HET KARAKTER VAN WOLF REMCO

Auteur: John Kroon


Wielrennen is meer dan trappers rondmalen, het is in toenemende mate toegepaste wetenschap. Zie de vooruitblik voorafgaand aan Luik-Bastenaken-Luik van Jan Boone, inspanningsfysioloog aan de Universiteit van Gent in Het Laatste Nieuws: ‘Luik is perfect op zijn profiel afgestemd. Bij inspanningen tussen drie en tien minuten haalt hij de hoogste verhouding vermogen/gewicht in het peloton. Weinig renners die daar hun voet naast kunnen zetten.’

De ‘hij’ in dit citaat is Remco Evenepoel, zondag de jongste winnaar sinds vijftig jaar in de oudste klassieker. Inderdaad: geen renner die na Evenpoels imponerende en beslissende demarrage op La Redoute er een voet of een wiel naast kon zetten. Daarna bleef hij de meute voor, zoals Annemiek van Vleuten dat eerder op de dag verderop in Bastenaken-Luik had gedaan.

Patrick Lefevere had het een paar keer gezegd: na LBL maken we bij Quick-Step Alpha Vinyl de balans van het voorjaar op. Naarmate start en finish van de laatste voorjaarsklassieker meer naderbij kwamen, was de toon van de topman dreigender geworden, klonk er meer wrevel in zijn commentaar. De excuses waren op.

Tot zondag was er voor de équipe, die de zelfverkozen bijnaam ‘The Wolfpack’ koestert, geen reden tot vreugde na de eendagskoersen, met uitzondering van Kuurne-Brussel-Kuurne toen Fabio Jacobsen won. Verder domineerde het beeld van een roedel die vergeefs op een prooi jaagde.

De wolven hadden dit voorjaar alle reden om te huilen. Ga maar na. Yves Lampaert was in Parijs-Roubaix op weg naar een ereplaats – wel achter de ongenaakbare Dylan van Baarle – toen hij ten val kwam door onoplettendheid van een fotograferende toeschouwer, die van Lefevere zowel ‘kalf’ als ‘ezel’ als scheldwoord kreeg; hij kon het juiste dier blijkbaar niet kiezen. Kip zonder kop had ook gekund. Of domme gans. In dezelfde wedstrijd kegelde ook Floris Sénéchal door toedoen van een toeschouwer omver.

Een halve week later werd Julian Alaphilippe in de Brabantse Pijl de dupe van een manoeuvre van notabene zijn eigen ploegleiderswagen: hij sloeg over de kop. Eerder hadden ze Marc Cavendish, ten val gekomen door een oliespoor op de weg in de Omloop van de Sarthe, al uit een beek moeten vissen om te voorkomen dat hij zou verdrinken. Bij die collectieve valpartij liep Bert Van Lerberghe een hersenschudding op. En op weg naar Luik werd Alaphilippe zondag opnieuw het slachtoffer van een ernstige valpartij; hij werd per ziekenwagen naar het ziekenhuis afgevoerd.

Daarmee is deze somber stemmende opsomming niet compleet; net als bij andere teams, maar wel bovengemiddeld, werden de renners van Quick-Step dit jaar geplaagd door ziektes, wellicht het gevolg van verminderde weerstand na de corona-seizoenen.

Maar kwalen, botsingen of andere pech waren vermoedelijk niet de enige oorzaken van de verminderde prestaties bij de ploeg. De samenstelling daarvan kan er ook mee te maken hebben.

Vorig jaar boekte Quick-Step 65 zeges (de wereldtitel van Julian Alaphilippe niet meegerekend) en fietsten zijn renners maar liefst 151 podiumplaatsen bijeen in 260 koersdagen. Opnieuw eindigde Quick-Step in het ploegenklassement van de UCI op de eerste plaats, vooral dankzij prestaties in eendagswedstrijden of etappezeges.  Momenteel staat het team van Quick-Step Alpha Vinyl pas zesde, tot zondag was de équipe zelfs naar de tiende plaats gedaald.

De meeste punten werden dit jaar binnen gesprokkeld door Remco Evenepoel, in Luik-Bastenaken-Luik dus, maar ook onder meer doordat hij in februari de Ronde van Algarve won, nadat hij eerder al tweede was geworden in de Ronde van Valencia (en later vierde zou worden in de Ronde van het Baskenland). Uiteraard bracht hij in Portugal ook het jongerenklassement op zijn naam, won hij een tijdrit en sprintte zijn ploeggenoot Fabio Jakobsen tweemaal naar een etappezege en naar de eerste plaats in het puntenklassement. De wolven waren in het zuiden van Portugal als vanouds vraatzuchtig.

Remco Evenepoel blijft natuurlijk de verpersoonlijking van een droom die Lefevere al langere tijd wakker houdt en die in de bijna twintig jaar waarin zijn verder zo succesvolle equipe bestaat nog niet is verwezenlijkt. Dat is het winnen van een grote ronde. Italië, Frankrijk of Spanje. Dit jaar, zo is de planning, mag de nog altijd pas 22-jarige Evenepoel in de Vuelta laten zien of hij niet alleen kleinere meerdaagse koersen kan winnen, maar ook een grote.

Het ‘transferbeleid’ van Lefevere lijkt meer dan vroeger afgestemd te zijn op successen in de eindklasseringen van etappekoersen en dat kan ten koste zijn gegaan van de kracht van zijn team in de voorjaarsklassiekers. Het aantrekken van Ilan De Wilder – afkomstig van DSM, opgeleid bij Lotto Soudal, vooral sterk in etappekoersen, generatiegenoot van Evenepoel – past in dat beeld.

Of Evenepoel ooit een grote ronde wint? Eddy Planckaert, die zijn analyses graag met humor doorspekt, gelooft er niets van: ‘De Tour de France en de Ronde van Italië gaat hij nooit winnen. Zeg dat ik het gezegd heb’, liet hij Het Laatste Nieuws weten. ‘Bij Evenepoel zal het altijd iets zijn: hij is nog jong of heeft een slechte dag.’ Het klonk eerder als een prikkelende provocatie dan als een op feiten gebaseerde prognose.

De balans die Lefevere na Luik-Bastenaken-Luik heeft opgemaakt, is niet meer dan een tussenbalans, op een derde van het koersjaar. Maar de overwinning van Evenepoel maakte het voorjaar voor Quick-Step Alpha Vinyl volgens de ploegbaas wel alsnog geslaagd.

Remco’s zege in LBL bewees het: de wolf ruilt wel van baard, maar niet van aard. Om het maar eens niet te hebben over een vos die wel zijn haren verliest maar niet zijn streken. Alles beter dan een kalf, een ezel of een kip zonder kop.


‘Another Brick In The Wall’ is een serie columns van De Muur meesters zelve: Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp, John Kroon en Mart Smeets.


 

Leave a Reply