DE GIRO DIE EEN MUIS BAARDE. OF…?


Auteur: Peter Ouwerkerk

Carapaz dus. Niet Vincenzo Nibali, Primoz Roglic, Mikel Landa of Bauke Mollema, laat staan Tom Dumoulin – nee: Richard Carapaz. Ecuadoraan, in de slotweek van de 102de Giro d’Italia 26 jaar geworden. Zelfs voor menig afgestudeerde in het Zuid-Amerikaanse wielrennen een levensgrote verrassing.

Carapaz is een van de vijf Ecuadoraanse wielrenners die je kruist wanneer je naar facts & figures googelt. Vijf coureurs, zijnde de totale bijdrage van het rustige land aan de Pacific aan het almaar uitdijende peloton. Met hun uitslagenlijsten ben je gauw klaar; resultaten zijn er amper. Of? Ja, Richard Carapaz werd ritwinnaar in de Giro van 2018 en vierde in het eindklassement. Maar het was bijgeschreven in het boek der curieuze gebeurtenissen; elke grote ronde baart wel een muis.

In de Girospecial van Procycling kwam je op de bladzijden 124-125 de namen tegen van zes uitgesproken favorieten voor de ultieme Giro-glorie, daarnaast zes minder grote kanshebbers en onderop nog een blokje met tien outsiders-zonder-foto. Verscholen in de rug van het tijdschrift, in één adem met Ben O’Connor en Patrick Konrad: het zwarte paard, Richard António Carapaz Montenegro.

En zie: op de eerste zondag van juni 2019 moest in Verona de naam van Richard Carapaz worden gegraveerd in de glanzende Girobokaal, een renner uit Ecuador!

Ecuador, waar ligt dat precies? Bij Suriname linksaf of rechtsaf? Wat is de hoofdstad van Ecuador? Is het een democratisch geleid land, een dictatuur of een bananenrepubliek? Hebben ze daar racefietsen? Noem eens een tweede coureur uit die dreven? Is er een top-10 van bekende Ecuadoraanse topsporters?

Twee etappes won Carapaz in zijn tweede Giro. Na de laatste, rit veertien naar Courmayeur, was zijn klassement in feite gemaakt. De sluipvlucht van Carapaz werd door de tegenstand niet op de juiste waarde geschat. Nibali en Roglic keken naar elkaar en lieten de Zuid-Amerikaan begaan. Hij kon ruim honderd seconden uitlopen. En zo lang Carapaz geen tekenen van zwakte vertoonde, was ‘numero 1′ Mikel Landa wel verplicht de positie van zijn verrassende ploegmaat te beschermen.

Het was de weelde van een hecht collectief. Leek Richard Carapaz eerst nog een joker van Movistar, gaandeweg groeide hij uit tot de meest onaantastbare in de ijzersterke, Spaans georiënteerde ploeg. Hij ontsnapte, men liet begaan, hij kon begaan. Hij had genoeg krediet voor een wat mindere slottijdrit.

Iedere wielrenner heeft een verhaal, elke koers heeft een verhaal, van klassieker tot grote ronde. Opgehypet was de Giro dit jaar de Ronde to be. Het zou een fantastische Giro worden. Maar onder elke koers valt wel een bodem weg: al vóór de start Robert Gesink (en Egan Bernal), na vier etappes Tom Dumoulin en in de slotweek brak Sam Oomen meer dan hem lief was. Ga er dan maar aanstaan, de verwachtingen van het thuisfront in te lossen.

Wat Bauke Mollema kan, kennen we inmiddels: vechten, aanklampen, nooit afgeven. Als vijfde finishen is fantastisch, maar het zal zijn plafond blijven. En wat Koen Bouwman en Antwan Tolhoek aan werk verstouwden, was (veel) meer dan hun uiteindelijke klasseringen: (41ste respectievelijk 65ste) doen vermoeden. Maar met dit soort jonkies zal geen kopman een grote Ronde winnen. Wat Movistar, Bahrein, Astana, Mitchelton en zelfs Education First de afgelopen weken zowel numeriek en als ploeg lieten zien – het is nog een wonder dat Roglic op het eindpodium is gefinisht.

De Giro van 2019 is in vele opzichten niet de Giro geworden waar we zo naar uitkeken. Deels ook te wijten aan het parcours. Op een paar flitsende kwartieren na, was het vooral een opeenstapeling van elkaar beloeren, van weinig vulkanische vitaliteit. Natuurlijk, het was jammer dat de Gavia moest worden geschrapt. Maar negen etappes tussen de 201 en de 239 kilometer, dat is anno nu overleefd, dat is vragen om saaiheid. En echt: vijf bergen gepropt in één etappe, met klimtotalen van 5500 hoogtemeters – niet meer doen!

Het is typerend dat je van zo’n Giro vooral de incidenten bijblijven: de bloed-tranende knie van Tom Dumoulin; de geschaafde rechterzijde van Pascal Ackermann; de onbeschofte supporter die de net gefinishte Marko Haller een bidon uit de mond rukt; de idioot die vlak voor de kopgroep een fiets de weg op smijt; de klootzak die Miguel Angel López doet vallen en wordt getrakteerd op een paar ferme knallen; de plaspauze van Addy Engels en Jan Boven; de strafseconden voor Primoz Roglic die zich laat voortduwen terwijl de camera’s draaien.

Maar, Richard António Carapaz Montenegro dus; de Locomotief van Carchi. Misschien blijkt hij een voetnoot in de wielergeschiedenis. Maar wat meer voor de hand ligt: hij zal de eerstkomende Ecuadoraanse Sportman van het Jaar zijn. Zijn naam zal ooit een wielerbaan sieren, er zal een Zuid-Amerikaanse klassieker naar hem worden vernoemd en hij kan de voortrekker worden van een fietsontwikkelingsprogramma voor de Ecuadoraanse jeugd.

Wat in de jaren tachtig begon met het wielrennen in Australië, Colombia en later de landen van het voormalige Oostblok, is in veertig jaar tijd uitgegroeid tot een niet meer te stuiten mondialisering. Wijlen Hein Verbruggen zou instemmend hebben gereageerd op de misplaatste en terecht afgestrafte passiviteit van Roglic en Nibali.

Een renner uit Ecuador die de Giro wint. En wij hebben het zien gebeuren. Al is het proces nog niet voltooid. De Japanner Soh Hatsuyama besloot deze Giro als rode lantaarn; achterstand van 6.05:23 uur. Een negatief record in deze decennia van nivellering. Of heeft Soh gewoon geen rekening gehouden met het tijdsverschil tussen Italië en Tokio?


‘Another Brick In The Wall’ is een serie columns van De Muur meesters zelve: Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp, John Kroon en Mart Smeets.


Leave a Reply