ENIGE TOUROPENINGEN VOOR ARNON GRUNBERG

Auteur: Jeroen Wielaert

Photo: Vincent Kalut/PN/Cor Vos © 2022 / Rustdag

Op de rustdag, met onrustige uren vol herstel, bezinning, verborgen wanhoop en ongeduldige aanvalslust moest ik denken aan Arnon Grunberg. Voor de uitreiking van de PC Hooftprijs las ik zijn verzuchting dat hij over alles had geschreven, behalve over wielrennen en dat hij daar zijn twijfels bij had. Naar Arnons overwegingen moet ik gissen. Het kan zijn dat hij niet modieus mee wil doen met iedereen die over wielrennen schrijft. Als lezer van dat werk moet hij weten dat wielrennen een buitengewoon intellectuele aangelegenheid is met diepe gelaagdheid. Als hij er dan toch nog blind voor is, geef ik hem graag enige openingen aan.

Een jaar of zeventig geleden noteerde de Franse filosoof Roland Barthes in zijn Mythologies dat mythe en werkelijkheid in de Tour versmelten. Barthes observeerde dat de renner is verwikkeld in een strijd met zijn concurrenten en de elementen, tegen de verborgen krachten van goed en kwaad, in het opperste streven naar het Gulden Vlies, de Gele Trui. Door Barthes te citeren toonde ik als Tourverslaggever niet van de straat te zijn.

Bij Grunbergs rede voor de aanvaarding van de PC Hooftprijs op donderdag 19 mei kwam de oorlog in Oekraïne nog heftig aan in Nederland. Reden voor Arnon om essayiste Susan Sontag aan te halen: de gedachte dat de werkelijkheid dankzij journalisten en oorlogsfotografen een spektakel is geworden een bewijs is van adembenemend provincialisme. Sontag schreef over een paradox: vrede is de norm en oorlog de uitzondering. Ze concludeerde dat de geschiedenis leert dat dat oorlog de norm is en vrede de uitzondering.

Laat ik dit toepassen op de Tour de France, een 120 jaar oude creatie van Parijse journalisten. Ik poneer hier een frappante tegenstelling: geen zomer, zonder Tour, of geen Tour zonder zomer. In het eerste geval gaat het om een belevingswereld, ook in Nederland gevoeld, dat het seizoen niet compleet is zonder de drie weken van de wielerdoortocht door Frankrijk. Het gaat om een gemis aan etappewinnaars van eigen nationaliteit en het  niet kunnen adoreren van een landsman in de leiderstrui – noem het Europees provincialisme. Aan de andere kant is het vol te houden dat het Franse evenement alleen in de zomer op zijn best is voor iedereen. De Franse surrealist en dichter Louis Arragon schreef vlak na de tweede wereldoorlog, toen de ronde weer verreden werd als bewijs van bevrijding, dat de Tour het zomerfeest is van de mens.

Dat feest mondt in repetitieve herhaling uit in de ultieme glorie van enkelingen en een tragedie voor velen, wat de protagonisten van steeds nieuwe generaties niet weerhoudt om op te stappen en te ontsnappen aan het menselijk tekort, de condition humaine. Hier komt de Tour steeds dichter bij de thematiek van Grunberg. Met enig historisch besef is Gerrie Knetemann’s weergave van de martelgang van Kormme Lindert te koppelen aan de huidige worsteling van individuen als Caleb Ewan, Stefan Kruijswijk en Michael Mørkøv – stuk voor stuk Grunberg-personages.

Komende donderdag begint in Lourdes de ultieme Pyreneeënrit naar Hautacam. Ik heb daar eerder starts beleefd. Het is de opperste samenvloeiing van heiligenverering en collectief gebundelde valse hoop, een culminatie van religieuze commercie in de aller Roomste ontmoeting van gelovigen in de duurzame wonderen van de eenvoudige herderin Bernadette Soubirous en de adepten van truien en goede benen.

Kortom: ik zie uit naar het verhaal van Arnon Grunberg over zijn Tourtijd als embedded soigneur bij Intermarché – Wanty Gobert Matériaux.


De Tourcolumn door Bert Wagendorp, John Kroon en Jeroen Wielaert.

Photo: Vincent Kalut/PN/Cor Vos © 2022 / Rustdag

Leave a Reply