• Gratis •


Another brick in the wall


Auteur: Peter Ouwerkerk

Zeven renners per ploeg. Of het daardoor komt? Het verschil tussen een strontkoers en een topkoers hangt af van zo veel factoren, dat ook dat gedecimeerde aantal starters ongetwijfeld een rol zal spelen. Maar feit is dat alles wat de afgelopen weken op tv aan koers is uitgezonden, hoogst amusant en spannend was.

Geen mens die alles kan volgen, ik miste bijvoorbeeld Nokere Koerse en Samyn, maar Kuurne, de Omloop, de Handzame, de E3-Prijs en zelfs de EénPanne was leuk. En hoe wij van De Muur denken over de Strade Bianche heeft u inmiddels kunnen lezen, en dat Niki Terpstra op weg naar Harelbeke een atletische topprestatie leverde, had De Muur al eerder ingeschat met de longread van Nando Boers in Muur #60 (onlangs verschenen).

Op basis van het voorgaande zou ik nu al durven concluderen: zeven man per ploeg is genoeg. Dat levert absoluut leukere wedstrijden, ook al was de ploeg Quick Step de sterkste van al; sterker nog dan TI Raleigh in zijn beste klassiekerperiode. Manager Patrick Lefevere heeft in de jaren zeventig nog een blauwe maandag voor Peter Post gereden, als zeer ondermaatse coureur. Nu is zijn ploeg de allerbeste van het (zoveelste) voorjaar: na drie maanden al op weg naar de driedubbele cijfers. Je moet er niet aan denken dat Quick Step nog met acht man had gereden.

En lukt het een keer niet, dan huilen en snikken ze als Elia Viviani, zondag in Wevelgem. Als drama ook mooi voor thuis. Viviani boos op zichzelf, maar vooral ontgoocheld dat hij het werk van zijn ploegmaats niet had kunnen afmaken. In de laatste hectometer gefopt en geklopt door Peter Sagan. Dezelfde tuitende tranen als Leif Hoste in de Ronde van Vlaanderen 2007, een paar inches strandend achter Allessandro Ballan.

Ploegen van zeven renners: Quick Step net zoveel als Roompot, aan de ándere kant van de voorlopige winst- en verliesrekening. Dat dekselse Roompot. Altijd in actie. Ze zeggen wel: tv-coureurs die de tijd tot de finale mogen doden, maar altijd met de volle overtuiging, de figurantenrol allang voorbij. Ooit moet dat toch iets opleveren? Een mooie overwinning of – nog beter – een nieuwe sponsor.

‘ROOKVRIJE GENERATIE’ staat erop de rug van de shirts. In de jaren zeventig/tachtig had niemand daarmee te koop durven rijden. Want: in strijd met de werkelijkheid. Menig coureur nam toen de tiet vur un pafke. Maar alles gaat voorbij; de zware rokerswaar van Gino Bartali is ingeruild voor slaappillen en anti-astmapufjes. Of betrof het hier een woordspeling, op Doopvrije Generatie?

In vrijwel iedere vroege ontsnapping dit voorjaar hadden al Roompotters hun plaats ingenomen. Zondag 25 maart namen Jan-Willem van Schip en Brian van Goethem de voorposten in van Gent-Wevelgem. Van Schip met zijn rare stuurtje en Van Goethem uit Yerseke – stof genoeg voor Wuyts en De Cauwer om een middag VRT te vullen. Helemaal toen de twee er in volle finale, met zowat alle favorieten, er nog steeds bij waren en zich roerden met koers zoals koers moet zijn: aanvallen!

Alleen, één voorbehoud: je kunt ook overdrijven. Wie zich op tien kilometer van de streep nog omringd weet door een handvol miljonairs en dito knechten is het heus toegestaan zich een beetje schuil te houden. Niemand die het renners die 200 kilometer lang op kop hebben gereden, kwalijk zal nemen als ze zich dan een beetje wegsteken. Renners bovendien voor wie de elite niet echt bevreesd hoefde te zijn. Van Schip en Van Goethem, wie zegt u?

Niks daarvan: koersen, vonden de Roompotters. Het werd een coverversie van Terpstra’s ‘Gaan met die Banaan.’ Kopwerk als de onvermoeibare besten, af en toe zelfs een splijtende demarrage. Maar ja, kom maar eens weg, met de wind in de rug naar Wevelgem, met snelheden van tegen de zestig in het uur, met zo veel gehaaide en gelouterde échte kopmannen in het kielzog.

Wie er aan het stuur van de eerste Roompotvolgwagen heeft gezeten? Geen idee. Maar het moet iemand zijn geweest van ooit dezelfde allure als de Sagans, de Van Avermaets, Demares, Viviani’s, Van Marckes, Trentins en Stuyvens van nu. Maar waar bleven de bevelen van Michael Boogerd, Erik Breukink, Jean-Paul van Poppel of Michael Zijlaard?

Wielrennen is niet altíjd aanvallen, wielrennen is net zo goed verdedigen. Waar bleef het bevel: ‘En nu geen meter kop meer! Stop! STOP! S.T.O.P! Of ik sla je godverdomme van je fiets!’ Zoals Boogerd overkwam in de Amstel Gold Race 1999, toen hij met Armstrong op pad was richting finish. Benen stil, anders zou Raas ter plaatste Boogerds benen breken. Boogerd hield zijn benen stil, en won.

Raas zou de vrijheid blijheid van het Roompot-duo nooit hebben getolereerd. En Lefevere of diens uitvoerder-ploegleider Wilfried Peeters net zo min. In hun visie mag koersen nooit teloorgaan in spielerei. In ‘Goed gereden hè, twaalfde en negentiende!’

‘Ja, en? Niet eens in de uitslag.

Zeven renners per ploeg. Eigenlijk zou je de Roompots moeten belonen en ze moeten toestaan de volgende klassieker met acht of negen renners aan de start te verschijnen. Hun manier van rijden was verfrissender dan de derde van Peter Sagan en het traditionele gebeier van de Wevelgemse kerkklokken bij elkaar.


‘Another Brick In The Wall’ is een serie columns van De Muur meesters zelve: Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp en John Kroon.

Leave a Reply