Auteur: Bert Wagendorp
De laatste etappe van de Tour de France van 2026, die over de Butte de Montmartre, liet de toekomst van het wielrennen zien. Omdat de politieagenten elders nodig waren, ging het peloton niet van start in een of ander dorp buiten Parijs, maar in de hoofdstad zelf, op de Champs-Elysées. De gewoonte om van de afsluitende rit een lang fotomoment te maken bleek nog te bestaan, maar gelukkig werd er geen champagne gedronken. Toen het peloton voor de eerste keer de afslag naar Montmartre nam, begon het.
Veel mensen vonden de 21ste etappe van Tour de France 113 de mooiste van dit jaar. Daar zat wat in en dat kwam door de entourage, de massa’s mensen op de Rue Lepic, die enthousiast áchter de hekken bleven. Het kwam vooral door Pogacar – die de rit per se wilde winnen – en Mathieu van der Poel – die de rit ook per se wilde winnen. En een beetje door Mats Pedersen, die er ook wel zin in had. Het kwam door de razendsnelle scènewisselingen, het prachtige gevecht – en natuurlijk door de huiveringwekkende ontknoping.
Geen moment bleek dat de renners zojuist een loodzware ronde van drie weken hadden afgelegd.
Het kwam ook door de af te leggen afstand, 88,7 kilometer. Die zorgde ervoor, afgezien van het gedoe met de foto’s, dat er onmiddellijk werd gekoerst. Dat het na de twee ererondjes meteen menens werd.
Het is lang geleden dat ik zoveel mensen heb horen napraten over een wielerkoers. Eigenlijk was dat precies een jaar geleden: de vorige keer dat Montmartre werd aangedaan.
Dit was een wielerwedstrijd die je ook kunt verkopen aan mensen die een Tourrit doorgaans saai en veel te lang vinden. Dit was de moderne uitvoering van de oude sport wielrennen.
De Tour de France voltrekt zich langs Frankrijks warme wegen, meestal van plaats A naar plaats B. De ellenlange 300-plus-etappes zijn er niet meer, zelfs de 200-plus zijn zeldzaam geworden. Dat komt door de eisen van de televisie: die wil een etappe wel graag integraal uitzenden, maar niet wanneer de kijkers daarvoor een broodtrommeltje moeten meenemen. De moderne sportconsument eist snelheid en zijn concentratieboog is kort. Drie, hooguit vier uur is de max. Maar liever nog: twee uur spektakel en schluss.
Traditionalisten vinden dat de Tour zijn karakter zou verliezen wanneer de lange ritten in lijn zouden worden vervangen door twee of meer rondjes over een vast parkoers, zoals bijvoorbeeld bij het WK het geval is. Wat er precies verloren zou gaan is mij niet duidelijk, afgezien van de passages langs zonnebloemvelden, het oude kasteel in de verte en de volkskunst met draaiende wielen van strobalen.
Er lijkt me weinig tegen niet één korte maar vijf heftige ‘Montmartre-etappes’ – laten we voorzichtig beginnen. Je kunt een zware bergetappe van honderd kilometer uittekenen, een rondje met twee Ventoux-beklimmingen – dat ís al vertoond (Wout van Aert, Tour de France 2021) en ik heb niemand horen klagen.
Korter, heviger, meer hekken en minder ongedisciplineerde meutes op de berghellingen die wielrennen bijna onmogelijk maken. Een Tour de France met meer lokale rondjes. (Het zal sowieso korter moeten met de etappes, als de temperaturen blijven stijgen).
En de driehonderd kilometer van Milaan – Sanremo elk jaar integraal uitzenden, zodat de couch-potatoes één keer per seizoen aan hun trekken komen en zes of zeven uur wielrennen voor de kiezen krijgen.

Foto: Cor Vos
Meer verhalen? Abonneer je op de gratis nieuwsbrief van De Muur!