Another brick in the wall

• Gratis •


De videoscheids en de salto mortale


Auteur: Peter Ouwerkerk

De videoscheids? Gevallen wordt er toch wel.

Eh… in wielrennen gaat hoffelijkheid voor alles. Zoals vrijdag in de slotfase van de Handzame Classic. Een Quick Stepper raakte in disbalans en stootte een andere renner het riet van een pas geschoren sloot in. QS liet zijn fiets en verwondingen zijn fiets en verwondingen, trok de pechvogel op de kant en begon zich op de plaats delict meteen te verontschuldigen. ‘Sorry, sorry, sorry..!’ Waarvoor hulde.

Maar, nu iets anders. Gianluca Crocetti is de naam. Op de brede schouders van deze Italiaanse UCI-commissaris rust de schone taak het wielrennen in het hoogste echelon voorgoed te vrijwaren van ontoelaatbare handelingen. Als Crocetti niet beschikbaar is, stuurt de UCI een Spanjaard, Fransman of Belg naar het front.

Crocetti was de videoscheidsrechter die zaterdag in Milaan-Sanremo waakte over orde en rechtvaardigheid in het 175 man sterke World Tour-peloton. Hij was het die er nauwlettend op toezag dat zich en course geen onreglementaire incidenten voordeden. Dat er bijvoorbeeld niet náást het parcours werd gereden, niet werd gekwakt in de filerende finales of gebokt in de moordende massasprints. Dat de coureurs hun handjes thuishielden.

Gianluca Crocetti wist daags voor Milaan-Sanremo – zo bleek uit een mini-interview in Het Nieuwsblad/Sportwereld – nog amper wat hem te doen stond in zijn nagelnieuwe functie. Hij moest ergens achter de streep in Sanremo in een cabine kruipen, zou een megascherm tot zijn beschikking krijgen, en middels twaalf tv-beelden tegelijk zou hij de vinger kunnen leggen op overtredingen in het hart van de koers. De rugnummers van de renners-daders moest Crocetti onmiddellijk doorbrieven aan de juryvoorzitter, die dan over ‘waarschuwing’ of ‘uit koers!’ zou beslissen.

Wielrennen vanaf de entree van de ‘videoref’ spic en span? Niet zolang je als renner je leven niet zeker bent. Ik heb me de hele zaterdag zitten afvragen of Crocetti ook had gezien wat ík had gezien. Niet alleen kleine vergrijpen, nee: vooral fouten op het terrein van de veiligheid. Genoeg om een kladblok mee vol te pennen. Wie moet koersen zoals zaterdag wacht 294 kilometer i.c. 7.13:48 uur = 434 minuten onzekerheid. Die is afhankelijk van lot of noodlot.

In België maakt men zich nogal druk over de (on)veiligheid van coureur en toeschouwer op momenten dat de koers in slaap sust. Of in tomeloze galop slaat. Vooral dan schuren concentratie en bandeloosheid over elkaar heen. De fenomenen voetpadrijders en fietspadkijkers zijn inmiddels genoegzaam bekend.

In de Handzame Classic kon je je hart weer ophalen. En vasthouden. Vanuit de achterste rijen een spervuur van afsteekmanoeuvres over bospaadjes of gras. Maar niemand die een sanctie oplegde. Er wordt veel gedelibereerd, maar de zonden duren voort en een oplossing is er niet. Is praktisch ook nauwelijks uitvoerbaar, want oncontroleerbaar.

In België gaan veel wielerwegen geruisloos over van rijweg in stoep, en omgekeerd. Italië kent een andere stratenstructuur: tussen Milaan en Sanremo doemen op elke hoek verkeersremmers op, en plantenbakken, rotondes, verkeerseilanden, hekken of andere obstakels. Maar wie met 65 per uur voortjaagt, heeft geen tijd elke hindernis op zijn gemak in te schatten. Wegrenners worden veldrijders. Ze springen rakelings langs afzettingen, snijden rotondes doormidden, tillen hun sturen hoog, scheuren verder en voort.

Italiaanse koersen worden begeleid door de Scorta Tecnica – gemotoriseerde begeleiders of stilstaande kruispuntwachters. In België: seingevers. Geel hesje, zwart nummer op de rug, witte helm op het hoofd, druk zwaaiend met een gele of rode vlag. Gevaar! Goedbedoeld, maar volstrekt ontoereikend.

Van renners mag je verwachten dat ze weten waarmee ze bezig zijn. Al nemen renners soms/vaak grote risico’s. Regel 1 voor de kijker langs de kant: die moet zich houden aan het oeroude dogma: níét bewegen, sta stil of ik bots. En dan gebeurt er (meestal) niets.

Maar als er vlak voor ze ineens een 16-tonner opduikt (Handzame), weten renners niet wat ze overkomt, hoe ze het best kunnen reageren. Net zomin als wanneer ze door een onverlichte tunnel worden gestuurd, als er een personenauto achteruit begint te parkeren – midden in een passerend peloton; als er een dolende stadsbus nog net in de kant kan worden geschoven; als er een rotonde gehalveerd blijkt door een rood-wit afzetlint op halshoogte. Zoals zaterdag allemaal in de Primavera.

De videoscheidsrechter moet de salto mortale van Mark Cavendish nog maar eens terugspoelen naar het absolute dieptepunt van de zaterdag, 10 kilometer van de streep op de Via Roma. Pal achter een Scorta Tecnica bleek een reusachtige, geel soort wc-pot in het asfalt te zijn gemetseld. Zelfs in m’n fauteuil schrok ik me kapot. Een bijna doodsmak, met nóg een gebroken rib voor Cavendish.

Geen idee of Crocetti dat ook zag.

Of zou het beoordelen van dat soort gebeurtenissen niet tot het takenpakket of de competentie van een videoscheids behoren? Ik vrees ervoor. Ik denk dat Crocetti en de zijnen zich enkel moeten concentreren op het wildplassen en plein public, op het negeren van een rood stoplicht, op het appen tijdens de koers.

Als we willen dat wielrenners het nauwer nemen met de betamelijkheid, zullen er eerst garanties moeten komen voor een honderd percent volledig verkeersvrij parcours. Nu is het elke keer wéér wachten tot het misgaat. Van flink tot lelijk mis.

Slotvraag. Wat doet een videoscheidsrechter eigenlijk als ze ‘er even uit gaan voor de reclame?’


‘Another Brick In The Wall’ is een serie columns van De Muur meesters zelve: Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp en John Kroon.

Leave a Reply