WIND IS DE ENIGE REMEDIE, ÉN… DYLAN GROENEWEGEN

• 14 juli 2018 


La Petite Brique 9


Auteur: Peter Ouwerkerk

Is er een remedie tegen saaiheid? Een middel tegen voorspelbaarheid? Tegen het in twijfel trekken van de Tour de France als jaarlijks het grootste wielerspektakel ter wereld? Tegen de stelling dat de Giro en de Vuelta veel leuker zijn? Tegen de dagelijkse kopgroep die al is ontstaan nog voordat de startvlag van de Tourdirectie is gevallen?

Wielrennen kan ook ongelooflijk vervelend zijn. Daar gáát het handvol kleine garnalen weer, hun onvermijdelijke ondergang tegemoet. Kijken naar het voorprogramma is slaapverwekkender nog dan kijken naar het groeien van kunstgras. Er zijn dagen dat je verlangt naar de knop ‘aquarium’ op je afstandsbediening. Het is wachten tot Pasen en Pinksteren op één dag vallen.

Natuurlijk, er zijn tv-kijkers die zeggen dat ze juist zo graag naar de Tour loeren vanwege die fijne mix aan kastelen, ruïnes, ruwe kusten, gladde zeeën, raadselachtige landschappen, verpletterende gorges en woeste watervallen. Maar is de Tour daar écht voor uitgevonden? Die categorie komt toch al aan bod bij de Gevaarlijkste wegen ter wereld.

De Tour van nu is in niets meer te vergelijken met de Tour van toen. Hoe mens en machine in de loop der jaren ook zijn geëvolueerd, de basisprincipes van de fiets zijn dezelfde: kader, twee wielen, stuur, zadel, trappers en ketting. En de man of vrouw erop hebben nog steeds twee armen, twee benen en een hoofd.

Het is de wereld eromheen die is veranderd. De wereld van de 21ste eeuw lijkt in geen schim meer op die van de 19de eeuw, toen de fiets werd uitgevonden. Heel veel is aantrekkelijker gemaakt. Maar de wereld van de Tour lijkt hopeloos achter te blijven.

Vele takken van sport hebben de laatste decennia hun spelregels gemoderniseerd. Hockey speel je tegenwoordig in vier kwarten, volleybal kent een snelle beslissende set, tennis kreeg de tiebreak, korfbal was zelfs een voorloper met het sluiten van het middenvak.

In de wielerwereld is altijd nogal neergekeken op zesdaagsen, op wedstrijden van 6 x 24 is 144 uur. Gaap. In de jaren zestig van de vorige eeuw moest er altijd één renner per koppel in de baan blijven. Dag en nacht. De wedstrijd ging onafgebroken door, maar op oude foto’s zie je renners met één voet op het stuur rustig een krantje lezen of een sigaretje roken. Zonder één mens op de tribune.

Die tijd is niet meer. De baandirecteuren hebben in de jaren zeventig het programma rigoureus aangepast, alle uren van slaapverwekkende passiviteit geschrapt, ervoor in de plaats is een flitsend programma gekomen. De Tour zou van de regie in de zesdaagsen nog heel wat kunnen leren. De Tour is toe aan een drastische sportieve upgrading. Aanpassen aan de tijd van nu, met het credo: korter en flitsender is spannender, is meer kijkgenot.

Reken niet op de renners; die moeten ook nog goed zijn in week drie. Een etappe zoals Fougères – Chartres, 231 kilometer, is van de tijd van Huub Zilverberg. Helemaal ná een verplaatsing van anderhalf uur. Waar blijft Hinault wanneer je hem nodig hebt?

De enige remedie is wind. Dan wordt wielrennen koers. Zoals die 27 kilometer waaiers in etappe 6 naar Mûr-de-Bretagne, en die paar kilometer van gisteren. Alleen: hoe komen we elke dag aan wind?

PS: Nog even terug naar La Petite Brique van woensdag 11 juli, die werd afgesloten met: ‘Al na rit 1 begonnen de media Dylan Groenewegen te vragen hoe dat nou verder moest, of hij nog kans zag een ritje te winnen. Tja, wat moest hij daar nou voor antwoord op geven?’

Zijn ondubbelzinnige repliek kwam in Chartres.

Beeld: screenshot van NOS website


Tijdens de Tour de France van 2018 kunt u hier dagelijks een ‘La Petite Brique’ verwachten.
LPB is een serie columns van De Muur auteurs Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp, John Kroon en Bart Jungmann.


Leave a Reply