DE NIEUWE FRISHEID IS INGETREDEN


Auteur: Peter Ouwerkerk

Ergens was er de stille hoop dat de ontknoping van de 108ste Tour net zo spectaculair zou zijn als vorig jaar, toen Tadej Pogacar iedereen verbaasde en Primoz Roglic in de slottijdrit de vernieling inreed. Hoop dat de verrassende ‘Poga’ het nu op zijn beurt net zo zou verknallen als zijn landgenoot toen, ten faveure van de onverwachte Deense zilvervis Jonas Vingegaard.

‘Jonas Vingegaard – Tourwinnaar 2021.’ Hoe dromen kunnen verkeren.

Maar de hoop was ijdel. Natuurlijk dat dat niet kón. De Tour van 2021 was in feite al afgelopen toen hij nog maar net begon. De beelden willen maar niet van het netvlies verdwijnen: een kruis door Robert Gesink, Tony Martin, Primoz Roglic en Steven Kruijswijk. Goed een week op weg, Jumbo-Vismaploeg gehalveerd. Geveld door het noodlot. Zoals zo veel andere favorieten voor het klassement.

De mevrouw met het pro-Omi & Opi karton werd bedankt. Op de eerste zondag werd al duidelijk dat de Tour een heel ander gezicht zou krijgen als verwacht. Het tweede Sloveense duel om de grootste wielerhoofdprijs op de kalender moest worden omgebogen naar plannen uit de categorie B.

De sterkste ploegen likten hun wonden, de veren kregen nieuwe kleur, wat zou er nog te halen zijn? Het bleek allerminst een opgave. In no time golfde er wilskracht in het gerafelde peloton, zoals zelden vertoond. Het modern getekende parcours bleek zich prima te lenen voor drie weken Tourkoers op hoog niveau. Grote tijdsverschillen, maar wel van alle kanten sterke prikkels

Het lijkt een Nieuwe Frisheid, die is ingetreden. Zelfs verdedigend wielrennen heeft tegenwoordig heel wat te bieden. Niet langer is lamleggen het parool, niet langer tactische passiviteit en wachten tot de ander een fout maakt – het gaat de huidige generatie vooral om oprechte gretigheid, om plezier op het zadel. Tot voor kort waren ontsnappingen vanuit kilometer 0 geheide wandeletappes, besprenkeld met kamfer en saaiheid; deze Tour bood een dagelijks gevecht in het gevecht. Sneller dan de snelste schema’s.

Vanaf de start in Brest reden voorop in de frontlinie renners als Mathieu van der Poel, Wout van Aert, Julian Alaphilippe, Matej Mohoric en nog handen vol anderen. Dáár aanvallen waar het kan, waar het moet of waar de verrassing het grootst is. Het houdt iedereen scherp en bij de les.

Tadej Pogacar toonde dat hij in een jaar tijd veel heeft bijgeleerd. Hij zocht zich moeiteloos de weg naar de plek die openlag en hem paste. Anders dan menige andere klassementsrenner (Thomas, Porte, Angel Lopez en genoemde Jumbo’s) bleef onheil hem bespaard. Na een wat mindere Alpen-tweedaagse was hij helemaal terug in de derde week en bouwde hij zijn voorsprong verder uit.

Pogacar is pas 22, maar toont zich nu al de nieuwe Leider van het peloton.  Drie ritzeges, veertien dagen geel, het berg- én het jongerenklassement – het is een oogst die zijn moeder tot een uitspraak verleidde dat ze haar zoon liever ‘wat socialer’ zag. Af en toe ook een ander wat gunde. Come on, ma!

Het is altijd leuker als er een Tour wordt verreden met zichtbare Nederlandse inbreng. Wel, dit jaar was er genoeg. Naast Van der Poel klopte ook debutant Ide Schelling aanstekelijk op de deur voor de bolletjestrui, deed Wout Poels dat in de Pyreneeën nog eens dunnetjes over en bewees Bauke Mollema dat hij nog altijd een voorbeeldige professional is. De vijfde plaats van Wilco Kelderman was, gelet op zijn hoge valpatroon, een aangename meevaller.

De Denen zullen net zo tevreden zijn over de Tour 2021 als de Nederlanders. Het wielrennen gaat al een paar jaar crescendo in Danmark. De vier Denen bij de eerste tien van de zaterdag-tijdrit onderstrepen de hoge kwaliteit. Vingegaard is sinds deze Tour de beste allrounder van deze generatie. Bijna een halve minuut sneller dan Pogacar in de tijdrit; met de aantekening dat Poga niet tot de bodem hoefde te gaan, gelet op zijn voorsprong in het algemeen klassement.

Maar dé sensatie kwam van een bij-klassement, dat van de groene trui. De comeback van Mark Cavendish. Met zijn 34 jaar onder voorbehoud terug bij het Wolfpack voor een prestatiecontractje. Maar al snel weer zo goed aardend dat hij vier massasprints won. Alleen in de laatste dag op de Champs-Élysées ging het mis. Cav raakte het wiel van Van Aert kwijt en bleef op 34 Touretappes steken. Net zoveel als Eddy Merckx.

Wout van Aert, de Held aller Belgen. Vóór dit jaar al drie Touretappes op zak, dit jaar drie stuks in één Tour. Alle drie op verschillende terreinen: de bergetappe over de dubbele Ventoux, zaterdag de vlakke tijdrit door Saint Emilion, zondag supersonisch snel op de Champs-Élyseés. Hij voorkwam dat Cavendish over Merckx heen is gevlogen.

Merckx staat nog overeind, maar Van Aert hijgt in zijn nek. Van Aert heeft laten zien hoe je met stevige, zware botten ook op alle terreinen en in alle categorieën kunt uitblinken. Van Aert noch Van der Poel lijkt gebouwd voor de grote ronden, heet het. Maar beiden hebben deze Tour bewezen dat álles mogelijk is. De kilo’s train je er met de kennis van nu tamelijk simpel vanaf.

Volgende afspraak: Tokio.

Zet de klokken voor MTB, tijdrit en rit in lijn maar alvast klaar.


Gedurende de Tour de France zal er in dit weblog dagelijks een column verschijnen, geschreven door John Kroon, Peter Ouwerkerk en Jeroen Wielaert.

photo Dion Kerckhoffs/Cor Vos © 2021


Beeld: Cor Vos ©2021

Leave a Reply