Auteur: Bert Wagendorp
Wielerploeg Picnic-PostNL gaat onafhankelijk onderzoek doen naar de vraag ‘hoe de teamcultuur ervaren wordt en in hoeverre die overeenkomt met de cultuur die wij nastreven.’ Een onderzoek naar het verschil tussen theorie en praktijk dus. Ruim een week geleden kwamen Nando Boers (namens NOS Sport) en Thijs Zonneveld (namens In de waaier) naar buiten met de resultaten van een uitgebreid onderzoek naar de cultuur binnen de WorldTour-ploeg. De kernwoorden: ‘tiranniek’, ‘paranoïde’, ‘dictatuur’ en ‘protocollen’.
Voldoende reden voor onderzoek dus.
Het team van ceo Iwan Spekenbrink zal ook wel moeten, want de vragen die na het onderzoek zijn gerezen hebben ook de ploegsponsors aan het twijfelen gebracht. Wie wil er geassocieerd worden met een dictatoriale sfeer en een ziekmakend protocollen-beleid? Picnic en PostNL spraken van ‘ernstige signalen’. Omdat de ploeg het afgelopen seizoen weinig succesvol is geweest en de sponsors weinig return on investment heeft geboden, zijn dat woorden die op het hoofdkantoor in Deventer tot zorgelijke blikken zullen hebben geleid.
Daar kwam deze week bij dat Picnic-PostNL niet voorkomt op een UCI-lijst met aanvragen voor WorldTour-licenties. Dat zou volgens de ploeg te maken hebben met het faillissement van Accell, moeder van het Franse fietsmerk Lapierre, de materiaalsponsor van het team. De UCI is geduldig en Picnic-PostNL krijgt nog een tweede kans. Maar volgens een ander deel van het NOS-In de waaier-onderzoek zou de ploeg al eerder in financiële problemen zijn geraakt en bedroeg het verlies in tussen 2022 en 2024 19.5 miljoen euro.
‘Donkere wolken pakken zich samen’ heet dat gewoonlijk. Wie eenmaal in een negatieve spiraal belandt, komt daar steeds moeilijker weer uit. Het zou jammer zijn als dat ertoe zou leiden dat de ploeg in haar voortbestaan zou worden bedreigd.
[Tekst loopt door onder de afbeelding]
Picnic-PostNL en haar talloze voorgangers hebben een belangrijke rol gespeeld in de veranderingen die het afgelopen anderhalve decennium in het wielrennen hebben plaatsgevonden. Er moest in die jaren worden afgerekend met een zeer giftige dopingcultuur, die de sport aan de rand van de afgrond had gebracht. Het zero-tolerance-beleid van de ploeg-Spekenbrink en haar succesvolle zoektocht naar andere manieren van prestatieverbetering, waren een voorbeeld voor veel andere ploegen en leidden een grote schoonmaak van het wielrennen in.
De angst voor een terugkeer van het dopingspook zorgde er vervolgens voor dat de nadruk binnen de ploeg steeds sterker op controle kwam te liggen. Alle regels en protocollen waren ervoor bedoeld via strenge reglementering de renners voor misstappen te behoeden. Dat leidde tot wantrouwen en paranoia. Dat, samen met een steeds grotere nadruk op data en wetenschap, leidde tot de door Boers en Zonneveld beschreven ándere giftige sfeer. Die kan het best worden omschreven als ontmenselijking: de renners werd alle eigen verantwoordelijkheid uit handen genomen: zij moesten zich alleen maar bezig houden met hard trappen en verder alles (maar dan ook alles) aan de ploegleiding overlaten.
Waar dat toe leidde kan ook worden afgelezen aan de huidige wereldranglijst voor ploegen: daarop prijkt Picnic-PostNL op een hopeloze dertigste plaats. Het is ook te zien aan het enorme verloop van renners uit de ploeg. Picnic-PostNL en haar voorgangers behoorden ooit tot de beste talentontwikkelaars van het peloton, maar het waren vooral de grotere en rijkere ploegen die daarvan profiteerden. De klachten van de meeste van de vertrokken renners kwamen op hetzelfde neer: ze hielden het niet langer uit in de knellende dwangbuis van de ploeg.
Hopelijk leidt het ‘onafhankelijke onderzoek’ tot de conclusie dat er een andere weg moet worden ingeslagen, eentje waarin de menselijke kant van de topsport weer belangrijker wordt dan de data. Uiteindelijk komt dat ook de prestaties ten goede.
In meer of mindere mate spelen de problemen van Picnic-PostNL ook bij andere ploegen. Ook die varen steeds sterker op wetenschap en data en malen steeds minder om het individu. Hopelijk krijgt het team van Spekenbrink de kans opnieuw een voortrekkersrol te spelen in de terugkeer naar een menselijk wielrennen.

Foto: Cor Vos
