de wielerwetenschappers, moet de monsterontsnapping blijven bestaan, en soms leiden tot de overwinning.


Bert Wagendorp



Link naar NOS site: De Gendt na majestueuze zege


Leave a Reply