Auteur: John Kroon
Koelvesten, ijskoude drank, water, water, water, nog eens water, drinken en sproeien, ijsbaden. Hitte is het gesprek van de dag in de Tour de France. Was het ooit zo heet tijdens de ronde?
Zeker, zeggen oudere coureurs: in 1976 bijvoorbeeld. Het jaar waarin de Franse president Valéry Giscard d’Estaing sprak van een ‘nationale ramp’. Niet omdat ‘de eeuwige tweede’ Raymond Poulidor dat jaar slechts als derde eindigde, achter Joop Zoetemelk, ook een abonnee van plek twee, en achter winnaar Lucien van Impe, maar wegens de gevolgen voor de landbouw. Maar ook toen waren er oudere coureurs die beweerden dat het al eens nog erger was geweest: in 1957 met temperaturen van wel 50 graden, vijf dagen lang.
Tropische temperaturen, moordende hitte, brandende zon, smeltend asfalt dat in een dikke brij veranderde. ‘Een sadistische Tour’, zo werd de ronde in 1976 betiteld. In de laatste week viel er niets meer te beleven, de zon had de renners murw gemaakt. De Nederlander Ko Hoogedoorn verliet de Tour, getroffen door een zonnesteek. Van de 130 gestarte renners reden 43 de Ronde niet uit.
Water dus. Nog meer water. Peter Post, ploegleider van Raleigh, zei na de eerste etappe dat hij wel 100 bidons had moeten vullen en rekende voor dat zijn renners gemiddeld zeven liter hadden verbruikt. Maar dat kon zo niet doorgaan. Want water drinken, wist Post, is slecht voor wielrenners: ‘Dat slaat in je benen, daardoor rolt alle macht uit je weg. Water is het grootste vergif dat er is.’
[Tekst loopt verder onder de afbeelding]
Dat laatste zullen waterleidingbedrijven niet met Post eens zijn geweest, feit is dat de wetenschap die in de post-Postperiode wielerploegen veel heeft geleerd, aanvullend op water drank met elektrolyten aanbeveelt bij zeer intensief en heftig transpirerend sporten. Zoals nu in de Tour.
Intussen is 1976 in het klassement van de heetste zomers allang van de eerste plaats verdreven. 2018 staat nu bovenaan en een podiumplek zit er voor 1976 ook niet meer in. Hete zomers zijn ‘gewoon’ geworden. Klimaatverandering beïnvloedt het wielrennen.
De term ‘hitteprotocol’ valt vaak dezer dagen, maar het is twijfelachtig of de aanbevelingen van de UCI , zoals vroeger starten en etappes inkorten, praktisch realiseerbaar zijn in de Ronde van Frankrijk, met zijn commerciële belangen en organisatorische puzzels. Koersdirecteur Christian Prudhomme noemde vooraf maatregelen als extra zones waar het uitdelen van bidons is toegestaan en een soepeler omgang met de tijdslimiet voor achtergebleven renners. Daar zal het wel bij blijven. Waar bouwvakkers zo nodig met hitteverlet gaan, zullen wielrenners beseffen dat ze nu eenmaal ‘dwangarbeiders van de weg’ zijn. Topsporters die hittetrainingen hebben gevolgd, medisch intensief worden begeleid, voor wie het voedsel nauwkeurig wordt afgewogen en die vast niet alleen maar water drinken.
Vrijdag wacht de rit naar Bordeaux. Weersverwachting: 32-36 graden. Luchtvochtigheid: 45 procent. In 1976 werd Bordeaux ‘de Nederlandse stad’ genoemd, omdat vooral in de jaren vijftig nogal eens een oranje gekleurde renner er als eerste finishte. En zie: prompt won Gerben Karstens dat jaar. Hij voegde daarna op de Champs Élysées ook de slotetappe aan zijn palmares toe. Een inspirerend voorbeeld, nietwaar Olav Kooij?

Foto: Cor Vos
