Auteur: John Kroon
Italië- en wielerkenner, alsmede Giro-specialist Ludo van Klooster kreeg in 2024 de vraag of er nog een onbekende Italiaanse renner dat jaar in de Giro d’Italia zou doorbreken.
Die onbekende renner, 20 jaar toen, werd meteen in de eerste etappe tweede en eindigde de Ronde van Italië een jaar later als zesde in het eindklassement. Zijn naam: Giulio Pellizzari. Inmiddels zo bekend dat hij in de Giro die vrijdag van start gaat als een van de renners geldt die het topfavoriet Jonas Vingegaard misschien lastig kunnen maken.
Wat de 19-jarige Paul Seixas nu voor Frankrijk is, namelijk de nationale hoop op eindelijk weer een Franse Tourwinnaar, is Pellizzari voor de Italianen: dat er tien jaar na de eindzege van Vincenzo Nibali eindelijk weer een landgenoot de roze trui naar Rome brengt.
[Tekst loopt verder onder de afbeelding]
Terzijde 1: Voormalig Tourwinnaar Pedro Delgado vindt het onverstandig, zo meldt de Spaanse sportwebsite Diario del Triatlón, dat Seixas al op zo’n jonge leeftijd aan de komende Ronde van Frankrijk gaat deelnemen. ‘Een koers van drie weken laat veel vermoeidheid achter, zowel fysiek als mentaal, wat hem in de toekomst parten zou kunnen spelen.’
Terzijde: 2: Alberto Contador, tweevoudig winnaar van zowel Giro als Tour meent dat Vingegaard zijn kansen op een overwinning in Frankrijk aanzienlijk verkleint door eerst mee te doen aan de Ronde van Italië. Dat is zo ongeveer de slechtst mogelijke voorbereiding op de Tour, meent Contador, tenzij je Tadej Pogačar heet (zie: 2024).
Pellizzari moet bij zijn ploeg Red Bull Bora Hansgrohe, waar hij op de rookies na de jongste renner is, nogal wat gevestigde namen in de pikorde voor zich dulden: Remco Evenepoel, Primož Roglič, Florian Lipowitz. Maar zij doen niet mee aan deze Giro. Wel moet hij het kopmanschap delen met Jay Hindley, de Giro-winnaar van 2022, wiens rugnummer op een 1 eindigt.
Het vertrouwen in Pellizzari is onder meer gebaseerd op zijn recente en imponerende eindverwinning, inclusief twee dagzeges, in de Tour of the Alps, waar hij zijn specialisme, klimmen, kon tonen. Eerder haalde hij in de Tirreno-Adriatico als derde het eindpodium, ondanks een peesblessure. Hij bleef in koers, want het was zo mooi om op ‘mijn wegen’ en voor ‘mijn volk’ te rijden, zei hij toen niet zonder gevoel voor melodrama. Zoals hij ook na zijn winst in de Alpen liet blijken dat hij het ongeschreven reglement voor winnaars kent: hij had zijn zege natuurlijk te danken aan zijn ploeg.
Hopelijk beseft hij niet dat van de laatste tien winnaars van de Ronde van de Alpen de helft in de daaropvolgende Giro uitviel. Wij, gewone stervelingen op twee wielen, die van een interessante koers houden, zijn erbij gebaat als een jonge renner als Pellizzari het Vingegaard in de Giro lastig weet te maken, net als hopelijk straks Seixas dat ten opzichte van Pogačar in de Tour probeert. Want er zijn al erkende liefhebbers, en zeker kenners, die de televisie uitzetten als ze zien dat deze Sloveen er solo vandoor is gegaan. Lees dat maar in De Muur, die volgende maand verschijnt.

Foto: Cor Vos
