DE WAARSCHIJNLIJKHEID VAN HET ONWAARSCHIJNLIJKE: STEVEN KRUIJSWIJK KAN DE TOUR WINNEN


MUR DE FRANCE


Hoe waarschijnlijk is het, dat Steven Kruijswijk de Tour de France wint? Volgens Lance Armstrong, die minstens zeven keer gelijk had met zijn Tourprognoses (en minstens zeven keer ongelijk, achteraf gezien) gaat Kruijswijk winnen. Kruijswijk zelf wilde op de rustdag na lang doorvragen van de journalisten en om ervan af te zijn wel toegeven dat hij de Tour kán winnen.

   Ik vind het niet waarschijnlijk dat Kruijswijk wint, maar ik sluit een onwaarschijnlijke overwinning van de Nederlander ook niet uit.

   De onwaarschijnlijke Tourwinnaar is iets van alle tijden. Je hebt de waarschijnlijke, seriële winnaars (Anquetil, Merckx, Hinault, Indurain, Armstrong, Froome), maar daar tussendoor liggen de kansen voor de onwaarschijnlijke winnaars, de mannen die handig gebruik maken van het ontbreken van een hoogstwaarschijnlijke winnaar.

   Ik heb het niet nageteld, en er valt altijd over te twisten of een Tourwinnaar tot de waarschijnlijke of onwaarschijnlijke winnaars behoort, maar ik schat dat onwaarschijnlijke winnaars ongeveer de helft van de Tourzeges opeisen. Tot de onwaarschijnlijke winnaars behoren Cadel Evans, Carlos Sastre, Oscar Pereiro, Bjarne Riis, Pedro Delgado, Stephen Roche, Lucien van Impe, Jan Janssen, Roger Pingeon en Lucien Aimar. Je hebt zelfs tweevoudig onwaarschijnlijke winnaars: Bernard Thévenet. En je hebt de twijfelgevallen: Laurent Fignon was tijdens zijn eerste Tourzege een onwaarschijnlijke winnaar, bij zijn tweede een waarschijnlijke. Greg Lemond won tweemaal als onwaarschijnlijk winnaar en was pas bij zijn derde zege een waarschijnlijk winnaar. 

   De term ‘onwaarschijnlijke winnaar’ zegt niets over de kwaliteiten van de bovengenoemde renners. Het waren stuk voor stuk grootheden die de top van hun stiel hadden bereikt. Het ‘onwaarschijnlijke’ geeft aan dat zij niet als onomstreden favoriet en bijna zekere winnaar van start gingen in de door hen gewonnen Tour en in sommige gevallen tot de uitgesproken outsiders behoorden.

   Je zou overigens ook ‘onwaarschijnlijke verliezers’ kunnen aanwijzen: coureurs die er ondanks hun grote kwaliteiten nooit in slaagden de Tour te winnen. Ik reken daar Hennie Kuiper toe, en het had niet veel gescheeld of Joop Zoetemelk was er ook een geweest – ware het niet dat hij zichzelf in 1980 glorieus omvormde tot onwaarschijnlijke winnaar. Erik Breukink had in 1990 en 1991 als onwaarschijnlijke winnaar de Tour tweemaal kunnen winnen en ook Peter Winnen had zeker een onwaarschijnlijke Tourwinnaar in zich.

   Het jaar 2019 is het Jaar van een Onwaarschijnlijke Tourwinnaar. Alleen wanneer Geraint Thomas het eindklassement naar zich toetrekt, is sprake van een niet-onwaarschijnlijke winnaar, al heb ik er ook moeite mee hem tot de waarschijnlijke winnaars te rekenen. Wint Egan Bernal, dan kan dat het begin zijn van een reeks – maar dat weet je nooit, voorlopig zou de Colombiaan moeten worden ingedeeld bij de onwaarschijnlijke winnaars. Pinot: onwaarschijnlijke winnaar. Buchman: hóógst onwaarschijnlijke winnaar, Landa, Valverde, Fuglsang, Urán: onwaarschijnlijke winnaars.

   Net als Steven Kruijswijk.

   De Tour gaat beslist worden op de allerlaatste klim, de 33 kilometer lange klim naar Val Thorens op zaterdag. Het zou mooi zijn wanneer er die dag nog een stuk of zes Onwaarschijnlijke Winnaars aan de start staan en nog mooier wanneer Steven Kruijswijk op die klim het onwaarschijnlijke scenario tóch weet te realiseren en zich in het minirijtje Janssen-Zoetemelk voegt. Hij is dan in een keer en voor de rest van zijn leven een legendarische held en eeuwige lieveling van het volk: wij houden van niemand zoveel als van de Onwaarschijnlijke Winnaar.


Bert Wagendorp



 

Leave a Reply