Auteur: Bert Wagendorp
Wielrennen is een verhalensport, daarmee vertel ik niets nieuws. Mogelijk houd je zelfs van wielrennen omdát het een verhalensport is. Wielrennen moet het al heel lang van verhalen hebben. Sterker: ooit waren er alleen maar de verhalen, van de sport zelf waren maar weinig mensen getuige geweest. De wedstrijden gingen van Saint Jean-de-la-Pipe naar Toutes-directions-sur-Saône, onderweg stond hier en daar een plukje mensen zich te verbazen over waar de vreemd uitgedoste types op hun stalen fietsen met kromme sturen mee bezig waren. Ze zagen een fragment van iets dat hooguit een dag later, in de krant, in een bredere context werd geplaatst en betekenis kreeg: ze waren heel even getuige geweest van een strijd. Van een heroïsch gevecht, als de journalist tenminste enig gevoel voor overdrijving had.
[Tekst loopt door onder de afbeelding]
Pas met de verhalen kreeg de sport structuur. En dat niet alleen: de verhalen gaven haar zin. Je zou zelfs kunnen zeggen dat de productie van verhalen het doel van de strijd was.
Het wielerverhaal is geboren uit onwetendheid. Wielrennen was voor het grootste deel een onzichtbare sport die zich afspeelde in het verborgene. En wat je niet gezien had gaf ruimte. Voor interpretatie, voor illusies, voor de fantasie, voor pure verzinsels. Ooit werd het verloop van een koers gereconstrueerd aan de meet, door de enige mensen die er direct getuige van waren geweest, de deelnemende renners. Die hadden er geen behoefte aan een saai verhaal te vertellen. Wielrennen was hun brood, de mensen hadden in hun karige bestaan geen zin in alledaagse verhalen. Hun hele leven was een alledaags verhaal, ze wilden juist het onalledaagse horen uit de monden van de besmeurde helden die hun verhaal deden aan de journalisten.
De meer getalenteerden van die beroepsgroep wisten er wel raad mee. Zij gebruikten het simpele gegeven van een koers om het snelst van plek A naar plek B als uitgangspunt voor drieste verhalen van pijn en verlies, voor heldhaftige verhalen vol zelfopoffering en voor heiligenlevens die het menselijke ver overstegen. Ze schreven verhalen die soms dichtbij de realiteit bleven, maar daar ook vaak genoeg weinig mee van doen hadden. Wielerschrijvers waren fictieschrijvers en niemand die dat erg vond.
Uit dat gegeven is de wielerliteratuur ontstaan. Misschien is daaruit te verklaren dat wielerliteratuur vaak ver uitstijgt boven de doorsnee verhalen uit andere sporten waarin de fantasie minder de vrije teugel krijgt. Misschien is dat ook de verklaring voor het feit dat ook grote schrijvers zich aangetrokken voelden tot het cyclisme: het bood, in tegenstelling tot andere sporten, een grote vrijheid om de geest te laten waaien. In het wielrennen konden ze naar hartenlust over goed en kwaad schrijven, over jaloezie en wraak, over liefde en afscheid – kortom over de hele santenkraam die de literatuur tot literatuur maakt.
Met de komst van de live-registratie op tv kreeg de verhalenmachine het moeilijk. De verbeelding kreeg minder ruimte, de feiten kregen de overhand. Maar inmiddels was de verhalentraditie in het wielrennen zo krachtig en waren de verhalenvertellers zo geoefend, dat ze de handicap van het beeld overwonnen en hun talent richtten op wat nog altijd onzichtbaar was, de onzichtbare strijd op het verborgen podium, het gevecht dat zich afspeelde in de hoofden van de renners.
Daaruit is De Muur ontstaan.
Binnenkort komen we met iets nieuws: een door de makers van De Muur geselecteerde lijst van beste wielerboeken. Het beste uit de internationale wielerliteratuur. Die boeken kun je straks kopen in de wielerboeken-webshop van De Muur.
Wielrennen is een sport van verhalen. De Muur wil dat dat tot in de eeuwigheid zo blijft en daar willen we ons steentje aan bijdragen.
Stay tuned!

Foto: Cor Vos
