JEROEN WIELAERT ZWERFT DOOR DE TOUR // dag 11


EEN MONSTRUEUZE COURSE



Warren Barguil werd het meest van allen omringd door journalisten in het slordig ingerichte zijzaaltje naast de lobby van Hôtel de Bordeaux aan de Place Gambetta in Bergerac. Pers-uur van Sunweb, op de eerste rustdag. De jonge Fransman is de groeidiamant in de door Nederlanders geleide ploeg. Hij komt uit Bretagne, heeft de jongen nog op zijn wangen. Zonder bijzondere resultaten waren zijn Nederlandse collega’s minder in trek. Korte een-tweetjes, meer niet. In het ontbijtgedeelte presenteerde Gio Lippens het journalistenforum van Radio Tour de France. Er was genoeg te bespreken over de gevaren van de ronde.

Op de Allée de Tourny in Périgueux kwamen nog dertien Nederlanders aan de start. Ze zouden dikke hagen Nederlands vakantiepubliek tegemoet gaan. Tot dusver waren hun prestaties mager. Onder de Nederlandse pers hing de sfeer van een verloren Tour.

Er zijn ergere tijden geweest: géén Nederlanders in de Tour, van 1903 tot 1936. Voor de vaderlandse kranten was het een curieus evenement in een ver, vreemd land. In beginjaar 1903 werden hoogstens de uitslagen gepubliceerd. In 1904 plaatste de Rotterdamsche Courant een eenkolomsbericht over ‘de jaarlijksche wedstrijd door de Auto georganiseerd, “Le Tour de France”.’ Er stond een overzicht in van de zes etappes, met een vermelding van de winnaar van de openingsrit naar Lyon: Maurice Garin.

In de loop van de jaren twintig en dertig groeide de aandacht in de Nederlandse pers. De Tour werd beschreven als een ‘monstrueuze course’, met uiteenzettingen over vreselijke ontberingen in door hitte verschroeide vlakten en op afgrijselijke hellingen. Dit bleef Nederlandse renners bespaard. Tot in 1936. Tourbaas Henri Desgrange had voor het eerst een Nederlandse ploeg van vier man uitgenodigd. Toen was het ook weer niet goed. De kranten schreven dat het alleen maar een blamage kon worden.

Op 14 juli 1936 liep Joop Kolkman de wielerbaan van Grenoble binnen om verslag te doen van de aankomst van de eerste zware Alpenetappe, met onder andere de Galibier. Hij was correspondent voor De Rotterdamsche Courant en De Telegraaf. Op de Franse nationale feestdag aanschouwde Kolkman een mirakel. Met ongeloof, verbazing en vreugde noteerde hij de onverwachte allereerste Nederlandse ritzege van Theofiel Middelkamp. Kolkmans collega Joris van den Bergh was er niet bij. Die had nota bene de ploeg geselecteerd, maar maakte zijn verslagen thuis, op basis van telefonische informatie. Een geanimeerd radioforum met een keur aan specialisten zat er nog niet in, voor de oorlog.

De oorlog legde Middelkamps wielerloopbaan stil. Hij werd smokkelaar. Kolkman ging ook iets dergelijks doen. Op 20 juli 1940 werd hij viceconsul in Perpignan. Daar hielp hij honderden Nederlandse Joden aan valse papieren om naar Spanje te ontkomen. Hij werkte ook mee aan een ontsnappingsroute voor Engelandvaarders over de Pyreneeën. Kolkman en zijn vrouw werden in januari 1943 opgepakt vlak voor ze zelf wilden vluchten. Zijn vrouw kwam een halfjaar later vrij. Kolkman stierf begin 1944 tijdens een ziekentransport uit het Poolse concentratiekamp Dora. Na de oorlog kreeg hij postuum de Franse Médaille de la Résistance (1947) en de Croix de Guerre avec Palme (1948).

Middelkamp is niet meer teruggekeerd in de Tour. Hij werd in 1947 wereldkampioen in Reims. Na een kluizenaarsbestaan van ongeveer veertig jaar beleefde hij een fameuze comeback in de media, als verteller van sterke verhalen aan journalisten die zijn tijd niet hadden meegemaakt. Hij stierf in 2005, 91 jaar oud.

Op 17 februari 2014 werd aan Joop Kolkman de Yad Vashem-onderscheiding Rechtvaardige onder de Volkeren toegekend.


JEROEN WIELAERT


Jeroen Wielaert zit in zijn 31ste Tour. Hij zal hier dagelijks met een impressie komen.

Leave a Reply