EEN MOOIE DAG IN HET NOORDEN

Auteur: Jeroen Wielaert


In het Village du Tour op de Boulevard Émile Dubuisson in het centrum van Lille klonk voor de start aangename retrorock: Light My Fire, Hey Joe en Heroes. Na de muziek volgde het voorgesprek van de dag met oud-renner Sylvain Chavanel. Gevraagd naar zijn ritfavoriet noemde hij Matthieu van der Poel. Die naam ging veelvuldig rond, daags ervoor had Bernard Hinault hem ook al laten vallen op Radio Monte Carlo. Van de oud-Tourwinnaar kwam ooit de kwalificatie over een Tour-etappe over de keien van Parijs-Roubaix. ‘Une connerie,’ vond Hinault, vokomen waanzin.

 

Bij de terugkeer uit Denemarken had de Tourdirectie toch besloten om de keienstroken in het noorden niet stil te laten liggen. L’Équipe had vooraf een groot stuk over de rit van 2014 waarin Chris Froome al moest opgeven voor de stenen. Lars Boom won in de stromende regen. Hij herinnerde zich: ‘J’étais prêt a courir sur des pavés mouillés, prêt à tomber, à souffrir. Une étape comme ça quand il pleut, la moitié du peloton n’a pas envie d’être là, n’ est pas bien dans sa tête.’

Het leent zich perfect als levensgedicht bij vertaling in het Nederlands.

 

Ik was klaar

om te rennen

op de natte stenen

klaar om te vallen,

om te lijden.

In een rit als deze,

als het regent,

heeft de helft van het peloton

geen zin om daar te zijn,

is niet goed in zijn hoofd

 

Remco Campert heeft 35 jaar een voormalige notariswoning in het Noorden van Frankrijk gehad. Hij staat nog in Iviers, een gehucht met minder dan 200 inwoners in de regio Thiérache, oostelijk van Saint-Quentin, stad op de route van Parijs-Roubaix. Bij gunstige wind moet Remco het stof van de stenen hebben kunnen snuiven en de koeienstront geroken. Hij had een fiets gekocht, een degelijke Peugeot Chenanceaux. Goed om stokbrood mee te kopen. De dichter was geen specialist van de keien. In het voorjaar, als de knotwilgen in Vlaanderen nog stonden na te kleumen van de winter en de keien rilden van de voorbije vorst die hen dubbel had versteend, ging bij Campert voor de televisie de zon op.

Ik heb hem eens uitgenodigd om mee te rijden in een keienklassieker. ‘Buitengewoon verleiderlijk,’ noemde hij het. Toch bleef hij liever thuis. Iviers was voor hem geen hel van het noorden. Het kijken naar wielrennen over stenen moet voor hem vooral folie zijn geweest, heerlijke gekte.

Tussen Lille en Arenberg was het anno 2022 gewoon hard proza. Op strook zes had ik Obelix langs de weg zien staan en daarna ben ik gestopt in Abscon om de finale te zien in Café Le Sporting. Met de vaste jongens heb ik eerst nog de kopgroep en het peloton voorbij zien komen. Na ruim een kwartier reed de laatste langs, de eenzame nummer 136 van Astana, Gianni Moscon, de bezemwagen vlak achter hem.

In Le Sporting was het kijken naar de passage van strook van Tilloy-lez-Marchiennes à Sars-et-Rosières. Het was hier dat Tadej Pogacar een belangrijke bondgenoot vond in Jasper Stuyven, niet om de kopgroep in te halen, maar om over de keien te rijden alsof het asfalt was en beslissende afstand te nemen van Primoz Roglic die niet meer kon uitwijken voor een rood-wit omhulde strobaal, bedoeld als bescherming, nu een fataal obstakel. Matthieu van der Poel kwam in dese tombola niet meer voor. Het is was de stenen doen met hoge verwachtingen, als er iets niet goed gaat in een hoofd en de benen minder zijn.

In Le Sporting kwam na afloop een lokale accordenist spelen. Het was heel andere muziek dan in Lille. Het eind van een mooie, tumultueuze dag in het noorden.


De Tourcolumn door Bert Wagendorp, John Kroon en Jeroen Wielaert.


Leave a Reply