‘EEN VROUW IN DE GELE TRUI..? WAT GAAN WE NOU BELEVEN!?’

• 18 juli 2018 


La Petite Brique 13


Auteur: Peter Ouwerkerk

Er was nog 100 meter te rijden in La Course toen ik Herbert Dijkstra hoorde zeggen: ‘Dit gaat Anna van der Breggen niet meer uit handen geven…!’ Ze had op dat moment ruim tien lengten voorsprong op Annemiek van Vleuten. Dus waarom ook niet? Ik twijfelde geen moment aan Herberts stelligheid.

Maar de NOS-commentator maakte zich, net als ik, en net zo te billijken, schuldig aan het vooruitlopen op een feit dat nog niet voldongen was. Les voor iedere boodschapper: brand je nooit aan de Vorentscheidung.

Eén seconde later vond Annemiek een laatste streepje kracht in een ‘altijd wel ergens te vinden kleine teen’. Op de streep had de winnares van de recente Giro Donne in plaats van tien lengten achterstand drie lengten vóórsprong op Van der Breggen. Haar gejuich was bijna net zo hartverscheurend als dat van John Degenkolb, zondag in Roubaix.

Als ik vrouwenwielrennen zie, flitst iedere keer weer een scène door mijn hoofd uit de Tour van 1984 (profs). Op een hotelterras in Saint-Denis zat Peter Post met wat journalisten het begin van de ‘échte’ Tour te analyseren. Het was zaterdag 30 juni, de dag ook dat de eerste etappe van de eerste Tour Féminin was gewonnen door Mieke Havik. Mieke kwam trots het terras opgelopen; in een knalgele leiderstrui. De eerste maillot jaune ooit in de Tour aan een vrouw uitgereikt. Aan Mieke A-vique, de evenknie van Eugène Christophe.

Post zag haar naderen, keek ons aan, schudde zijn hoofd en zei: ‘Wat gaan we nou beleven…? Een vrouw in de gele trui..? ‘Tís wat! Het ís wat…’ Post, dezelfde ploegbaas van het credo: ‘Vrouwen horen niet in het cyclisme.’

Nadere uitleg overbodig. Het was twaalf jaar nadat de Franse president Pompidou op de WK 1972 werd voorgesteld aan een landgenote, de kersverse wereldkampioene Geneviève Gambillon, en vol verbazing sprak: ‘Een vrouw? Wielrennen die ook?’

Het was in het weekeinde dat vijfvoudig Tourwinnaar Jacques Anquetil in een interview zei: ‘Wielrennen is niet geschikt voor vrouwen, ze zijn er niet voor geschapen. Ik zie ze liever in een witte jurk dan in een zwarte koersbroek. En bovendien: ik hou te veel van vrouwen om ze te zien lijden…’

Toch was het de vaak verguisde Tourbaas Félix Lévitan die alle tegenwind trotseerde en het initiatief nam voor een eerste Tour voor vrouwen. Boze tongen beweerden dat hij met koersende vrouwen nieuwe sponsors probeerde te verleiden. Maar de eerste Tour Féminin was wel een feit.

Ik heb Het Vrije Volk van maandag 2 juli 1984 er nog eens op nageslagen. Vierendertig jaar geleden.

Feiten en cijfers? Eén week voor de start kwam er eindelijk zekerheid dat er parallel aan de grote Tour ook een Tour(tje) voor vrouwen zou worden verreden. Er was plaats voor zes ploegen van zes rensters, waaronder een dubbele Franse ploeg. De Nederlandse vrouwen kwamen uit drie verschillende sponsorteams. Dankzij een bijdrage van Dextro (10.000 gulden) kon er ook een ploegleider (Ben Scheperkamp) mee met een volgauto. De Tour Féminin was het voorprogramma van de grote Tour, reed over hetzelfde parcours, maar startte verderop en legde etappes af van 50 à 70 kilometer. De totaalafstand bedroeg 1000 kilometer. Etappewinst was goed voor 200 gulden, er moest geklommen worden naar onder meer La Plagne en Joux Plane, en er waren vijf rustdagen. Nederland won 14 (!) van de 17 ritten, alleen de eindzege was voor de Amerikaanse klimster Mary Ann Martin.

Het Nederlandse vrouwenwielrennen stond op de kaart, er zouden vele andere successen volgen. Ook van rensters als Petra de Bruin, Monique Knol, Leontien van Moorsel. Van Marianne Vos en de hele huidige generatie, aangevoerd door Van der Breggen, Van Vleuten, Chantal Blaak, Lucinda Brand en andere opvolgsters van begin jarenzeventig-pionierster Keetie Hage.

Met de Tour Féminin zelf wilde het overigens nooit echt lukken. Er volgden wel prachtige gevechten tussen Jeanie Longo en Leontien van Moorsel, maar de ASO zag de vrouwen-Tour nooit echt zitten. Hij leverde geen revenuen op en verdween geruisloos in het historische archief. Sinds een paar jaar lijkt ‘Parijs’ tot inkeer gekomen, maar het is nog steeds liefde van de kouwe kant. Eén dag La Course, tegen 23 dagen actuele focus op La Grande Boucle is eigenlijk pure discriminatie van de koersende vrouw.

34 jaar na het geel van Mieke Havik schoven er gisteravond vijf vrouwen aan tafel bij De Avondetappe. En dat op de dag van de eerste bergrit in de grote Tour. Een uniek beeld. En terecht. Eind vorige eeuw was het volgen van een vrouwenkoers op tv nog behoorlijk geestdodend en in een volgauto zelfs vragen om ongelukken, zeker in een afdaling. Maar vrouwenwielrennen anno nu is een sport die tot volle wasdom is gekomen.

Vrouwen koersen anders dan mannen. Je moet alleen Mbappé en Van Vleuten niet naast elkaar leggen, net zo min als Luka Mrodic en Van der Breggen. Maar La Course stapte gisteren moeiteloos uit de schaduw van rit 10 in Le Tour. De finale van La Course was bloedstollend en adembenemend. Een tiendaagse waard.


Tijdens de Tour de France van 2018 kunt u hier dagelijks een ‘La Petite Brique’ verwachten.
LPB is een serie columns van De Muur auteurs Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp, John Kroon en Bart Jungmann.


Leave a Reply