Auteur: Bert Wagendorp
Wanneer het WK voetbal zich afspeelt in de maanden juni en juli heeft het wielrennen en met name de Tour de France het lastig. Televisiezenders concentreren zich op de bal, krantenredacties bezuinigen op de fiets omdat ze voetbalverslaggevers wekenlang naar verre oorden moeten sturen. De sportliefhebber moet zijn tijd verdelen tussen match en koers – waarbij de koers het in veel gevallen aflegt tegen het publicitaire geweld van het voetbal.
Vier jaar geleden vond voetbal een oplossing voor dat dilemma: het WK voetbal in Qatar was vanwege de absurde zomerse temperaturen in de Golfstaat verplaatst naar november en december. Een zomer zonder groot voetbaltoernooi en ook zonder Olympische Spelen: juli was zonder concurrentie voor de Tour de France. Bij gebrek aan alternatieven keken zelfs voetballiefhebbers – vooral die in Denemarken – naar de start van de Tour in Kopenhagen en de zege van Jonas Vingegaard.
Ik heb het als wielerverslaggever twee keer meegemaakt dat ik in de krant moest opboksen tegen een WK voetbal. Ondankbaar werk, op elke krantenredactie in Nederland zijn de voetballiefhebbers in de meerderheid. In 1990 was het WK in Italië. Nederland (Van Basten, Gullit, Rijkaard, Koeman) hoorde bij de grote favorieten voor de wereldtitel, dus ik had me voorbereid op een anonieme Tour de France. Die ging dat jaar op 30 juni van start in Futuroscope. Toen het zover was, lag Nederland er in Italië al uit, na een geruchtmakende achtste finale tegen West-Duitsland (1-2) waarin Rijkaard de Nederlandse eer nog trachtte te redden met een welgemikte fluim in de nek van Rudi Völler.
‘Dat is jammer, maar ook prima,’ zei ik tegen mijn collega-wielerverslaggever Jaap Visser. ‘De voorpagina ligt voor ons open!’
Vier jaar later was het WK in de Verenigde Staten. De Tour was dat jaar gestart op 2 juli in Lille en het dreigde een moeilijk tweestrijd te worden. Nederland had de poulefase overleefd en zette op 4 juli in de achtste finale Ierland aan de kant. Op 9 juli wachtte de kraker tegen Brazilië in Dallas. De eerste Tourweek was het zodoende een verloren gevecht: we mochten al blij zijn met een éénkolommertje. Gespannen zaten we op 9 juli voor de tv, ergens in een Frans kasteel. Toen Brazilië met 2-1 voorkwam haalden we opgelucht adem: er hing ruimte en kopij in de lucht. Tot Winter 2-2 maakte en Nederland de overhand leek te krijgen. De halve finale was halverwege de tweede Tourweek en de finale aan het eind daarvan. We zagen de bui al hangen: voetbalverslagen, voetbalvoorbeschouwingen, voetbalinterviews, voetbalanalyses. En wat konden wij daar tegenover stellen? De vijfde achtereenvolgende saaie Indurain-Tour.
De beslissende treffer van Branco werd in het kasteel met ingehouden gejuich begroet – we voelden dat we landverraad pleegden, maar de nederlaag gaf ons nieuwe kansen.
Dit jaar bereikt de veroveringszucht van het voetbal een nieuwe hoogtepunt. Het WK duurt ruim vijf weken, telt 104 wedstrijden en de finale is op 19 juli, zodat alleen de laatste Tourweek zonder concurrentie van het voetbal zal plaatsvinden. Van de wielerlanden doen Italië en Denemarken niet mee, zodat de kijkcijfers van de Tour in die landen misschien nog een beetje overeind zullen blijven.
Ik verwacht niet dat Oranje heel ver zal komen, maar wel dat het Franse elftal de Tour – mét Paul Seixas – tot en met 19 juli naar pagina 15 van L’Equipe zal verwijzen. Dat is een wrede gedachte.

Foto: Cor Vos
Meer verhalen? Abonneer je op de gratis nieuwsbrief van De Muur!