Auteur: Bert Wagendorp
Zondag is het wereldkampioenschap op de weg, altijd een wat vreemde wedstrijd omdat je opeens wielrenners in een oranje shirt ziet rijden van wie je niet eens wist dat ze Nederlander waren. Waarom die anomalie nog altijd bestaat weet ik niet, misschien om het wielrennen nog een laatste restje nationalisme mee te geven. Gelukkig is de meest internationale wielrenner van allemaal op gelukkige wijze in het bezit gekomen van een Nederlands paspoort (vader Nederlands, moeder Frans, geboren in België, woonachtig in Spanje) en daardoor hebben we een kanshebber. Zeg maar gerust: dé kanshebber.
Mathieu van der Poel deed afgelopen week van zich spreken door in de laatste etappe van de Ronde van Luxemburg vanuit het vertrek te demarreren en daarna 175 kilometer alleen op kop te blijven rijden. Achter hem deed een volledig peloton verwoede pogingen hem te achterhalen, maar tevergeefs. Van der Poel hield meer dan een minuut over. Die Van der Poel is in vorm, concludeerde menig kenner.
Goede training voor het WK, voor Van der Poel maar ook voor zijn achtervolgers. Die hadden wellicht gehoopt op een rustig laatste ritje, maar ho maar. Ze moesten vol aan de bak om niet de lachertjes van de week te worden en pas aan te komen nadat Van der Poel al had gedoucht, was gemasseerd, de felicitatie-appjes had afgehandeld en even een hapje had gegeten.
Dus als bondscoach Koos Moerenhout een beetje heeft opgelet, en Koos Moerenhout kennende heeft hij dat gedaan, Koos is tijdens een WK altijd messcherp omdat het de enige wedstrijd is waar hij zich kan onderscheiden na een jaar lang te hebben gescout tot hij er scheel van zag. In feite hoeft Koos Mathieu niets anders op te dragen dan wat hij in Luxemburg al heeft geoefend: wegrijden en wegblijven. Soms is het leven simpel en overzichtelijk.
De afstand van de WK-wedstrijd is honderd kilometer langer dan in Luxemburg, maar dat doet er niet toe, dat is alleen maar in zijn voordeel, Mathieu fietst liever 275 dan 175 kilometer, hij kan zulke afstanden nu eenmaal langer volhouden dan de concurrentie.
Bovendien zal Koos hem adviseren om niet onmiddellijk te demarreren en even te wachten tot de lokale rondjes eraan komen. Dus Van der Poel kan de eerste honderd kilometer rustig aandoen en dan vervolgens bij de eerste (of heel misschien en om iedereen te verrassen de tweede) beklimming van de Côte Camillien-Houde (1,8 kilometer à 8 procent) versnellen, dan twaalf rondjes van twaalf kilometer rustig doorkachelen met Koos die hem vanuit de auto drankjes en hapjes overhandigt en alvast gelukwenst en vervolgens op het podium grote blijdschap uitstralen.
(Ik kreeg deze week de vraag of dat nou leuk en collegiaal is, zo’n Van der Poel die wegrijdt en die niet meer is in te halen door een peloton wielrenners die toch ook als prof hun brood verdienen en ooit als grote talenten te boek stonden. Nee, leuk is het niet en collegiaal al helemaal niet. Maar wat moet je eraan doen? De demarrage uit het vertrek verbieden? Bovendien verschafte Van der Poel de liefhebbers weer veel gespreksstof, en dat is uiteindelijk het belangrijkste.)
Van der Poel is bang dat het WK-parkoers voor hem te zwaar is. Dat zou ertoe kunnen leiden dat hij niet tijdens de tweede maar pas bij de vierde of vijfde beklimming het peloton verlaat. De laatste winnaars van de GP Montréal, die door de kenners als iets zwaarder wordt beoordeeld dan het WK, zijn: Isaac del Toro, Brandon McNulty, Tadej Pogacar en Adam Yates. Pogacar is er niet, de andere drie zijn geen landgenoten maar wel ploeggenoten.
Dat wetende moet Van der Poel mogelijk pas in de achtste of negende ronde gas geven, als McNulty en Yates al te uitgeput zijn om Del Toro van dienst te zijn.
Nou ja, dan kan hij net zo goed in ronde tien wegrijden, samen met Wout van Aart, en die dan in een sprint à deux verrassend kloppen.
Koos Moerenhout heeft het allemaal al in zijn bolletje en anders Mathieu zelf wel, maar wij sukkels moeten nog even afwachten hoe Poel voor de tweede maal wereldkampioen gaat worden.
