Met de smakker van Jonas Vingegaard werd de Tour de France ineens miljoenen euro’s minder waard


Auteur: Bert Wagendorp

Met de exit van Jonas Vingegaard is de Tour de France effectief afgelopen. De prachtige finale die parcoursbouwer Thierry Gouvenou had bedacht was door Tadej Pogacar in de eerste week al min of meer om zeep geholpen, maar bij afwezigheid van de ongelukkige Jonas wordt de finale rond Alpe d’Huez er vrijdag en zaterdag eentje met één deelnemer. De Tour de France ging zondag niet eens uit als een nachtkaars, wat er nog restte aan suspense lag zondag te stuiptrekken tegen de stoeprand waar Vingegaards Tour ten einde kwam.

Volgens diverse media is de strijd om de tweede plaats nu nog het enige interessante. Sinds enige tijd – een jaar of wat – is ‘het podium’ van de Tour de France opeens belangrijk geworden. Ik kan me niet herinneren dat Joop Zoetemelk er ooit eer in stelde om in Parijs het één na hoogste schavotje te beklimmen, iets wat hij toch zes keer deed. In die tijd ging iedereen er nog van uit dat Joop de eerste van de verliezers was. Joop zelf ook: hij stond er steevast bij te lachen als een boer met kiespijn: wéér verloren. Pas toen hij in 1980 de Tour won, kreeg Joop de waardering die hij verdiende, hoewel sommige van zijn tweede plaatsen sportief misschien wel hoger moesten worden ingeschat dan de zege. Maar tweede telde destijds niet, dus had niemand het erover. Laat staan derde. Wie weet nog dat Hennie Kuiper destijds naast Zoetemelk stond?

Maar nu is een podiumplaats het doel. Dat is in zekere zin wel te begrijpen, omdat we in een tijd van onaantastbare superioriteit leven en de eerste plek vooraf al is vergeven. De Tour leeft bij de aanwezigheid van competitie. Als die er niet is en elke spanning ontbreekt, dan creëeren we wel competitie en spanning, luidt het credo van de aanwezige journalisten. Ze zullen wel moeten, de sportconsument eist spanning en competitie, zonder die elementen verliest hij zijn belangstelling, laat hij de geschreven verhalen links liggen, zet hij de tv niet meer aan en klikt hij niet meer op de berichten op de socials.

Zelfs De Muur is slachtoffer van Vingegaards val.

Het zou interessant zijn om het uitvallen van Vingegaard voor de verandering eens niet te beschrijven in sentimentele termen (‘Vingegaard zat huilend op de stoeprand’), in sportieve (‘De Tour is om zeep’) of verontwaardigde (‘Wanneer doen ze nou eens wat aan als die verrekte valpartijen?’). Ontdaan van alle bijzaken is de Tour de France een commerciële onderneming van de familie Amoury. De echte consequentie van de smakker van een van de hoofdrolspelers is daarom een financiële. Wie zondag ook de fatale fout maakte (Campenaerts die te hard de verkeerde bocht instuurde, Vingegaard die als nummer vijf zijn fiets onvoldoende onder controle had, de dopingcontroleur die Jonas zaterdagnacht om twee uur uit zijn slaap haalde): hij richtte enorme financiële schade aan, bij ploeg, sponsor, organisatoren en adverteerders. De Tour verloor in één schuiver miljoenen euro’s aan waarde.

Dat kan niet worden goedgemaakt door de strijd om de tweede plek ineens uit te roepen tot iets bijzonders, of de strijd om groene trui, de witte trui of de bollentrui ineens op te waarderen tot iets bloedstollends.

In de Tour telt alleen de winnaar. De nummers twee en drie mogen op zondagmiddag even in zijn schaduw verkeren. Ze hebben beide een knappe Tour gereden en misschien vormt hun ereplaats een belofte voor de toekomst. Meer ook niet.

Vingegaards crash aan de voet van Plateau de Solaison is waardeloos voor iedereen. Voor Vingegaard, voor Visma | Lease a bike, voor de eigenaren van de Ronde van Frankrijk, voor alle media en niet in de laatste plaats voor Tadej Pogacar. Vingegaard, hoewel inmiddels kansloos, zette Pogacars prestatie in perspectief. Ook de vijfde Sloveense Tourzege werd zondag een stuk minder waard.

Pogiving

Foto: Cor Vos

Meer verhalen? Abonneer je op de gratis nieuwsbrief van De Muur!

Leave a Reply