Auteur: Bert Wagendorp
Afgelopen woensdagmiddag werd er aangebeld bij mijn nederige stulpje in de stad Culemborg. Voor de deur stonden drie mannen. Het bleken drie wielrenners te zijn. De ene was aan komen rijden uit zijn woonplaats Ulft, de ander uit het verre Zuidland en de derde uit Tilburg. Ze waren gekomen om een podcast op te nemen in mijn woonkamer. Even later meldden ook de twee hosts zich, zodat ik met de mij toebedeelde taak kon beginnen: ober. Het was warm, dus ik moest zorgen voor een goede vochtbalans, afgewisseld met de nodige versnaperingen want, zo was mij vantevoren meegedeeld, die wielrenners eten je de oren van de kop.
Op het aanrecht stonden de haverkoeken, stroopwafels, dips en dipsausen, worstenbroodjes en bruine bolletjes etc. hoog opgestapeld. De Pellegrino en andere frisdranken stonden koel, de espresso’s waren ingeschonken, de podcast kon beginnen!
Ik heb in een ver verleden vaak genoeg te maken gehad met de mensensoort wielrenner om daar een beeld bij te hebben. Dat beeld matchte niet met het drietal dat nu in mijn woonkamer zat: Sam Oomen, Fabio Jakobsen en Koen Bouwman.
Ik ben er vaak van beschuldigd van het oude wielrennen te zijn, een verwijt dat ik nooit zo goed begreep. Maar nu werd me duidelijk wat ermee werd bedoeld. Het nieuwe wielrennen was aangeschoven aan mijn eettafel. Drie weloverwogen formulerende topsporters die precies bleken te weten hoe zij hun sport wensten te beoefenen, wat ze ermee wilden bereiken – wat er vermoedelijk onbereikbaar zou blijven. En, wat me nog het meest opviel, drie intelligente mannen die zonder gene hun grote liefde voor het wielrennen etaleerden.
Ik ben in het wielrennen opgevoed door cynici, die het woord ‘liefde’ niet door hun strot konden krijgen. Er waren ook toen heus wel wielrenners die hun school hadden afgemaakt en met wie je ook over andere dingen dan wielrennen kon praten. Maar aan Jan Raas, Cees Priem c.s. moest je niet vragen of plezier een belangrijke factor was in hun sportbeleving. Dat was je op vragende blikken komen te staan: of je wel helemaal goed snik was. Het ging om winnen, om geld. Plezier was voor watjes en amateurs.
Jakobsen, Oomen en Bouwman zijn niet vies van geld, het zijn professionals. Maar op de vraag wat ze nu tegen hun 19-jarige ik zouden zeggen, als ze de kans kregen, gaven ze drie keer ongeveer hetzelfde antwoord: geniet van wat je doet, wees je bewust van het feit dat je je droom mag beleven. En niet – niet in de eerste plaats – pak zoveel mogelijk geld.
Misschien waren het drie uitzonderingen, deze middag aan mijn tafel. Misschien wemelt het in het peloton van de egoïstische klootzakken die een ander in de berm rijden voor een tientje. Kan zijn. Maar dat deze drie al jarenlang overleven in de jungle van het wielrennen, bewijst dat er iets is veranderd en dat het wielrennen aan menselijkheid heeft gewonnen.
De sixpack Pellegrino ging ruimschoots op, maar het eten bleef staan – op de worstenbroodjes en stroopwafels na.
Het was een leerzame middag. De podcast is hier te beluisteren.

Meer verhalen? Abonneer je op de gratis nieuwsbrief van De Muur!