Borstenbedrog


Auteur: John Kroon

Wielrennen zorgt voor bijzondere werkgelegenheid. Voor functionarissen die je buiten de koers nergens zult tegenkomen.  Fietswegers. Stuur- en vorkopmeters. Helmopzichters. Sok- en schoencontroleurs. Juryleden die de houding van ellebogen op het stuur nauwgezet bestuderen.  

En dan is er nu ook de bustebekijker. Bij de tijdrit in de Tour de France Femmes was zij daar deze week opeens, een vrouw die een onderzoekende blik richtte op de borsten van de wielrensters. Of daar iets zat dat er niet hoorde. 

Bloed- en piskijkers, dopingcontroleurs dus, die hadden we al. Die desgewenst ook bij nacht en ontij hun werk verrichten, zoals vorige maand in de Tour de France Hommes bleek. Allemaal (voorzorgs)maatregelen om het streven naar eerlijke sport te perfectioneren. 

Is dat ieders bedoeling? 93 edities geleden schreef wielerschrijver Bart Jungmann in De Muur, uitgave 1, in 2001: ‘Zullen we op deze plek meteen afscheid nemen van lezers die menen dat sport fair dient te zijn en die hopen dat de beste moge winnen?’  

Trucs, bedrog, renners die de schijn laten bedriegen – ze zijn ongeveer zo oud als de wielersport. ‘Een schelmensport,’ schreef Jungmann, ‘en naar mijn stellige overtuiging de mooiste sport om over te schrijven.’ 

Schelmen heb je overal. De skisport kent het fenomeen ‘penisgate’. Kunstmatig vergrote geslachtsdelen die het skipak wijder maken en zo een glijmiddel vormen waarmee schansspringers verder kunnen reiken bij hun afsprong. Aerodynamisch voordeel. 

Voorafgaand aan die tijdrit waren er geruchten over wat al als ‘borstenbedrog’ is aangeduid. Zoals skiërs met een flink geslachtsdeel tot grotere prestaties komen, zo hebben wielrensters met grotere borsten dan hun rivalen in een tijdrit van nature een aerodynamisch voordeel. In gebogen houding boven het stuur ondervinden ze minder weerstand. Het is getest in windtunnels. Als de resterende ‘holle ruimte’ wordt opgevuld, neemt dat voordeel nog toe. Dat is het bedrog dat de UCI wenst tegen te gaan. Ook bij rensters met een minder royale boezem. De push-upbeha moet figuurlijk aan banden worden gelegd. Overeenkomstig artikel 1.3.032 van het UCI-reglement, dat vermoedelijk is geschreven door de heer P. Precies: ‘Kleding en andere items of accessoires die door een rijder worden gedragen (…) mogen de lichaamsbouw van de rijder niet veranderen. Bovendien is elk niet-essentieel element of apparaat dat aan (of onder) of in de kleding of andere items of accessoires van een rijder wordt toegevoegd of daarin is geïntegreerd, verboden.’ 

Geen niet-essentiële elementen in de bustehouder dus. 

Gelukkig zagen sommige rensters in de Tour de humor van dit veto in. Zoals Lucinda Brand, die lachend voor de tv-camera’s vaststelde dat haar borstomvang niet was bekeken: ‘Blijkbaar heb ik niet genoeg.’ 

De UCI is niet onbezonnen tot de controle overgegaan, zo blijkt uit haar verklaring: ‘Wij gaan ervan uit dat de controleprocedure is ontworpen in volledige overeenstemming met de fundamentele beginselen zoals vastgelegd in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.’ 

Ga daar meer eens tegenin. Einde van het borstenbedrog. Op naar fair play. Is dat tot ieders genoegen? In zijn boek met de veelzeggende titel Het feest van list en bedrog schreef Herman Chevrolet: ‘Wielrennen dat plots eerlijk wordt gespeeld, zou de doodsteek zijn van die sport.’ 

Moge de beste winnen. Of de slimste. 

Foto: Cor  Vos

Leave a Reply