Het geluk van Jonas Vingegaard

Auteur: John Kroon

Photo: Nico Vereecken/PN/Cor Vos © 2022


In de nieuwste editie van De Muur staat een portret dat Frank Heinen over Jonas Vingegaard schreef (eerste zin: ‘Misschien wint Jonas Vingegaard ooit de Tour de France’) waarin hij hem schetst als een man van weinig woorden, over wie we weinig weten en die ook met weinig gelukkig lijkt te zijn – voor zover een gelukkig leven met vrouw en kind als weinig kan worden aangeduid.

Dankzij deze Tour weten we steeds meer van Vingegaard. Bijvoorbeeld dat hij over een ijzeren wilskracht beschikt die hem gisteren de gele trui bracht, maar die ook eerder al was te zien toen hij in het spoor van de grote favoriet Tadej Pogačar wenste te buigen noch te barsten. Dat laatste deed Pogačar in deze tiende etappe zelf wél.

Je zag ook bevestigd wat inspanningsfysioloog Lars Johansen al eens had beweerd: op basis van zijn hart- en longinhoud moet Vingegaard 15 procent beter kunnen presteren dan de gemiddelde prof.

Het was zo’n dag waarop het wielrennen liet zien dat het de mooiste sport van de wereld kan zijn. En waarin je voortdurend dacht: ze krijgen die Pogačar niet klein, die is veel te goed.

Je begon zelfs al aan een toekomstige analyse waarin een strobaal centraal stond. Dat in plastic verpakte geval waartegen een motorrijder was gebotst en dat er de oorzaak van was dat Primož Roglič in die kasseienrit vorige week ten val was gekomen en zijn schouder uit de kom was geraakt. Daarna voelde hij naar eigen zeggen bij elke trapbeweging alsof er een mes in zijn rug werd gestoken. Die strobaal, analyseerde je verder, zou er dan mede de oorzaak van zijn dat Jumbo-Visma deze Tour niet zou winnen, want het plan van het team om Pogačar om en om aan te vallen kon daardoor niet langer worden uitgevoerd, anders dan eerder in deze etappe. Roglič was de oude niet. Hij moest afhaken.

 Van Aert, die zijn uitzonderlijke veelzijdigheid weer eens demonstreerde, liet zich terugzakken om hem terug te brengen in de groep met o.a. Pogačar en Vingegaard, maar al in de eerste meters van de laatste klim, de Col du Granon, moest hij er weer af. Dat leek bij nader inzien dus een zinloze actie. 

In de laatste acht kilometer waren de rollen zelfs omgedraaid. Niet Jumbo-Visma met alleen nog Vingegaard domineerde de groep, maar UAE, dat net als INEOS nog met twee man mee fietste. Dat kon onmogelijk de bedoeling zijn geweest van Jumbo-Visma. Niet die 23-jarige Sloveen was geïsoleerd, maar die – je zou het niet zeggen – twee jaar oudere Deen.

Toen Pogačar, in de wetenschap dat hij tot dan alle aanvallen van Jumbo-Visma had afgeslagen, ook nog eens grijnzend naar de tv-camera keek, bidon in de rugzak gestoken, wist je het wel. Die is superieur, die gaat de Tour winnen.

Het was hoogmoed die ten val kwam. De uitputtingsslag die Jumbo-Visma van de etappe had gemaakt was toch effectief. Opeens bleek Vingegaard over extra krachten te beschikken – hij bevestigde de woorden die Pogačar in een vriendelijke bui eerder over hem had gezegd: hij is de beste klimmer van allemaal.

Het was weer eens zo’n etappe waarin je zag wat je zag, maar vooral niet wist wat je niet zag. 

Zo werd het de meest fascinerende en memorabele etappe in deze Tour tot nu toe. En die natuurlijk nog niet beslist is. Daarvoor is Pogacar nog strijdvaardig genoeg – vandaag gaat hij in de tegenaanval, beloofde hij. Nieuw spektakel op komst, op naar L’Alpe d’Huez.

In bovengenoemd artikel in De Muur komt een passage voor waarin Trine, de echtgenote van Jonas, vertelt dat ze hem weleens had gevraagd waarvan hij gelukkig wordt. Jonas had geantwoord: alles wat jou gelukkig maakt, Trine.

Het kan niet anders of Trine is dol op gele truien.


De Tourcolumn door Bert Wagendorp, John Kroon en Jeroen Wielaert.

Photo: Vincent Kalut/PN/Cor Vos © 2022

 

Nico Vereecken/PN/Cor Vos © 2022

 

Photo: Tim van Wichelen/Cor Vos © 2022


Leave a Reply