HARDLOPEN IS GEEN WIELRENNEN. HOEWEL…


Auteur: Peter Ouwerkerk

Hardlopen is geen wielrennen. Hoewel…

De manier waarop Sifan Hassan zaterdag de olympische tien kilometer naar haar hand zette, verried een bijna geschoolde wieleropleiding. Een finale van een kwaliteit om je vingers bij af te likken.

En aan de slotmeters van de marathon mannen zat niet veel minder wielersmaak: Abdi Nageeye die de deur naar het podium openhoudt voor Bashir Abdi. Het was een koninklijke lead-out van de tot Nederlander genaturaliseerde Somaliër aan zijn loopvriend, die tegenwoordig als Belg door het leven gaat.

Waar hardlopen opeens ook een beetje wielrennen werd. Een koele, tactische weigering van Hassan enerzijds en een combine van twee dikke vrienden die ieder op hun manier de sportieve landsgrenzen deden vervagen. Loopnummers aan de haal met de fiets.

Het strijdplan van Hassan was totaal anders dan die van haar vorige Japanraces: dit keer níét vanuit het achterveld zowat achteloos opstomen naar de frontlinie, maar zich al veel eerder met de wedstrijd bemoeien. Hassan had het volledig bij het rechte eind. Van een vijftiende plek naar een tiende, naar de zesde, de vijfde, derde, tweede – naar de uiteindelijk mooiste positie voor een olympisch topatleet denkbaar: eerste. De nummer één, gesmeed in een bad van GOUD.

Letesenbet Gidey, de wereldrecordhoudster op ‘de tien’, had Hassan niet één keer kunnen bewegen ook maar één meter kop over te nemen. Ook niet toen Gidey er een armbeweging bij maakte die haar wanhoop zichtbaar maakte. Hassan staarde stoïcijns naar nergensland, negeerde hoofs de hoekende elleboog van haar Ethiopische rivaal.

‘Kom mij nou eindelijk eens aflossen! Kom ook eens éven op kop!!!’

Sifan Hassan keek wel link uit. Net doen of je neus bloedt, of je kapot zit – er waren de mooiste overwinningen mee geboekt in de wielerpelotons. Psychologische oorlogsvoering en sport.

Nageeyes pantomime was van heel andere aard. Nageeye (op weg naar zilver) wilde Abdi ook in de medailles en spoorde hem hevig gesticulerend aan zich ‘in zíjn wiel’ te zetten. Dan was het brons dichter bij dan eerst af te rekenen met Cherono, de nummer vier ‘in koers’. Nageeye ontpopte zich tot cheerleader op de laatste hectometers van Tokio.

In het Izu Velodroom werd door de wielrenners van Team NL instemmend geknikt: goed gekoerst Sifan, héél goed gekoerst Nageeye! Weer twee dikke plakken voor de oranje brigade van missiechef Van den Hoogenband. Iedereen was trots op de ander.

Atletiek en wielrennen – ze hebben meer met elkaar gemeen dan je op het eerste gezicht zou denken. Ze liggen eigenlijk in elkaars verlengde. Atleten en coureurs zijn individuele sporters, maar bekampen elkaar ook in teamverband. Raakvlakken alom. Maar: eerst het bordje van de ander leegeten; en vrienden die verdien je. De geest in de sport, héérlijk.

Het blijft ondoenlijk en in feite ook zinloos de ene Olympische Spelen met een andere te vergelijken, maar de voorbije zestien dagen zijn sporthistorisch gezien toch ongeëvenaard. De verwachtingen vooraf leken (te?) hoog, werden na drie dagen al getemperd en sprongen vervolgens alle kanten op. Topsportbeleving is spannend en emotioneel, in van baden in geluk tot bukken voor verdoemenis.

Een paar meest memorabele momenten? Eerst de verdoemden:

  • De ongebruikelijke mispeer van Mathieu van der Poel op zijn MTB; de verstrekkende miscommunicatie van ploegleiding naar Annemiek van Vleuten; de succesvolle strijdbaarheid op de wedstrijddagen die volgden.
  • De lichamelijke ongemakken van Daphne Schippers; het kampioenschapscomplex van Henk Grol; het leed dat zes verdwaalde coronatesten zaaiden.
  • En (ook) treurnis voor de gevallen Laurine van Riessen, die ‘zonder ernstige verwondingen’ naar het hospitaal moest. Maar uiteindelijk gebroken ribben, dito sleutelbeen, geperforeerde long en ander ongemak had – ga er maar aanstaan.
  • De grote leegte bij de teamsporters. Uitgezonderd de hockeyvrouwen, die als enige teamsporters met een medaille konden worden bekroond.
  • En in het water is Team NL weleens (veel) beter geweest.

Maar aangekomen bij de W van KNWU was er vooral blijdschap over de wielerafvaardiging naar Tokio.

Na de vier medailles die de Nederlanders op de weg behaalden, ging het verder met de ontembare Niek Kimmann op zijn BMX; ondanks de pijn van een gescheurde knieschijf. Waarna bijna een week lang de ene na de andere traktatie uit de rijkgevulde baantrommel rolde.

Er waren de teamsprinters, met als exponenten Harrie Lavreysen en Jeffrey Hoogland; er was Shanne Braspennincx; en zowaar zelfs ook (eindelijk) Kirsten Wild.

Het betekende een ongekende oogst voor de wielerploeg van twaalf medailles (5x goud, 3x zilver, 4x brons) – een derde van het Nederlandse recordtotaal (10 + 12 + 14 = 36). Meer nog dan de ook sterk presterende en scorende atletiekploeg (2 + 3 + 3 = 8). Waarbij opgemerkt dat atletiek wel een mondialer en gevarieerder wedstrijdsport is dan wielrennen, en dus wereldwijder beter bezet.

Het met elkaar vergelijken van twee totaal verschillende sporten kan ook eigenlijk niet. Maar er zijn zeker raakvlakken. Ook in woord en gebaar liggen atletiek en wielrennen soms meer in elkaars verlengde dan vermoed. Zie de vriendendienst op de marathon van de ene loper naar de andere, én het vastberaden, ijzersterke pokerface van Sifan Hassan.

Pffff. Voorjaarsklassiekers, Giro d’Italia, EK voetbal. Tour de France, Olympische Spelen. De pupillen zijn vierkant. Maar de luiken kunnen weer open en de ogen eindelijk gelucht. Oei, volgende week draait de Vuelta alweer…


‘Another Brick In The Wall’ is een serie columns van De Muur meesters zelve: Peter Ouwerkerk, Bert Wagendorp, John Kroon en Mart Smeets.


Fotografie: Femke Hoogland (voor Runner’s World)

Leave a Reply