De eenzame gevallen fietser


Auteur: John Kroon

Achttien uitvallers telt de Giro d’Italia na elf etappes. Niet zelden waren ze het gevolg van valpartijen. De medische bulletins maken melding van breuken in bekken, vingers, sleutelbeen en lendenwervel, hersenschuddingen, een schouder uit de kom en uiteraard vele schaafwonden.

Vallen hoort bij wielrennen, en al is dat een cliché, dat is nog geen reden om dat gekletter tegen de grond als onvermijdelijk te beschouwen. Want soms lijkt het erop alsof organisatoren en de kennelijk matig toezichthoudende UCI erop uit zijn. Neem de zesde etappe in deze ronde, met een sprint die als massasprint was voorzien. De eindstreep lag direct na een snelheidsrace over hobbelige en natte kasseien. Een gigantische valpartij in de laatste meters maakte de favorieten kansloos. Terecht kreeg de organisatie volop kritiek op de keuze voor deze finishplek.

Je hebt valpartijen die, sorry, op de lachlust werken. Zoals in de vijfde etappe. De twee koplopers Igor Arrieta en Alfonse Eulalio smakten in de laatste kilometers beurtelings op het dalende, natte parcours en brachten zo de tv-commentatoren van Eurosport aan de rand van een zenuwinzinking, waar ze ook de volgende dag nog van moesten bijkomen, naar eigen zeggen.

[Tekst loopt verder onder de afbeelding]

Wielerkleding Limited Edition Rapha X De Muur

En je hebt fatale valpartijen, ver voor de finish, die tv-kijkers lang niet altijd zien. Valpartijen waarover de ervaringsdeskundigen Fabio Jakobsen, Sam Oomen en Koen Bouwman het hebben in de podcast In het peloton. Dat je een ambulance wordt binnengedragen waar je helemaal niet in wilde. Dat je daarna in een onbekend ziekenhuis belandt, waar je helemaal niet wilde zijn. Dat je geen mobiele telefoon bij je hebt, want die ligt in de teambus. Je kunt niet bellen, je kunt niet gebeld worden. Dat je dan maar moet hopen dat je wat nummers uit je hoofd hebt geleerd, zodat je bijvoorbeeld je geliefde of je ouders kunt bellen om te vertellen waar je bent en wat je hebt. En dat je dan iemands telefoon mag lenen.

Want er is niemand van de medische staf van je team met je meegegaan, zij moesten voort in de koers. Zit je daar in een volle wachtkamer van dat ziekenhuis. Van vedette van de weg tot anonymus. Gekleed in een te strak wielerpak dat scheuren vertoont. Misschien heb je die wielrenschoenen nog aan, waarop het raar lopen is.

Dan hoor je een meisje je naast je vertellen dat ze hier gisteren ook al uren was, maar toen niet aan de beurt kwam, want het was te druk en de tijd was om. Of je krijgt een bandje van een bepaalde kleur om je arm, een indicatie hoe ernstig je kwetsuur is. En een impliciete mededeling: er zijn nog zoveel zwaarder gewonden voor u. Intussen vraag je je af hoe je morgen thuiskomt.

Of je denkt aan je ploeggenoten die in het hotel – maar welk hotel eigenlijk? – aan tafel zitten om een secuur afgewogen maaltijd tot zich te nemen en een lege stoel zien. Ze denken vast wel aan je.

Hoe eenzaam is dan de fietser die een paar uur geleden nog zo sterk was.

 

Foto: Cor Vos

Leave a Reply