JEROEN WIELAERT ZWERFT DOOR DE TOUR // dag 19


DE PIJLEN VAN HET GELUK



Het is een hechte kopgroep, elke lange etappe weer, van start tot finish. Dit zijn de namen: Cyrille ‘Nousse’ Prisé, Didier Piques, bijgenaamd l’Archevêque de Tarbes, André ‘Henri’ Ress en Luc Kerlouët, le Druïde. Hun busjes stonden op de parkeerplaats van Logis Murtel, in  La Mure. Ze droegen het opschrift Flèchage. Het was twee dagen voor de Alpenetappe over de Croix de Fer en de Galibier. Dit viertal rijdt drie weken lang voor de Tour uit, zonder iets van de koers te zien. In plaats daarvan zien ze wel de route. Hun werk is na een dag overal duidelijke zichtbaar. Ze hangen de richtingwijzers op. Het zijn de mannen van de gele borden met de zwarte pijlen, de flèches.

Van vele omzwervingen vooruit weet ik zelf goed wat het is om in de Tour te zijn als de Tour er nog niet is. Maar nog nooit heb ik een pijl opgehangen. Nu kwam ik vooruit in La Mure en ontmoette eindelijk de bepijlers. Al langer fascineerden ze me. Wat voor mannen waren dat? Hóe doen ze het?
Ze vertelden het me graag, op het terras van het restaurant van Logis Murtel. Bij het vertrek uit Parijs hebben ze 20.000 borden bij zich. Afhankelijk van de route hangen ze er tussen de 600 en 1400 per etappe op. Het ophangen van een bord duurt 6 seconden. Ze volgen de etappe met het routeboek en GPS. Gemiddeld doen ze er 7 uur per dag over. In de bergen kan het langer duren, vanwege de campers die voor hen rijden. Als er stevige wind staat, gebruiken ze extra ijzerdraad.

‘Het is goed werk,’ verzucht Kerlouët, ‘we zitten nooit in de file en nooit in het lawaai.’
Zelf is hij een redelijke amateurwielrenner geweest. Hij zit nu 17 jaar in het bepijlingswezen, met wisselende ploegen. Hij doet ook de borden in Parijs-Nice, Parijs-Roubaix, de Waalse Pijl, Luik-Bastenaken-Luik, de Yorkshire-classic, de Ronde van Californië en de Ronde van Peking – rijdt hij daar met een stel Chinezen die geen woord Frans, of Engels spreken. In de winter doet hij Parijs-Dakar. De wereld rond, om borden op te hangen.
Kerlouët vertelt het gepassioneerd, met de gretigheid van de ware bepijler. Hij is trots om voor Christian Prudhomme te werken. Die komt hen de hand drukken als ze voor de Grand Départ in het Village Départ zijn. ‘Un patron exceptionnel!’

Het huidige ontwerp van de borden dateert uit 2003. Voor dat jaar stonden de data en de steden er nog op. Dat waren echt verzamel-items. Nog worden de borden massaal mee genomen door het publiek. Er rijdt ook een Déflèchage-ploeg rond, de ontpijlers. Die komen er soms nog maar twintig tegen.
Kerlouët herinnert zich nog die keer in Mégève dat ze net een bord hadden opgehangen en dat hij in de achteruitkijkspiegel zag dat het alweer gestolen werd door een man die uit zijn camper was gekomen. Zijn ze omgedraaid en hebben ze die man gesommeerd om dat ding terug te geven. Met een lachje zegt Kerlouët: ‘Dus hij pakt dat bord uit zijn camper en geeft het terug. Toen hebben wij hem er eentje cadeau gegeven.’
Ik vertel over 2015, de dag voor het Grand Départ dat ik in Utrecht zo’n bord voor het standbeeld van Willibrord zag hangen op het Janskerkhof. En dat er toen een traan over mijn wang rolde.

André Ress trekt een brede glimlach en zegt: ‘Ah, mooie stad, Utrecht. We zaten er alleen een beetje ver vandaan. Het was vreselijk heet toen we er bezig waren. De mensen kwamen ons ijsjes brengen.’

Kerlouët herinnert zich die vrouw uit deze Tour, in Eymet, de bastide onder Bergerac. ‘Haar lach, toen ze ons zag. Als de pijlen komen, weten de mensen dat de Tour in aantocht is. We zeggen wel eens: wij zijn de geluksbrengers.’

 



JEROEN WIELAERT


Jeroen Wielaert zit in zijn 31ste Tour. Hij zal hier dagelijks met een impressie komen.

Leave a Reply