De Tour in het buitenland

Auteur: John Kroon


Magnus Cort stal de show in de drie dolle Deense dagen, maar wat Wout van Aert in zijn gele trui gisteren liet zien in de laatste tien kilometer van de eerste etappe die in Frankrijk werd verreden, overtrof elk eerder in deze Tour vertoond spektakel. In een rit die daarvoor langdurig de uitdrukking stilte voor de storm verbeeldde.

Uitgezonderd dan opnieuw het optreden van Magnus Cort in zijn bolletjestrui, die in vier dagen elf keer achtereen als eerste op een heuvel, meetellend voor het bergklassement, bovenkwam. Nog nooit vertoond in de geschiedenis van de Tour de France en zo werd de Spanjaard Federico Bahamontes – hij wordt over drie dagen 94 – van een record beroofd dat uit 1958 dateerde en waarvan maar weinig wielerliefhebbers weet van zullen hebben gehad.

Van Aert spoelde in Calais de ietwat bittere smaak weg die drie tweede plaatsen in drie achtereenvolgende etappes in Denemarken hem hadden bezorgd. Maar zijn indrukwekkende zege in etappe 4 zal niet de herinneringen doen vervagen aan die prachtige ambiance die de Denen de Tour hebben bezorgd. 

De Tour de France deed Denemarken aan en dat is niet onopgemerkt gebleven om het maar voorzichtig te zeggen. In Rotterdam, in Utrecht en in andere niet-Franse steden in Europa was in het verleden de belangstelling voor de Tourstart en de eerste etappes reusachtig; maar de massale aanwezigheid langs het parcours door dorpen, steden en over heuveltjes in Denemarken was daarvan nog de overtreffende trap. Het leek wel of veel Deense (wieler)liefhebbers vermoedden dat dit de enige kans van hun leven zou zijn om de Tourkaravaan van zo dichtbij te kunnen aanschouwen en toe te juichen.

Met als hoogtepunt het optreden dat hun landgenoot Magnus Cort, klimmend, sprintend en juichend over de heuvels, in zijn bolletjestrui weggaf. Hij vormde in zijn eentje twee dagen lang het complete bergklassement.

Volgens Tourorganisatie ASO heeft Denemarken de Tour ‘een van de geweldigste ontvangsten uit de geschiedenis’ weten te bereiden. Die overweldigende belangstelling kan het Deense wielrennen alleen maar ten goede komen, zou je denken. Weliswaar kent Denemarken nu veel renners op topniveau – Vingegaard, Asgreen, Pedersen, Kragh Andersen, Fuglsang, om er enkele te noemen – met het Deense wielrennen gaat het niet in alle opzichten zo goed. De 350 wielerclubs die het land telt, zien al enkele jaren steeds minder jongeren lid worden. Een probleem dat ook in Nederland speelt. Dat dreigt een keer de aanwas van nieuw talent te doen stokken.

Dan is de propaganda die zo’n mondiale manifestatie als de Tour – en ook , in mindere mate, de Giro en de Vuelta – met zich meebrengt dus welkom. Hetzelfde geldt, voor wat betreft de Denen, de reclame die Cort zijn sport bezorgde. Rolmodellen zijn inspirerend.

Het blijft vreemd klinken, de Ronde van Frankrijk in Denemarken (het omgekeerde is onbestaanbaar), maar de wielersport heeft alleszins baat bij zulke uitstapjes van de Tour. 

En kennelijk de stad waarin de start plaats heeft ook. In Rotterdam beweren de bestuurders al enkele jaren dat er sinds de Tour daar in 2010 begon veel meer inwoners zijn gaan fietsen, ook al doordat de stad ze meer ruimte is gaan bieden. De Rotterdamse wethouder Faouzi Achbar, lid van de partij DENK, was daarom samen met de Haagse burgemeester Jan van Zanen bij de Tourstart en ook de volgende dag in Denemarken present om te lobbyen bij de Tourorganisatie. Een voortgezette lobby, want al in mei 2021 hebben Rotterdam en Den Haag het bidbook overhandigd aan Tourdirecteur Christian Prudhomme. Het idee is om, bijvoorbeeld in 2025, een proloog in Rotterdam te fietsen, de volgende dag een etappe van Rotterdam naar Den Haag en misschien daarna nog een etappe Rotterdam-Valkenburg.

Het kost een lieve duit, de Tour komt zeker niet voor niets, maar kennelijk zijn die miljoenen euro’s door de lokale economie terug te verdienen. Dankzij al die wielerliefhebbers die voor van alles en nog wat de portemonnee trekken.

Of het Nederlandse enthousiasme enigszins in de buurt kan komen van wat de Deense fans de afgelopen drie dagen lieten zien en horen, valt al volgende maand waar te nemen. Dan begint de Ronde van Spanje in Nederland. Utrecht, Den Bosch en Breda, en alles wat daar tussenin ligt, hebben drie dagen lang de kans om zich net zo vrolijk en net zo gedisciplineerd te gedragen als die honderdduizenden Denen die wielerliefhebber bleken te zijn, al was het misschien maar voor even.


De Tourcolumn door Bert Wagendorp, John Kroon en Jeroen Wielaert.


Leave a Reply